Verdriet, woede en machteloosheid

Nederland probeert de ramp ‘een plekje te geven’, zoals dat heet. Maar makkelijk is dat niet,als iets wereldnieuws is.

Neeltje's Bloemen in Volendam. Foto Olivier Middendorp

Separatisten in oosten van Oekraïne, raket, neergehaald, mogelijke Russische betrokkenheid: het zijn onwerkelijke termen voor Nederlanders die rouwen om een vliegramp waar 192 landgenoten bij omkwamen.

‘Ramp’ - alleen dat is al een woord dat in al zijn verschrikkelijkheid nog niet ruw genoeg lijkt: de 298 inzittenden van vlucht MH17 van Amsterdam naar Kuala Lumpur zijn genadeloos opgeslokt door een oorlog in het oosten van Europa waar ze op tien kilometer hoogte overheen vlogen.

Hoe praat je daarover in kerken en scholen, op pleinen en sociale media?

Organisatoren van collectieve rouw proberen sinds vrijdag de ramp ‘een plekje te geven’, zoals dat heet. In de Sint Jan in Den Bosch roept burgemeester Rombouts bij een rouwdienst op om een „denkbeeldige kring” te vormen rond de nabestaanden van een omgekomen gezin uit Rosmalen. Op basisschool ’t Palet in Eindhoven kleuren kinderen mandala’s uit verdriet om hun verloren juf.

Primaire emoties

Kijk naar de stille tochten, kerkdiensten, herdenkingen bij winkels en elders: herdenkers gebruiken vrijwel overal de taal van verdriet en woede – van primaire emoties. Ze kiezen niet voor strijdlustige verwijten, op enkele honderden Oekraïners bij een anti-Russische demonstratie in Amsterdam na.

Ook op de site condoleance.nl wint de betrokkenheid bij de familie van slachtoffers het ruim van de schuldvraag. „Hier zijn geen woorden, het grote verdriet, de woede, de machteloosheid en vooral het onbegrip, waarom, waarom, waarom?? Zo zinloos”, schrijft een vrouw.

In veel rouw zit een schreeuw: de oorlog die plotseling dichtbij is gekomen, mag niet op de loop gaan met onze emoties. Gevoelens van verdriet, woede, en machteloosheid worden collectief, maar we blijven wel dicht bij de slachtoffers – de menselijke maat gaat boven de politieke context. Ook bij de vader van een 17-jarig meisje die de schuldigen aan de ramp „zeer bedankt” voor „het vermoorden van mijn enige en lieve kind”. Hij richt zich in een emotionele open brief tot zowel de Russische president Poetin, de Oekraïense regering als de leiders van de separatisten in het oosten van Oekraïne. Wie het ook gedaan heeft: „Ze is er plotseling niet meer! Uit de lucht geschoten in een vreemd land waar oorlog gaande is.”

Boos en doelgericht

Gemakkelijk is het niet, deze oorlog op afstand houden. Het hele weekend komen tv-beelden voorbij van pro-Russische separatisten die onderzoekers wegsturen van de rampplek, die rondrommelen tussen bezittingen en wrakstukken. Nieuwe schokken volgen, door berichten over de lakse en chaotische behandeling van de stoffelijke resten. Premier Rutte praat op een persconferentie ongekend boos en gefrustreerd over de Russische president Poetin, die doet alsof de ramp hem niet aangaat. „Wie moet ik anders bellen”, heeft Rutte in een „intens” telefoongesprek tegen Poetin gezegd. En ook dat wie niet meedoet aan de afhandeling van de ramp „zich verdacht” maakt.

De premier en minister Timmermans van Buitenlandse Zaken benadrukken dat zij niet zomaar boos zijn. Ze treden doelgericht op: ze willen de lichamen terug naar Nederland, ze willen onafhankelijk toezicht, ze willen de feiten boven water over de toedracht.

Machteloos

Maar Poetin wordt toch geleidelijk aan de Vijand, het Kwaad, de man die niets om onze slachtoffers –en dus anderen– geeft. De Russen, omstreden handelspartners, en pro-Russen in Oost-Oekraïne worden steeds meer Zij, tegenover Wij. Dagblad De Telegraaf opende dit weekend met harde beschuldigende koppen: ‘Moordenaars’ op zaterdag en ‘maat is vol’ op zondag, met een oproep tot militair ingrijpen in Oost-Oekraïne „om de daders van deze massamoord op te sporen en over te brengen naar Nederland voor hun berechting”. De krant heeft geen vertrouwen in de „hulpeloze noodkreet” van premier Rutte aan de „bruut” Poetin.

De kans op het inzetten van commando’s of andere militaire middelen door Nederland of in NAVO-verband is nihil. De Nederlandse leiders verwachten niets goeds van escalatie – net zo min als kennelijk de meeste van al die geschokte mensen die rouwend, boos en machteloos bij elkaar komen dezer dagen.