‘Wat moet in welke zak? Niemand weet het.’ Verslag vanaf de rampplek

Oekraiënse reddingwerkers bergen lichamen van slachtoffers. Foto ANP / Pierre Crom

Fotograaf Pierre Crom was in Donetsk toen het nieuws van de crash kwam. Twee uur later was hij op de plaats van de ramp en schreef hij een eerste verslag. Hieronder zijn ervaringen van gisteren.

Het hotelontbijt is vanochtend verhuisd naar een grotere ruimte. Verslaggevers uit de hele wereld arriveren in een van de nog open luxe “Euro 2012″-hotels van Donetsk. Het lijkt op een reünie: Paul uit Zweden, Bulent uit Turkije, John uit Amerika, Sergei uit Moskou, om er maar een paar op te noemen. Het is onderling gezellig, maar iedereen weet wat te verwachten: twee uur reistijd, de gevaren van een oorlogsgebied en de ons bekende lucht van ontbindende stoffelijk overschotten.

Waarom is het vliegtuig neergestort? Veel speculaties en propaganda. Een fatsoenlijk onderzoek is zelfs de slachtoffers niet gegund.

Bijna 48 uur na de ramp komen reddingswerkers en een onderzoeksteam in beweging. Het weiland is veranderd in een rampgebied. Overal liggen lijken en stukken daarvan, tussen kilometers zonnebloemen, koren en maisvelden.

Hooguit twintig reddingswerkers doen hun best om de stoffelijk overschotten te verzamelen in body bags. Een verminkt lichaam zit nog vast in zijn stoel. De veiligheidsriem moet eerst los. Een metallische klik, het lukt in één keer.

Het wordt de vier reddingswerkers te veel. Dan maar twintig meter opschuiven en daar verdergaan.

Inmiddels liggen 57 bodybags langs de weg, met stukjes ernaast, tussen de klavertjes. Een oor, een voet, een niet te identificeren lichaamsdeel. Wat moet in welke zak? Niemand durft het te zeggen.

De warme zomerwind doet een zak openwaaien. Het intacte, ontblote lichaam van een blonde puber, ogen en mond wijd open. Er missen drie voortanden.

De gekoelde, opblaasbare, oranje tenten dienen als rustplaats voor de reddingswerkers. De pro-Russische rebellen hebben de regie hier. Een stoet van witte jeeps is in de verte te zien. Bewapende separatisten lopen richting de auto’s, de opvliegende commandant voorop. Er hangt een machinegeweer om zijn nek.

De OVSE-missie is terug voor dag twee - en wordt meteen weer weggestuurd. Na telefonisch overleg krijgen ze alsnog access all areas. Maar, beveelt de commandant: wel op de geasfalteerde weg blijven.

Na een lange wandeling dwars door het gebied zijn de waarnemers en verslaggevers vertrokken. Veel omwonenden lopen buiten met bloemen. De lokale priester arriveert voor een herdenkingsdienst. Hij preekt voor eenheid. Vrouwen huilen.

Waarom ben ik hier de enige fotograaf? Behalve Paul uit Zweden dan. Die is ook altijd overal.

Een vrouw herkent me en nodigt ons uit bij haar thuis voor een maaltijd. We krijgen er wifi bij - de foto’s moeten eerst worden verstuurd.

Het bedekte stoffelijk overschot van een slachtoffer. Foto ANP / Pierre Crom

Oekraïense reddingwerkers bergen lichamen. Foto ANP / Pierre Crom

Ik ben weer terug bij de reddingswerkers. De bodybags zijn opgestapeld in drie vrachtwagens, klaar om te vertrekken naar een onbekende bestemming.

De nacht valt. Mijn chauffeur is nerveus. Tijd om terug te rijden naar Donetsk, onder een lucht verlicht door anti-missile flares.