Alles valt uit elkaar in Gaza: huizen, mensen, kinderen

Hamas en Israël leverden gisteren de hevigste gevechten sinds het begin van het grondoffensief in Gaza. Israël probeerde een dichtbevolkte wijk in te nemen en doodde 102 Palestijnen.

Israëlische soldaten evacueren een gewonde collega bij de grens met Gaza. Foto’s AFP

Alles valt uit elkaar in Gaza. De bestanden, de huizen, de mensen, en de kinderen. Deze zondagochtend begint wederom met zware Israëlische bombardementen in het centrum van Gaza-Stad en enkele buitenwijken. Al snel komen de eerste berichten dat in de wijk Shejaia meer aan de hand is dan de zware beschietingen van de laatste dagen.

Auto’s en ziekenwagens arriveren met tientallen gewonden bij het Shifa-ziekenhuis, gevolgd door honderden vluchtelingen die doodsbang proberen een veilige plek te vinden. „Massale bombardementen door F-16’s”, zegt een man die zijn gewonde dochter op zijn arm draagt.

Hamas en Israël leverden gisteren de hevigste gevechten sinds het begin van het grondoffensief donderdag in de Palestijnse Gazastrook. Volgens de Israëlische premier Netanyahu gaat het om een beperkt offensief, niet gericht op het ontmantelen van de regering van Hamas of op een blijvende Israëlische aanwezigheid in Gaza. Het Israëlische leger leek zich de eerste dagen van het grondoffensief te concentreren op enkele plekken in de strook waar Hamas veel ondergrondse raketlanceerbuizen en tunnels zou hebben.

De ernstige escalatie van het geweld houdt deze zondag verband met pogingen van het Israëlische leger om met grondtroepen Shejaia in te nemen – premier Netanyahu noemde de drukbevolkte wijk een „haard van terrorisme”. Met dertien dode soldaten lijdt Israël de grootste verliezen op een dag sinds 2006. Maar met 102 Palestijnse doden zijn het de burgers van Shejaia die het werkelijke inferno moeten ondergaan. Duizenden Palestijnen zijn het gebied ontvlucht.

Wit lijkkleedje

Het eerste slachtoffer dat deze ochtend het ziekenhuis wordt binnengebracht, is een Palestijns meisje met bruine krulletjes dat hevig trilt van de shock. Ze heeft verwondingen aan haar linkerbeen en volgens een arts zit er mogelijk nog een stuk metaal in haar bovenrug. „Ze heet Nawal”, zegt haar tante Iman, terwijl ze het kleine meisje probeert te kalmeren.

„We sliepen vanochtend nog in het huis van mijn broer in Shejaiya”, vertelt Iman. „Mijn broer en zijn echtgenote, hun vijf dochters en ik. Toen begonnen F-16-bommen in de wijk te vallen en werden de muren van het huis omver geblazen. We kropen uit het puin en werden afgevoerd in de auto’s van enkele wijkbewoners.”

In het ziekenhuis kan tante Iman weinig meer doen dan het hoofdje van de kleine Nawal liefkozend vasthouden. Ze heeft net gezien hoe Nawals zesjarige zusje Tala is overleden. „Tala’s hersenen hingen uit haar schedel, ik wist dat ze het niet zou overleven”, zegt ze in tranen. Verderop wordt de kleine Tala in een wit lijkkleedje naar buiten gebracht. De vader en moeder van Nawal en Tala raakten ook gewond, maar tante Iman weet niet waar ze zijn.

Ondertussen blijven de gewonden binnenstromen in het ziekenhuis. Vluchtelingen vertellen hoe ze hebben gewacht tot een bombardementpauze, om dan in blinde paniek hun huizen uit te vluchten, biddend dat er inderdaad een pauze was. In de straten en huizen liggen nog tientallen lijken, vertellen ze.

Een grasveld achter het Shifa-ziekenhuis vult zich intussen met honderden vluchtelingen, die geen huis meer hebben en niet weten waar ze nog veilig zijn. De bommen van de Israëlische luchtmacht vallen overal in de Gazastrook, schuilkelders voor burgers zijn er nauwelijks. Het Israëlische leger verzoekt mensen die in de buurt van doelwitten wonen te vertrekken. De Palestijnen vragen zich af: waarheen? Het parkje achter het ziekenhuis lijkt voor sommigen de veiligste plek.

