Zee van tijd

Weinig gedachten zijn zo verraderlijk als de illusie dat je ‘nog een zee van tijd hebt’. Je moet iets afmaken, een werkje waarbij op dat ogenblik nog geen haast is. De deadline ligt achter de horizon. Deadline? Dat is een denkbeeldige lijn in de tijd waarachter dit werk in onvoltooide toestand vergeefs zal zijn. Eindstreep zou een Nederlandse vertaling kunnen zijn, maar die hebben we voor de sport gereserveerd. Doodlijn is te algemeen, want daarna zal alles vergeefs zijn. Goed, je gaat dus niet aan het werk, want je zwemt in de tijd. Je gaat eerst iets doen waarin je nog meer zin hebt. In mijn geval was dat een chocolade-ijsje eten bij het Centraal Station, aan een van die kraampjes die daar bij de tramhaltes aan het water staan. Lang geleden dat ik me die luxe had veroorloofd.

Na een tramreis waarover ik niets te klagen had, kwam ik op de plaats van bestemming. Maar waar waren die kraampjes gebleven? Afgebroken. Nergens meer een ijswinkeltje te bekennen. Ik keek op mijn horloge. Ja, ik had nog bijna een hele zee van tijd over. In elk geval voldoende om eens in het station te gaan kijken en dan meteen te zien of die nieuwe chipkaart goed werkte. En daar viel ik van de ene verbazing in de andere. Het plein voor het station is totaal veranderd. De lange schutting waartegen we jaren hebben aangekeken, is verdwenen. In plaats daarvan hebben we weer een echte ingang, ruim, met een reeks automatische werkende deuren. En dan kom je in de vernieuwde stationshal. Ruim en overzichtelijk. Niets op aan te merken.

Maar waar waren de ijswinkeltjes? Onder de perrons heb je nu winkelgalerijen, supermarkten, boekwinkels. En eindelijk vond ik een bescheiden winkeltje waar ik een verpakt ijshorentje kon kopen. Weer keek ik op mijn horloge. Ja, nog een binnenzee van tijd. Zonder haast zou ik van die traktatie kunnen genieten. Om het genot nog meer kracht bij te zetten, besloot ik met de roltrap naar het perron te gaan. De roltrap geeft je een extra pleziertje. Langzaam en statig word je van het aardoppervlak verheven. Het geeft je iets goddelijks.

Op het perron was een bankje vrij. Ik begon aan mijn lekkernij. Roomijs en chocolade-ijs, half verpakt in een horentje. IJs verhoogt de instemmming met je bestaan; dat is wetenschappelijk bewezen. Terwijl ik van het ijs, ja, genoot en naar de aankomende en vertrekkende treinen keek, deelde ik de kruimels van het gebak met de duiven. Generositeit is een pleziertje op zichzelf. Even was ik de tijd totaal vergeten, tot ik me plotseling weer de deadline herinnerde. Weer op mijn horloge gekeken. Wij in dit deel van de wereld raadplegen ons horloge alsof het een god zelf is, heeft Jonathan Swift in zijn Gulliver’s Travels geschreven, ongeveer. Ik heb geen tijd om de juiste tekst op te zoeken. Wel had ik op dat ogenblik nog een redelijke baai van tijd. Maar met die geslonken voorraad kon ik nu niet meer nonchalant omspringen.

Terug naar de tram! Nog even heb ik genoten van de afdaling via de roltrap en toen ging het in versnelde pas naar de halte. Daar stond een flinke drom mensen, maar geen tram. En toen kwam eindelijk mijn lijn 5. Dat werd dringen. Eerlijk gezegd vind ik dit een van de meest vernederende bezigheden die een mens zich kan veroorloven. Hard duwen tegen een onbekende medemens om iets begerenswaardigs te bemachtigen.

Maar dringen is ook nog iets anders. Het is een symptoom van haast, en haast is een vorm van dictatuur die de mens over zichzelf heeft afgeroepen. Let op zijn gejaagde blik, zijn versnelde ademhaling. Leg hem niets in de weg, zijn ontvankelijkheid en verdraagzaamheid zijn tot nul gedaald, of misschien nog minder. Hij is een last voor de hele wereld, om te beginnen zichzelf.

Tot zover de algemene publieke gevolgen. Maar de haast heeft nog meer nadelen. Door zijn gebrek aan tijd in een hoek gedrongen, is de lijder slordig geworden. Essentiële onderdelen van het werkstuk dat hij moet voltooien, hebben zijn aandacht verloren. Hij gaat verschrikkelijke vergissingen maken. In het uiterste geval wordt door de haast van de maker zijn product onbruikbaar.

Is dit stukje van a tot z leesbaar? Bent u tot deze zin gevorderd? Is alles begrijpelijk? Dan kan dit betekenen dat ik op het nippertje niet in mijn zee van tijd verdronken ben. Absoluut zeker is het nooit.