‘Wij doen niet aan politieke inkleuring’

De nieuwe baas van het CBS wil onjuiste beeldvorming voorkomen door te duiden – maar wel objectief. „We moeten liegen met onze cijfers niet zo gemakkelijk meer maken.”

Tjark Tjin-A-Tsoi: „Wij hebben geen meningen, wij brengen alleen de feiten.” Foto David van Dam

De wortels van Tjark Tjin-A-Tsoi (48) hebben aparte kronkels. Zijn ouders komen uit Suriname, maar gaven hem een Germaanse voornaam. Hij tenniste als tiener in de bondselectie en promoveerde als theoretisch natuurkundige op elementaire deeltjes. Later bestudeerde hij derivaten bij de Rabobank en de bouwfraude bij de Nederlandse Mededingingsautoriteit.

Sinds april is Tjin-A-Tsoi de nieuwe directeur-generaal van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Een headhunter benaderde hem na zijn succes als baas van het Nederlands Forensich Instituut. Hij reorganiseerde het laboratorium en een aantal grote zaken werd met DNA-techniek alsnog opgelost, van de moord op Marianne Vaatstra tot de Puttense moordzaak.

Bij het CBS moet Tjin-A-Tsoi bezuinigen, innoveren en de organisatie gezicht geven in maatschappelijke discussies. Het statistisch bureau wil geen mening uitdragen, maar alleen kale feiten aandragen om onjuiste beeldvorming te voorkomen. „Het CBS kan moeilijk zeggen: lying with statistics is niet ons pakkie an”, zegt hij.

U zat bij het grootste forensische lab van Nederland, nu bij het grootste cijfercentrum. Is boeven vangen niet spannender dan rekenen?

Hij lacht. „Nee, dat is niet zo. Goed bestuur op basis van feiten is niet mogelijk zonder het verzamelen van cijfers. Anders vaar je blind. Wat het CBS doet is bovendien een soort van forensisch onderzoek – en dan uitgestrekt over alle beleidsterreinen. Via het verzamelen van data probeer je te begrijpen wat er gebeurt in de samenleving. De cijfers zijn alleen een middel, het doel is inzicht geven.”

Maar de inkleuring, de analyse van die cijfers laat het CBS over aan de politiek en de maatschappij. Wilt u dat veranderen?

„Met de politieke inkleuring gaan we ons niet bemoeien. Wij hebben geen meningen, wij brengen alleen de feiten. Maar we gaan wel meer informatie verschaffen over de achtergrond van de cijfers, waaróm ze veranderen. Dat geeft een meer integraal beeld. Het probleem van één cijfertje is dat het multi-interpretabel is. De werkloosheid daalt nu bijvoorbeeld doordat meer mensen werken. De werkloosheid daalde eerder dit jaar ook al, maar dát was doordat meer werkzoekenden het opgaven. Voor de interpretatie maakt het nogal een verschil.”

Soms kan één cijfer al tot veel discussie leiden. Er was vorig jaar veel kritiek, zelfs van ministers, toen het CBS meldde dat het overheids- tekort slechts 2,5 procent van het bbp was, ruim onder de Brusselse norm.

„Zorgvuldigheid blijft voor ons altijd belangrijk. Cijfers moeten onderbouwd zijn, mensen moeten er van op aan kunnen. De discussie van vorig jaar is voor mijn tijd, dus daar wil ik niet te veel op ingaan. Waar het om gaat is: we willen de juiste en volledige informatie leveren, waarmee beleidsmakers en politici een gezond debat kunnen voeren. We waren een dataleverancier en we worden een informatieleverancier.”

Stelt u zich dan niet bloot aan meer kritiek? De duiding van het CBS is misschien wel heel anders dan de interpretatie van anderen.

„Zolang we bij de feiten blijven en geen waardeoordeel geven, zie ik geen probleem. Het kan wel zijn dat sommige meningen door de feiten onderuit worden gehaald en dat je dáár kritiek op krijgt. Dat risico moeten we dan maar lopen. Ik vind het de taak van het CBS om onze data goed te presenteren. Onze communicatie naar buiten toe willen we ook moderniseren door bijvoorbeeld onze site en sociale media beter te benutten. We brengen nu op vaste momenten vaste cijfers naar buiten over zaken als de inflatie, de economische groei. Maar soms ontstaat er een discussie, gewoon in het nieuws, en dan moeten wij klaarstaan om op dat moment de juiste informatie te verschaffen. Dat vergt van de organisatie dat we razendsnel acteren.”

