Interventie is niet realistisch

Nederland is overspoeld door begrijpelijke emoties. Her en der klinkt daardoor de roep om krachtig in te grijpen en desnoods met militaire middelen ervoor te zorgen dat lichamelijke overschotten uit het oosten van Oekraïne worden weggehaald.

Vanzelfsprekend verdient dit laatste de hoogste prioriteit. Het kabinet kiest ervoor om dit doel te bereiken door langs zoveel mogelijk kanalen diplomatieke druk uit te oefenen op Rusland, in de hoop dat president Poetin zijn invloed zal aanwenden op het diffuse gezelschap dat de separatisten in Oekraïne vormen – en dat die invloed doorslaggevend zal zijn.

Om dat doel te bereiken is dus de medewerking nodig van zowel Rusland als de afscheidingsbeweging in Oekraïne. Het ligt niet voor de hand dat krijgshaftige taal daarbij behulpzaam is. Nog los van het feit dat de gevolgen van een militaire confrontatie niet te overzien zijn.

Internationale samenwerking is geboden – niet vergeten dat er ook meer dan honderd doden te betreuren zijn van diverse andere nationaliteiten. Het is duidelijk dat premier Rutte en minister Timmermans van Buitenlandse Zaken hun inspanningen daarop richten, getuige bijvoorbeeld het bezoek dat de laatste vandaag aan de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties in New York brengt. Het mobiliseren van de bondgenoten en andere landen dient ertoe om de druk op Rusland op te voeren. Uitlatingen van bijvoorbeeld de Britse premier Cameron, de Duitse bondskanselier Merkel en de Franse president Hollande laten er geen twijfel over bestaan dat de woede over de vliegtuigramp internationaal wordt gevoeld.

Het is zaak om bij alle emoties het hoofd koel te houden. Het lot van de slachtoffers en hun nabestaanden verdient nu alle aandacht; de vraag wat de gevolgen voor de relatie met Rusland en Oekraïne zullen zijn, komt vanzelf wel aan de orde. Toch is het jammer dat Timmermans afgelopen weekeinde, toen hij in Oekraïne was, niet de gelegenheid te baat heeft genomen om voor het oog van de wereld de rampplek te bezoeken. Dat was van grote symbolische waarde geweest; maar wellicht waren er goede redenen waarom hij daarvan afzag of kreeg hij er eenvoudigweg geen kans voor.

Het kabinet heeft er goed aan gedaan de berging van de stoffelijke overschotten tot prioriteit te maken. „We willen onze mensen terug”, zei Rutte vanochtend. Maar hoe onacceptabel de situatie ook is, het is onverstandig, gevaarlijk en niet-realistisch om de rampplek nu maar met een militaire interventie ‘veilig te stellen’, zoals sommige leunstoelgeneraals afgelopen dagen hebben bepleit.