Ten Dam is nu zelfs beter dan Mollema

Bauke Mollema was de kopman, Laurens ten Dam zijn meesterknecht. Maar tot twee keer toe reed de helper sterker dan de aanvoerder.

Zijn gezicht staat op nagenieten. Zojuist is Laurens ten Dam (Belkin) in Station de Risoul 1850 voor de tweede dag achter elkaar in de toptien gefinisht in een Alpenetappe, waardoor hij is gestegen naar de negende plaats in het algemeen klassement van de Tour. Het mooiste moment? „Dat ik Alejandro Valverde voorbijreed. We zijn ongeveer even oud, en hij was meestal beter dan ik. Nu reed ik buitenblad bij hem weg, dat gaf wel even een kick.”

Als de Alpen één ding duidelijk hebben gemaakt, zijn het de veranderende verhoudingen bij Belkin. Niet langer is Ten Dam de meesterknecht van Bauke Mollema, niet langer is hij de man die bidons moet halen voor zijn kopman en en passant, als het even meezit, zelf mag mikken op een goed klassement. Officieel heet het bij de ploegleiding dat beide renners inmiddels „gelijkwaardig” zijn. Maar in feite is Ten Dam de laatste dagen beter dan zijn eigenlijke kopman.

Mollema mist, als hij uit de ploegbus stapt, ten enenmale de glimlach van Ten Dam. In Station de Risoul 1850 eindigde de Groninger – vorig jaar zesde in het eindklassement – zaterdag als zestiende, op ruim tweeënhalve minuut van de Poolse ritwinaar Rafal Majka (Tinkoff). En eigenlijk is hij de hele Tour al niet in goeden doen. Zelf verklaart Mollema dat hij al anderhalve week geen last meer heeft van de problemen met zijn buik, maar zijn ploegleiding denkt daar anders over. Mollema heeft gewoon niet terug op het oude niveau kunnen komen, zegt Nico Verhoeven. „Dat hij nu nog zevende staat, daar moet je eigenlijk al heel blij mee zijn.” Zijn collega Merijn Zeeman noemt Mollema’s toptienklassering „bewonderenswaardig”.

Tot dit weekend reageerde Mollema steevast laconiek als hem werd gevraagd naar het tijdverlies ten opzichte van zijn concurrenten, maar zaterdag is zijn lichaamstaal veranderd. Zijn schouders hangen, het optimisme is van zijn gelaat verdreven. „Dit zijn slechte zaken voor het klassement. De benen waren niet goed genoeg. Ik ben wel teleurgesteld.”

Opmerkelijk genoeg oordelen Verhoeven en Zeeman verschillend over de prestaties van hun ploeg tot op heden. Voor de eerste is het „niet wat we gehoopt hebben”, volgens de tweede haalt Belkin met twee Nederlanders in de toptien het optimale uit de situatie. Vandaag zou bekend worden dat Belkin volgend jaar doorgaat als Lotto-BrandLoyalty, maar dat zal zonder Mollema zijn: hij vertrekt zo goed als zeker naar Trek.

Vrijdag, toen Ten Dam in de rit naar Chamrousse ook al voor Mollema eindigde, was het nog de vraag of de helper niet beter zijn kopman had kunnen bijstaan. Inmiddels is duidelijk dat de rollen bij Belkin omgedraaid zijn. Voor Mollema wordt het al een hele uitdaging om de drie Pyreneeënetappes een beetje fatsoenlijk door te komen, bevestigt Verhoeven. Ten Dam vertoont na een moeizaam begin van de Tour juist een opgaande lijn. „Voor hem mag het nu elke dag wel een bergetappe zijn”, zegt Zeeman. En Verhoeven: „Hij is op dit moment goed. En dat gaat hij wel vasthouden, hoor.”

Als Ten Dam die vorm inderdaad vasthoudt, komt voor hem binnen bereik wat hij vorig jaar na een val in de klimtijdrit noodgedwongen moest loslaten: een plaats in de toptien in het eindklassement van de Tour de France. Zo continueert Ten Dam op zijn ‘oude dag’ – hij wordt in november 34 – de opgaande lijn van klasseringen in grote rondes: achtste in de Vuelta van 2012, dertiende in de Tour van vorig jaar.

Sowieso is Ten Dam een laatbloeier. Pas op zijn 27ste tekende hij een contract bij Rabobank, de voorloper van Belkin. Jaren eerder had hij, als renner van de opleidingsploeg van Rabobank, geen kans gekregen in de profformatie. Via kleinere ploegjes werkte hij zich op. Terug bij Rabobank/Belkin was hij eerst luxeknecht in de bergen voor renners als de Rus Denis Mensjov en Robert Gesink. Maar vorig jaar knechtte Gesink zelfs voor hém – en nu lijkt hij Mollema voorbij te streven. Zijn contract loopt nog een jaar door.

Ten Dam staat nog anderhalve minuut en twee plekken achter Mollema. Als hij zijn stijgende lijn voortzet, kan hij zijn ploeggenoot voorbij in de rangschikking. Verhoeven: „Als ik het klassement bekijk, zou Mollema zijn eerste prooi kunnen zijn. Maar ja, dat is een ploeggenoot. Dus daar ga je niet naar kijken.” Feit is wel dat het reciproque vormpeil van de twee renners de verhoudingen in de ploeg verandert. Wie is de kopman die in het restant van de Tour zijn ploeggenoten moet motiveren?

Vrienden zijn Mollema en Ten Dam niet, al is er wel sprake van wederzijds respect. Als ze beiden op een berg in het elitegroepje van overgeblevenen rijden, zie je hen zelden schouder aan schouder. „Je moet toch gewoon rijden voor wat je waard bent”, zegt Ten Dam, gevraagd naar de wisselwerking met Mollema. „Als je zo kort voor de top zit, heeft het geen zin om voor iemand op kop te rijden. Dan moet je gewoon volle bak naar boven.”

Verhoeven laat desgevraagd wel iets doorschemeren over de gewijzigde verhoudingen. „Je moet elkaar motiveren. Laurens heeft drinken en gels meegenomen voor Bauke, dus ze helpen elkaar wel. Als de één de ander voorbijrijdt, is dat weer een stimulans voor de ander om aan te zetten. Maar als er op een gegeven moment niet meer inzit, en dat was nu aan de hand met Bauke, dan houdt het op.”