Poetin is gewoon een tweede Gaddafi

Angela Merkel had gelijk: Poetin leeft in een ‘eigen wereld’– een wereld die sterk lijkt op die van dictator Gaddafi, meent Vladislav Inozemtsev

Illustratie Ruben L. Oppenheimer

Het neerhalen van het Maleisische passagiersvliegtuig in Oost-Oekraïne, vermoedelijk door een raket van Russische makelij, afgeschoten door rebellen die steun van Rusland krijgen, zal misschien iets veranderen aan de houding van de Europese leiders tegenover het huidige Rusland en zijn hoogste leider, Vladimir Poetin – iemand die van zijn land gaandeweg een mondiale paria maakt.

Na de Russische inlijving van de Krim stonden veel politici en commentatoren in Europa en de Verenigde Staten klaar om Poetin met Hitler en de Krim met Oostenrijk dan wel Tsjechoslowakije te vergelijken. Naar mijn mening vraagt de almaar voortdurende Oekraïense tragedie om een volstrekt andere, maar wel nauwkeuriger analogie. Poetin is geen dictator die in staat is openlijk zijn troepen uit te sturen om de buurlanden te veroveren. Daartoe mist hij niet alleen het vermogen, maar ook de moed. Zijn stijl is te betitelen als micromilitarisme théâtral, om de formule te lenen die Emmanuel Todd eens gebruikte eens om de politiek van de VS te beschrijven. Hij is niet bereid zich openlijk met de machtigste staten te meten, maar stelt zich tevreden met ‘haarden van instabiliteit’ die hij in een aantal regio’s veroorzaakt, terwijl hij praat over de grootheid en exclusiviteit van zijn geliefde land, zij het niet van de ‘Russische beschaving’.

Dit alles wijst naar een opvallende gelijkenis met een geheel andere historische figuur. Poetin is geen erfgenaam van Hitler, maar veeleer een tijdgenoot en volgeling van een andere dictator, Muammar Gaddafi.

Evenals Gaddafi is Poetin zonder verkiezingen aan de macht gekomen. Natuurlijk is er een verschil tussen een militaire staatsgreep en de benoeming van een erfgenaam, maar de wijzigingen in het Russische politieke stelsel die zich onder Poetin hebben voorgedaan, zijn goed met een totale staatsgreep te vergelijken. De overleden Libische leider en de Russische president staan allebei bekend om hun langdurige en intensieve zoektocht naar een ‘uniek’ politiek systeem: in het eerste geval was dat de Jamahiriya, de heerschappij van het volk, in het tweede de ‘soevereine democratie’.

Beide systemen zouden berusten op een bepaald soort filosofie die de verschillen tussen de bewuste landen en de rest van de beschaafde wereld verabsoluteerde. In beide gevallen leidde het gebrek aan een werkelijk politiek proces tot verafgoding van de leider en een volledige vertekening van diens beeld van de werkelijkheid. Bondskanselier Merkel had volkomen gelijk met haar stelling dat Poetin ‘in een andere wereld leeft’.

Net als Gaddafi regeert Poetin over een land dat geen andere waardevolle bezittingen heeft dan zijn olie, gas en andere natuurlijke rijkdommen. Tijdens zijn ambtstermijn is het aandeel van deze hulpbronnen in de Russische export bijna verdubbeld en het nadert nu de niveaus die voorheen in Libië te zien waren. Net als onder Gaddafi worden deze hulpbronnen onder Poetin beheerd door de staatsbedrijven, terwijl de ‘overheidsdienaren’ van mening zijn dat de staat hun privé-eigendom is. In beide gevallen zijn de leden van de heersende elite de rijkste mensen in hun land en kopen zij actief bezittingen en onroerend goed in de Europese landen.

Evenals Gaddafi bouwt Poetin ‘subtiel’ aan zijn betrekkingen met Europa en zorgt hij dat de Europese leiders in hun omgang met de Russische leider de laatste restjes van hun principes en het besef van hun geweten verliezen. De marktwaarde van het Russische aardgas, dat de EU in grote hoeveelheden koopt, bedraagt minder dan 0,4 procent van het gezamenlijke bruto binnenlands product van de EU, maar de Russische president gebruikt het nu al meer dan tien jaar om de grootste economische macht van de moderne wereld met succes te chanteren. De voorbeelden van oud-kanselier Schröders medewerking aan Gazprom, van Berlusconi’s opportunisme, van de algehele kruiperij van de leiders van Europese energie- en industriebedrijven voor Russische politici, doen denken aan hetzelfde soort relaties op basis van omkoping die Gaddafi enkele decennia geleden in Frankrijk, Italië en andere Europese landen organiseerde. Ik begrijp dat politiek smerig is, maar ik ben wel van mening dat de Europese leiders in deze tijd een minimum aan fatsoen moeten behouden om door de wereld als geheel als betrouwbare partners te worden behandeld.

En net als Gaddafi belijdt Poetin een doctrine gericht op handhaving van een ‘beheerste instabiliteit’ in de landen die grenzen aan zijn grondgebied en koestert hij tegelijk een fanatiek haat jegens de ‘vrije wereld’. Wat de afgelopen jaren is gebeurd in Abchazië en Zuid-Ossetië, Transnistrië en Oost-Oekraïne, vertoont veel gelijkenis met de toestand in de Aouzoustrook in Tsjaad in de jaren 1970, door de Libiërs gedestabiliseerd. We zien een hele reeks van die oude ‘technieken’ langskomen – van de uitgifte van paspoorten aan vreemdelingen en het ingrijpen in buurlanden onder dit voorwendsel, tot de bewapening van huurlingen en ten slotte een rechtstreekse militaire betrokkenheid. Het neerhalen van vlucht MH17 lijkt zowel op de ontploffing van vlucht PanAm103 boven Lockerbie als die van vlucht UTA772 boven Tsjaad, op touw gezet door agenten van Gaddafi in 1988 en 1989 – al deze gevallen werden gevoed door de logica van agressieve exclusiviteit, waarvan Gaddafi een aanhanger was en die nu Poetin in de greep heeft. Europa zou naar mijn mening uit dit alles een eenvoudige les moeten trekken: sancties kunnen zulke excentrieke politici een halt toeroepen, maar zodra ze worden opgeheven of verzacht, gaan deze lui meteen weer verder met hun politiek.

De conclusie van dit alles is eenvoudig. Poetin is een man met wie Europa niets te bespreken heeft. Om met de agressor over Oekraïense vraagstukken te praten betekent voor de Europeanen een zeldzame daad van zelfvernedering. De integratie van Oekraïne in de EU dient te worden beschouwd als een zaak die alleen is voorbehouden aan de Europese Unie en Oekraïne, niet aan Rusland. Pogingen van de Europeanen om ‘rekening te houden’ met de Russische belangen in de regio, zouden zich weleens alleen kunnen beperken tot de belangen van de economische criminelen en huurlingen die nu met hulp van Rusland in Oost-Oekraïne aan de macht zijn. Schamen we ons hier niet voor?

Dat moet de enige vraag worden die bondskanselier Merkel en andere Europese leiders zichzelf stellen. Want de vraag of het zin heeft, is al beantwoord door het lot van de Europeanen die aan boord van dat onzalige vliegtuig waren. Als we willen dat deze slachtoffers niet de laatsten zijn, dan is voortzetting van de ‘dialoog’ met de Kremlinleider de beste keuze.