De Freekmoeheid is verdwenen

In een sterke eerste aflevering vanZomergasten vertelde ‘Broodtrooster’ Freek de Jonge niet over humor en cabaret, maar had hij het vooral over de begrippen vertrouwen, discipline en concentratie.

Het is moeilijk om neutraal aan Freek de Jonge te denken – na vijfenveertig jaar theatervoorstellingen, een nummer één hit en vele optredens in de media meen je hem te kennen. Je ziet de bril, je hoort het hese, raspende stemgeluid.

Er zijn Freekliefhebbers en Freekhaters, maar ik voelde ook een lichte Freekmoeheid: het gevoel dat je met een afstandsbediening die felle, moralistische man even op mute wil zetten om gewoon te genieten van een gezellig liedje van DJ Bobo.

Van tevoren vraag ik me af of we een avond lang gesticht zullen worden (met name omdat dit woord voor mij altijd associaties met brandjes en het gekkenhuis oproept). Maar de drie uur daarna denk ik vooral: als dit de les lezen is, wil ik altijd wel zo onderwezen worden.

Het derde fragment van de avond komt uit de documentaire The Story of the Weeping Camel (Byambasuren Davaa, Luigi Falorni, 2003). Bij een groep Mongoolse nomaden dreigt een kamelenjong te verhongeren omdat het is verstoten door zijn moeder. Er wordt de hulp van een sjamaan ingeroepen, die door middel van traditionele muziek de kameel probeert te bezweren. Als het jong eindelijk drinkt, knippert de moeder tranen uit haar grote, droevige kamelenogen – de snijdende toendrawind, of toch iets anders?

En terwijl De Jonge (met een nogal geromantiseerde blik) opmerkt dat dit ‘het leven is zoals we willen dat het was: maakbaar en natuurlijk tegelijk’, blijft mij vooral de sjamaan bij: een buitenstaander die voor troost zorgt. Hoe te leven, daar gaat het over. Dat is vaak reden genoeg om als toehoorder te gaan steigeren, maar De Jonge overtuigt met zijn rustige, open betoog. De sjamaan Freek de Jonge. De Broodtrooster, zoals hij zelf zegt. Die niet uitweidt over humor of cabaret, maar over verdriet, obstructies en de succesvolle drietrapsraket van de begrippen vertrouwen, discipline en concentratie.

Zo achter elkaar had het naast een chakra-schema in een zelfhulpboek kunnen staan. Maar het is een sterk en praktisch recept, of je nu topsporter of dichter wil worden, dat bovendien geïllustreerd wordt door fragmenten die geen van allen vervelen.

Zo komt het gesprek op vertrouwen na een fragment uit Pina (Wim Wenders, 2011) waarin een balletdanseres zich plat naar voren laat vallen en pas op het laatste moment door haar partner wordt opgevangen. Aan de hand van de Britse tv-serie The Choir, waarin dirigent Gareth Malone een koor probeert te maken van een groep vrouwen die thuis zitten terwijl hun man vecht in Afghanistan, gaat het over discipline – eerst is de groep nerveus en onzeker, pas na vele repetities vormen ze een eenheid. En uiteindelijk zien we de opperste concentratie van golfer Tiger Woods, die zo’n onmogelijke bal put dat je stiekem een radiografisch bestuurbaar golfballetje vermoedt. De nuchtere, goede vragen van Wilfried de Jong zorgen ervoor dat De Jonge helder blijft vertellen. Wat overheerst is de zachte blik – de troost van een buitenstaander die vertelt hoe te leven.