Geef de slachtoffers geen gezicht

Zondagochtend stond bovenaan mijn Facebook-timeline een filmpje van CNN. Het werd met me gedeeld door een familielid van een MH17-slachtoffer – iemand die het nieuws heel dicht bij mij bracht. Zij was met haar vriend op weg naar vakantie in Indonesië. Het filmpje ging over haar en ik klikte erop.

Meteen was daar haar gezicht. CNN toonde foto’s van haar, afkomstig van de Amerikaanse universiteit waar ze studeerde, maar ook de foto die ze donderdagmiddag vlak voor vertrek zelf op Facebook had gezet. Ondertussen vertelde haar Amerikaanse roommate telefonisch hoe ze had vernomen dat haar vriendin in het vliegtuig zat: via Facebook. Ze gaf ook met liefde het gevraagde eerbetoon: ze was „een echte vriendin”, iemand die je „vertelde wat je moest horen, niet wat je wilde horen”.

De woorden waren liefdevol, het item was respectvoller dan dat het sensatiebelust was. Toch ben ik blij dat het filmpje tot op heden niet op de Nederlandse televisie is langsgekomen.

De nieuwsprogramma’s hielden zich dit weekend vooral met iets anders bezig. Ze deden waar ze goed in waren: het nieuws brengen en duiden – er was dan ook genoeg te melden.

Maar alle actualiteitenrubrieken toonden ook dat de Nederlandse samenleving massaal treurt, en dan lag ramptoerisme op de loer. „Van sommige slachtoffers liggen er ook foto’s. Dat is héél aangrijpend, zeker voor de directe familieleden”, schmierde de verslaggever van RTL Nieuws die zondag bij de bloemen op Schiphol was.

Dat was op het randje, net als de melodramatische EenVandaag-reportage van vrijdag, over een omgekomen stel uit Volendam. „Ze hebben het hele jaar hard gewerkt, en dan wordt hun vliegtuig gewoon uit de lucht geschoten”, tierde de verslaggeefster, die Neeltje per ongeluk Nel noemde. Er volgden schermvullende foto’s van het stel, huilende Volendammers, pianomuziek.

Het Jeugdjournaal van zaterdag vond de beste balans. Wél tonen dat er rouwberichten op de websites van scholen en sportclubs staan, maar foto’s en namen waren vaag of onleesbaar gemaakt. Zo kregen niet de slachtoffers een gezicht, maar wel het verdriet van de nabestaanden. Ook het NOS-achtuurjournaal toonde gisteren rouwenden, in een reeks beelden van regionale omroepen. Soms werd een slachtoffer bij naam genoemd, maar vluchtig. Het wereldverdriet stond centraal. Het nieuwsfeit.

Zaterdagochtend deed het me pijn om in enkele kranten de namen en foto’s te zien van de twee slachtoffers die ik kende. Ook al was dat misschien de wens van de familie, die er troost uit putte, die publicatie is een betwistbare journalistieke beslissing.

Ze waren geen publieke figuren en kozen er niet voor postuum beroemd te worden. Wat hun overkwam is nieuws. Zijzelf niet.

En waarom moeten de MH17-slachtoffers eigenlijk een gezicht krijgen? Totdat iemand me dat kan uitleggen, vind ik dat de rest van de wereld niets te maken heeft met de slachtoffers, die in de besloten openbaarheid van Facebook herdacht worden. En ik ben blij dat ik op de Nederlandse televisie nog niet ongevraagd word geconfronteerd met de emotiezoekerij à la CNN. Ik zag het op Facebook en klikte erop, dat is het verschil.