Compensatie vliegramp is complex en tijdrovend

Foto AFP

Het duurde twee jaar, maar toen waren ze er eindelijk uit. De nabestaanden van de slachtoffers van een andere vliegramp, die met het Afriqiyah-toestel dat in 2010 neerstortte nabij Tripoli, Libië, kregen een schadevergoeding.

De ramp in Libië is waarschijnlijk illustratief voor wat nabestaanden van de slachtoffers van vlucht MH17 te wachten staat. Vast staat dat ze recht hebben op een schadevergoeding. Maar die komt er meestal niet zomaar. Het kan lang duren en er moet vaak (stevig) onderhandeld worden.

Compensatie voor leed

In het geval van het Afriqiyah-toestel bleef de verzekeraar van de luchtvaartmaatschappij aansprakelijkheid weigeren – in 2012 was het onderzoek nog steeds niet afgerond en dus kon niet worden vastgesteld of Afriqiyah iets te verwijten viel.

Maar er werd toch een akkoord gesloten over een schadevergoeding voor nabestaanden. De nabestaanden van zo’n zestig slachtoffers (van de in totaal 103 doden) kregen van Afriqiyah een compensatiebedrag voor hun leed en onkosten. Hoeveel is nooit bekend geworden. Geheimhouding was onderdeel van de ‘schikkingovereenkomst’.

Nabestaanden moeten binnen twee jaar na de ramp een verzoek om compensatie hebben ingediend. “Het is een kwestie van onderhandelen om de beste resultaten te krijgen”, zegt advocatenkantoor SAP op zijn website. Dat kantoor stond nabestaanden bij van slachtoffers van de vliegramp nabij Tripoli.

Verdrag van Montreal

Bij vliegrampen is het wettelijk zo geregeld dat luchtvaartmaatschappijen in ieder geval de schade moeten vergoeden tot een bedrag van 114.000 euro (waarmee de schade voor Malaysia Airlines kan uitkomen op 35 miljoen euro). Ook als de ramp buiten hun schuld om is veroorzaakt. Dat is zo geregeld in het Verdrag van Montreal, een internationaal akkoord uit 2004 waarin aansprakelijkheidskwesties in de luchtvaartbranche mondiaal worden geregeld.

Dat bedrag krijgt een nabestaande niet zomaar. Vaak volgt eerst een discussie met de advocaten van de luchtvaartmaatschappij over welk recht van toepassing is: in het geval van de ramp met de MH17 het Nederlandse of het Maleisische. Het toepasselijke recht bepaalt welke soorten schade je mag claimen en welke niet. Alleen als de ‘claimbare’ schade oploopt tot 114.000 euro, krijgen de gedupeerden 114.000 euro. Anders minder.

Onder het Nederlandse recht zijn er andere dingen die je mag claimen dan onder het Maleisische. In Nederland is het bijvoorbeeld gebruikelijk dat nabestaanden begrafeniskosten mogen opvoeren en ‘gederfd levensonderhoud’. Dat houdt in: het weggevallen van de inkomsten van de partner, maar ook ‘kosten’ voor dingen die hij of zij in huis deed (zorg voor de kinderen, het huishouden).

Als alle schade boven de 114.000 euro uitkomt, bijvoorbeeld omdat de omgekomen partner een hoog salaris had, wordt het nog ingewikkelder. Schade boven de 114.000 euro hoeft de luchtvaartmaatschappij niet automatisch te vergoeden. Als zij kan aantonen dat de ramp niet haar schuld was, kan zij niet aansprakelijk worden gesteld voor die schade.

Vlucht boven oorlogsgebied

In het geval van de ramp met de MH17 lijkt dat een weg die Malaysia Airlines kan gaan bewandelen. Het lijkt er immers sterk op dat het toestel is verongelukt door een raketaanval.

Niettemin zullen advocaten van nabestaanden dan waarschijnlijk proberen aan te tonen dat de luchtvaartmaatschappij toch blaam treft, omdat het willens en wetens boven een oorlogsgebied zou hebben gevlogen. Andere vliegtuigmaatschappijen meden het gebied bijvoorbeeld wel.

De uitkomsten in zulke zaken zijn altijd onzeker. Eind 2013 moest American Airlines een schikking treffen met nabestaanden van werknemers van de financiële dienstverlener Cantor Fitzgerald die waren omgekomen bij de aanslag op de Twin Towers in 2001. Die werknemers zaten in de Twin Towers. American Airlines vond dat zij niet verantwoordelijk kon worden gehouden omdat terroristen het vliegtuig hadden gekaapt. Maar Cantor Fitzgerald vond van wel, omdat het de luchtvaartmaatschappij veiligheidsprocedures niet zou hebben nageleefd. Cantor Fitzgerald slaagde er uiteindelijk in een megaschikking los te krijgen.

Turkish Airlines

Wat tegenwoordig steeds vaker voorkomt, is dat nabestaanden ook langs andere wegen proberen schade vergoed te krijgen. Ze proberen bijvoorbeeld de fabrikant van het vliegtuig aansprakelijk te stellen. Dat gebeurde bij de ramp met het Turkish Airlines vliegtuig dat in 2009 in een weiland bij Schiphol neerstortte. Daarbij vielen negen doden.

Het ongeluk zou het gevolg zijn geweest van problemen met de hoogtemeter. Advocaten in de VS stelden daarop Boeing aansprakelijk. Nederlandse advocaten sloten zich namens nabestaanden hier aan bij de zaak. De wetgeving in de VS is ruimer om schade vergoed te krijgen. Uiteindelijk kwam er voor verschillende nabestaanden een regeling. Daar ging echter ook weer drie jaar overheen. Hoeveel de nabestaanden kregen, is niet bekend. Ook daar gold een geheimhoudingsplicht.

Voorschot

Luchtvaartmaatschappijen zijn verplicht om binnen 21 dagen de “eerste economisch nood te lenigen” voor nabestaanden bij een vliegramp. Dat is zo geregeld in het Verdrag van Montreal. Maximaal gaat het om zo’n 16.000 euro. Dat bedrag geldt als voorschot op de latere, totale schadevergoeding.

Directeur Huib Gorter van Malaysia Airlines in Europa kondigde vorige week aan dat zijn bedrijf nabestaanden 3.700 euro gaat geven om hun “tegemoet te komen” in de kosten in deze moeilijk tijd. “De geschiedenis wijst uit dat mensen naar de plek willen waar het ongeluk is gebeurd. Er is een emotionele noodzakelijkheid”. Het gaat hier dus om een verplicht voorschot.

Molestclausule

Nederlandse verzekeraars zullen geen beroep doen op de zogeheten molestclausules in de contracten met hun polishouders. Dat heeft het Verbond van Verzekeraars, de brancheorganisatie van verzekeringsmaatschappijen, laten weten. Volgens die clausules hoeft een verzekeraar geen geld uit te keren als een klant is omgekomen bij een aanslag of een terreurdaad. De verzekeraars zien echter collectief af van dat ‘recht’, aldus het verbond.

Dergelijke clausules zitten standaard in allerlei schade-, uitvaart-, levens-, en pensioenverzekeringen. Volgens het verbond is dat omdat verzekeringsmaatschappijen anders te veel risico’s op zich zouden kunnen nemen – bijvoorbeeld door iemand te verzekeren die veelvuldig naar oorlogsgebieden reist. Dat zou de kosten van polissen voor andere verzekerden kunnen verhogen, omdat die risico’s ergens terugverdiend moeten worden.