Ruzie artsen en bestuur in Diakonessenhuis Utrecht

In het Diakonessenhuis in Utrecht wordt „ruw met elkaar omgesprongen.” De Inspectie onderzoekt de zaak.

Het bestuur en de medisch specialisten van het Diakonessenhuis in Utrecht hebben een conflict over het niet melden van incidenten en een „angstcultuur” op de operatiekamers. Het bestuur stuurde hierover in mei een brief aan de Inspectie voor de Gezondheidszorg, schrijft het ziekenhuis op de eigen website.

De Raad van Bestuur van het Diakonessenhuis in Utrecht beschuldigt de eigen medisch specialisten ervan veiligheidsprocedures niet te volgen en incidenten niet te melden. De specialisten vinden juist dat het bestuur „een angstcultuur” heeft gecreëerd. De medische staf zegde daarom eind juni het vertrouwen op in de Raad van Bestuur.

De Inspectie voor de Gezondheidszorg kwam in juli met een voorlopig rapport over het ziekenhuis. In dit rapport - door de NOS gepubliceerd - staat dat er „onvoldoende” wordt geleerd van fouten en dat calamiteiten niet worden gemeld. Nieuwe werkwijzen worden wel geïntroduceerd, maar niet gevolgd door de artsen. In het artsenkorps wordt „wel eens ruw met elkaar omgesprongen.” Verpleegkundigen durven medisch specialisten niet aan te spreken op mogelijke fouten, en onderzoekers van eventuele calamiteiten kunnen hun werk niet goed doen. De Inspectie eist verbeteringen, maar legt volgens een woordvoerder niet direct een maatregel op. De woordvoerder: „Maar dit zijn geen vrijblijvende adviezen. We blijven onderzoek doen naar het ziekenhuis.”

Het ziekenhuis stelt dat de patiëntveiligheid „niet in gevaar” is geweest. Een woordvoerder erkent dat er de afgelopen twee jaar 25 tot 30 calamiteiten zijn gemeld bij de Inspectie, maar dat zou niet meer zijn dan een gemiddeld Nederlands ziekenhuis. Wel start het ziekenhuis een verbeterprogramma. Onder andere zullen alle sterfgevallen voortaan diepgaand worden geanalyseerd en komt er een trainingsprogramma voor artsen dat moet leiden tot minder „vermijdbare sterfte.”