Geliefd en dan opeens weg

Volendam rouwt.Net als zoveel steden, dorpen en gehuchten in Nederland. In het winkelcentrum worden bloemen neergelegd voor twee slachtoffers.

Nooit eerder stonden er zoveel bloemen voor de ramen van Neeltje’s Bloemen. Aan de bloemen hangen kaartjes met handgeschreven teksten. „Vorige week heb je mij nog verteld wat jullie allemaal gingen doen op Bali”. „Ik kan het niet begrijpen.” „Twee positieve mensen in het begin van hun leven, twee zo geliefde mensen, zomaar weggehaald.”

De bloemen zijn neergelegd door vaste klanten. Door niet zo vaste klanten. Onbekenden. Door een vrouw die haar moeder goed kende. Door een jongen die met hem in de band speelde. Door de slager. De loodgieter. Door mensen die hun hand voor hun mond slaan. De meesten schrijven wat in het condoleanceboek. Vaak huilend.

„Ik doe het voor de familie, dat is het minste wat ik kan doen”, zegt Suzanne Veerman. Ze nam vaak een boeketje mee bij Neeltje’s Bloemen als ze boodschappen gedaan had in het winkelcentrum. „Ik kan het nog steeds niet bevatten.”

Nog meer bloemen

Als zij weer op haar fiets stapt, stappen andere mensen af. Nog meer bloemen. Zeven zonnebloemen van een vrouw die haar handen tegen haar wangen drukt als ze de bloemenzee ziet. „O, wat is dit erg, wat is dit erg.” Een rode roos van een oude man met een rollator. „Een ongeluk is tragisch, maar dit kan ik niet begrijpen.”

Volendam rouwt. Net als zoveel steden, dorpen en gehuchten in Nederland. Verslagenheid overheerst. Maar er is ook steeds meer woede.

„Het is beestachtig hoe dit afgerond wordt”, zegt Truus Hoekstra bij de bloemen in Volendam. Ze heeft net de broer van de overleden jongen de hand geschud en gecondoleerd. „Moet je voorstellen dat een ander over de spullen beschikt die van jouw overleden broer waren. Wat denk je hoe dierbaar het kan zijn om nog een paspoort van je broer te hebben, of van je overleden kind. Iets tastbaars. En dat wordt dan weggenomen.”