De Louis van Gaal van het rugby

Het Nieuw-Zeelandse rugby-sevensteam verbleef in Nederland ter voorbereiding op een toernooi.Hun succescoach Gordon Tietjens lijkt op Louis van Gaal.

Het nationale rugby-sevensteam van Nieuw-Zeeland doet voor een training de traditionele Haka op het strand van Egmond aan Zee. Foto Leo Vogelzang

Hij is kaal, draagt een short met een nietszeggend T-shirt en loopt op slippers door een hotel in Egmond aan Zee. Als anonymus versmelt hij met de vele badgasten. Zo’n profiel associeer je niet met de bondscoach die van het Nieuw-Zeelandse sevens-team een rugbymachine heeft gemaakt. Maar vergis je niet, de man op slippers is een man van eer: Sir Gordon Frederick Tietjens. Een Nieuw-Zeelandse rugbycoach met enorm veel successen.

De Hollandse kuststreek is de laatste pleisterplaats van een reis naar Glasgow, waar Gordon Tietjens en zijn rugbymannen komend weekeinde bij de Gemenebest Spelen worden geacht opnieuw te zegevieren. Wie anders? The All Blacks hebben alle gouden medailles gewonnen vanaf het jaar (1998) dat rugby-sevens aan het programma is toegevoegd. En keer op keer onder leiding van Tietjens, die Nieuw-Zeeland ook nog eens tien titels in de Sevens World Series heeft gebracht. Zijn successen hebben hem na twintig jaar in rugbyland iconische faam gebracht.

Die coach gaf zaterdag zijn geheimen prijs aan een tiental Nederlandse coaches, van wie Marianne Timmer (schaatsen) en Jeroen Otter (shorttrack) de bekendsten waren.

Wat is zijn aanpak?

De kracht van zijn werkwijze ligt op het mentale vlak. De Nieuw-Zeelander dankt zijn succes vooral aan de manier waarop hij een team samenstelt en voorbereidt op toernooien. Dan zijn er opvallende raakvlakken met de aanpak van Louis van Gaal tijdens het WK voetbal in Brazilië.

Tietjens gaat uit van de kracht van het team, niet van het individu; misschien nog wel sterker dan Van Gaal dat op het WK deed. Maar Tietjens lijkt in het geheel niet op Van Gaal, noch qua uiterlijk, noch qua presentatie. Hun grootste gemene deler is zelfverzekerdheid.

Les één van Tietjens: zoek niet naar de beste spelers, maar naar het beste team. Waarbij deze coach makkelijk praten heeft, want in Nieuw-Zeeland heeft hij de keus uit veel rugbytalenten.

Strategische zet van Tietjens: hij kiest alleen jonge, talentvolle spelers, die hij, samen met zijn staf van vijf specialisten, vormt en kneedt. Op die manier heeft Tietjens in twintig jaar zo’n veertig spelers naar de top geleid.

Je moet een ‘groene’ rugbyer zijn

Gevraagd naar een verklaring voor zijn succes noemt Tietjens vier componenten: hij is traditioneel, gepassioneerd, gedisciplineerd en compromisloos. Aan die kenmerken voegt hij een vleugje menselijke warmte toe, vergelijkbaar met het totale-mens-principe dat Van Gaal toepast. „Ik bouw ook een relatie op met de ouders. Ik wil dat iedereen, dus ook pa en ma, zich committeert aan het team. Die samenhang is essentieel. Daarom hecht ik niet zo sterk aan topspelers; die kun je in de eerste minuut van een toernooi verliezen.”

Het team, altijd het team, daar draait het om bij Tietjens. En om de samenhang te versterken past hij een kleurtheorie toe. Grofweg verdeelt Tietjens zijn spelers over de kleuren rood, geel en groen. Hij werkt toe naar een team van overwegend ‘groene’ spelers. Van een minderheid gedoogt hij het ‘gele’ label, maar ‘rood’ is onacceptabel. Die komen er niet in of verwijdert Tietjens. In zijn terminologie: „Red always rings the bell, yellow sometimes rings the bell and green never rings the bell.”

De selectie waarmee Tientjes bij de Gemenebest Spelen aantreedt is volgen hem zeventig procent ‘groen’ en dertig procent ‘geel’. Groene kenmerken zijn: sociaal, geduldig, attent, betrouwbaar, dienstbaar, loyaal, kortom de ware teamspeler. Wat wil een coach nog meer. Geel staat voor: vriendelijk, enthousiast, hartelijk, optimistisch, inspirerend, maar ook praatgraag. En rood geldt als: dynamisch, besluitvaardig, voortvarend, maar ook direct, confronterend en onafhankelijk; vooral die laatste drie karaktertrekken kunnen botsen met het teambelang. In de ogen van Tietjens „doet ‘rood’ nooit genoeg.”

Het mantra van Tietjens is dat winnen een veelzijdig proces is, dat begint met het creëren van een cultuur. Die baseert hij op: eenheid, eensgezindheid – compromisloos alles voor elkaar over hebben –, passie en een sterk arbeidsethos. Aan die uitgangspunten doet Tietjens geen concessies.

In Nieuw-Zeeland worden die eigenschappen verstekt door de cultuur van de sport. Het bekendste is de Haka, het Maori-ritueel dat voorafgaande aan elke wedstrijd wordt uitgevoerd en altijd weer imponeert. Minder bekend, maar vooral ingrijpend voor de spelers is de overhandiging van het shirt van de All Blacks. Dat gebeurt doorgaans door een oud-speler. Het zwarte shirt trek je niet zo maar even aan. Nee, het gevoel wordt overgedragen dat je uitverkoren bent. Een All Black ben je tot diep in je ziel.