De VN-missie in Palestina, UNRWA, probeert sinds het begin van het conflict zoveel mogelijk vluchtelingen onder te brengen in schooltjes, die tijdens deze zomervakantie dienst doen als ‘opvanghuizen’. Daar zijn tot nu toe al ruim 83.000 mensen ondergebracht. UNRWA probeert deze zondag ook honderden vluchtelingen, die bij het ziekenhuis bivakkeerden, naar deze schooltjes te brengen.

Eén grote ruïne

Even na de middag komt het bericht dat Israël en Hamas op verzoek van het Rode Kruis een ‘humanitair bestand’ van twee uur hebben aanvaard voor Shejaia, zodat de lijken, gewonden en resterende burgers zouden kunnen worden afgevoerd. Eén van de hoofdstraten van de wijk blijkt in puin te zijn geschoten. Elk huis is door bommen geraakt, vele tientallen op een rij, allemaal met grote gaten en weggerukte ramen. Enkele huizen staan nog in brand, dikke zwarte rookwolken hangen boven de wijk. De Israëlische F-16’s en tanks hebben Shejaia veranderd in één grote ruïne.

Afgelopen vrijdag lag Shejaia, een wirwar van smalle straatjes en ongerepte ruwe armenwoningen, ook al onder vuur van het Israëlische leger. In het huis van de familie Amtez zijn de avond tevoren drie doden gevallen toen een tankgranaat het huis trof.

De neefjes Muhamed (2,5 jaar), Muhamed Ibrahim (13) en Abed (24) kregen de scherven van de granaat en het scherpe gruis van de muren in hun gezicht. „Vooral de kleine Muhamed was erg toegetakeld”, vertelt hun oom Radi Saudi (56). „We hebben hem in stukken moeten oprapen en begraven.”

„De Israëlische tanks staan sinds het begin van het grondoffensief afgelopen donderdag maar op een kilometer van hier”, legt Saudi uit. Dat was ook de reden waarom Shejaia zo overbevolkt was: duizenden Palestijnen die in de groene rand rond Gaza-Stad woonden, zochten een veilig heenkomen bij familieleden in de wijk. Zo verdrievoudigde het inwonertal in enkele uren. Maar niemand voelt zich er echt veilig.

In het huis van de familie-Amtez liggen twee dagen eerder nog drie bloedplassen van de omgekomen jongens, de weeë geur van bloed vult het huis. Buiten spelen enkele kinderen. „Ik kende die kinderen die hier zijn gestorven”, vertelt Hadeel Habeeb, een meisje van 10, gekleed in een roze T-shirt. „Nu kan ik ’s nachts helemaal niet meer slapen.”

Doorzeefde ziekenwagen

Shejaia eind zondagmiddag, tijdens het humanitaire bestand. In de hoofdstraat staat een doorzeefde ziekenwagen – verplegers van het Shifa-ziekenhuis hebben al gezegd dat ze ’s ochtends zijn beschoten toen ze gewonden probeerden weg te halen. Nu rijden ziekenwagens heen en weer met gewonden en lijken. Brandweerwagens proberen de branden te blussen. Enkele overgebleven wijkbewoners komen beduusd aanwandelen. „Gaza is veranderd in Syrië”, stamelt Nadal, een jongen van 24.

Plots weerklinkt het ijle gefluit van een Israëlische bom. Een halve seconde, dan een droge ontploffing slechts even verderop. Er dwarrelt gruis neer van de omliggende gebouwen. Enkele seconden later volgt weer gefluit, en nog een knal. Het bestand moet op dat moment nog drie kwartier gelden, maar het wordt meteen geschonden. Israël en Hamas geven elkaar de schuld.

„Ik woon in het centrum van Gaza-Stad en elke nacht wordt onze wijk gebombardeerd”, vertelt Asmaa al-Ghoul (33), een bekende burgeractiviste en journaliste in Gaza. „Dus zit ik elke nacht met mijn dochtertje van twee en mijn zoon van tien thuis te wachten tot de bommen beginnen te vallen. Soms begint het om 2 uur ’s nachts, soms om 3 uur. Onze angst tijdens dat wachten is misschien groter dan tijdens het bombardement zelf. Elke nacht opnieuw.”