Het leger inzetten, daar ziet Rutte weinig heil in

Het kabinet kiest voor de diplomatieke aanpak.Naar schuldigen wordt niet gewezen.

Tientallen lichamen van slachtoffers liggen in gekoelde treinwagons op een station in Torez, 15 kilometer van de rampplek. foto’s Reuters

Opereert het kabinet niet veel te voorzichtig tegenover de separatisten in Oost-Oekraïne die het onderzoek naar de vliegramp met Malaysia Airlines en het bergen van de stoffelijke overschotten nu al dagenlang bemoeilijken? En moet Rusland, dat de Oekraïense afscheidingsbeweging steunt, niet veel harder worden aangepakt? De discussie in de samenleving zwelt aan en vergt van het kabinet behoedzaam lavaren.

„Ingrijpen!” schreef De Telegraaf gisteren op de voorpagina van de digitale zondageditie. „De maat is vol”, aldus de krant die altijd een fijne neus heeft voor wat er onder „het volk” leeft. Op Twitter vroeg The New York Times-columnist Roger Cohen zich verbaasd af wat er aan de hand was met de Nederlanders. „Is dit het Srebrenica-syndroom of zo? Ik begrijp de passiviteit niet van Nederland wiens burgers zijn vermoord.”

Maar het kabinet blijft onder leiding van premier Rutte kiezen voor de voorzichtige, diplomatieke aanpak waarbij het wijzen naar eventuele schuldigen zorgvuldig wordt vermeden. Ook gisteren zei Rutte op een persconferentie dat op dit moment het belangrijkste is dat de lichamen terugkomen. En verder wil Nederland dat het internationaal onafhankelijk onderzoek kan beginnen. Dit nu al met militaire kracht afdwingen ziet hij niet zitten, maakte Rutte duidelijk. Hij kiest er vooralsnog voor in gesprekken met zijn Britse collega Cameron en zijn Duitse ambtgenoot Merkel om alle betrokkenen zover te krijgen dat dit onderzoek mogelijk wordt gemaakt. Daarover zou hij gisteravond eveneens opnieuw een telefoongesprek hebben met de Russische president Poetin.

Ongeduld

Het ongeduld bij het kabinet neemt ondertussen wel toe. Rutte noemde afgelopen zaterdag de wijze waarop separatisten door het rampgebied liepen en met persoonlijke bezittingen omgingen „walgelijk”. Gisteren noemde hij de vertraging bij de berging van de lichamen niet acceptabel. „Dit had twee dagen geleden al moeten gebeuren”, aldus Rutte. Ook verhaalde hij van een „intens en zeer persoonlijk” telefoongesprek met de Russische president Poetin waarin hij hem opnieuw had opgeroepen zijn verantwoordelijkheid te nemen voor de Russische separatisten die het werken van internationale hulpverleners op de rampplek bemoeilijken.

De commissie voor Buitenlandse Zaken van de Tweede Kamer wordt vanmorgen geïnformeerd door premier Rutte samen met de ministers Opstelten en Plasterk. In de Tweede Kamer wordt nu nog een terughoudende positie ingenomen ten aanzien van de aanpak van het kabinet.

Het Tweede Kamerlid Sjoerd Sjoerdsma (D66) die vorig jaar ten tijde van de incidenten rondom het Nederland-Ruslandjaar het kabinet een te voorzichtig optreden verweet tegenover Rusland, vindt het te vroeg om te oordelen. Maar hij vindt wel dat Nederlandse bewindspersonen „heel cynisch” naar de Russische president Poetin moeten kijken. „Voor hem is er maar één belang dat is zijn belang”, meent Sjoersma. Tweede Kamerlid Han ten Broeke (VVD) ondersteunt de aanpak van het kabinet die hij „heel helder” noemt. Ook voor hem is het van belang dat de repatriëring op gang komt en het bewijs „wat daar nog van over is” wordt veiliggesteld. „De geo-politieke aspecten komen direct daarna”, aldus Ten Broeke.