Aan welke discussie heeft u zich geërgerd?

„Nou, ik vind dat de hele discussie over ongelijkheid, en het boek van Piketty, al snel heeft geleid tot beeldvorming die niet de lading dekt.”

Wat klopt er niet aan?

„Er wordt bijvoorbeeld heel makkelijk gezegd: 20 procent van de huishoudens heeft 80 procent van alle bezittingen in Nederland. Waarschijnlijk om een bepaalde emotionele weerzinsreactie op te roepen.”

Maar dat klopt toch?

„Ja, het is niet onwaar. Sterker, het ís waar, we hebben het zelf geconcludeerd. Maar zo’n geïsoleerd cijfer zegt niet alles over de verdeling van het vermogen. In Nederland zit de bulk van de bezittingen bij ouderen, niet bij jongeren. Jonge mensen lenen om te studeren, gaan dan werken en sluiten een hypotheek af. Ze hebben weinig mogelijkheden voor vermogensopbouw. Terwijl veel ouderen hun hypotheek hebben afgelost, het huis is in waarde gestegen, de kinderen zijn het huis uit. Een genuanceerder plaatje.”

U kunt alles verklaren in een persbericht, maar hoe voorkomt u dat de buitenwereld toch met de cijfers aan de haal gaat?

„We moeten in ieder geval proberen te voorkomen dat mensen gaan cherry picken uit onze data om hun eigen gelijk te bevestigen. Wij moeten ervoor zorgen dat het niet zo ontzettend gemakkelijk meer is om te liegen met onze cijfers.”

Het CBS maakte vrijdag bekend dat het overstapt op ‘open data’. Media en makers van websites en apps kunnen voortaan inloggen en alle data realtime krijgen en verwerken. Maak je zo de data niet vrij te interpreteren?

„Nee, die data zijn al openbaar. We maken het alleen gebruiksvriendelijker. Vroeger moest je alle tabellen handmatig invoeren, nu gebeurt het automatisch van computer tot computer. Wat blijft: zodra informatie openbaar is, kunnen mensen er gebruik én misbruik van maken.”

Het huidige zoeksysteem van het CBS, Statline, is voor veel gebruikers een labyrint. Je moet doorklikken op thema’s en periodes. Wordt dat nog wat gebruiksvriendelijker?

„Jazeker. Statline is natuurlijk een mammoettanker van tabellen. Open Data lost het probleem al gedeeltelijk op. Maar voor gewone gebruikers wordt Statline ook regelmatig verbeterd en verder ontwikkeld. De zoekfunctie bijvoorbeeld, zodat de belangrijkste treffers bovenaan komen. En los van Statline lanceren we over enkele maanden een nieuwe CBS-site.”

Het CBS experimenteert ook met big data. Het meten van het sentiment in Nederland via Twitterberichten en het volgen van bewegingen van mensen via hun smartphone, bijvoorbeeld. Stuit het CBS niet op privacygrenzen?

„Ja, absoluut. We hebben sowieso veel privacygevoelige data over mensen, alleen al uit alle registers. Daar moeten we heel voorzichtig mee omgaan, en niet alleen bij big data. Maar big data is relatief nieuw, het zal tot nieuwe privacy-waarborgen moeten leiden. Er zal heel veel over gezegd worden, ook door de regering denk ik. Want je moet een oordeel vellen, big data is een trend die niet te stuiten is. Het mooie eraan is dat je hele sterke verbanden kunt aantonen, als je slimme onderzoeksmethoden bedenkt.”

De financiële mogelijkheden zijn beperkt. Het CBS gaat voor dit jaar uit van een verlies van 10 miljoen euro. Voor statistische innovatie is zeer beperkt ruimte, volgens het jaarplan.

„Ook het CBS wordt getroffen door de rijksbezuinigingen. We moeten zo goed mogelijk aan onze efficiency werken. Mijn voorgangers hebben er al hard aan getrokken. De organisatie is door de tijd heen van 3.500 naar 2.000 man gegaan. Bij het NFI heb ik zelf goede ervaringen opgedaan met een managementprogramma waarbij je de organisatie en de manier van werken kwantitatief doorlicht. Door innovatie kun je ook kosten besparen. De kans is niet groot dat we daarmee alle bezuinigingen dekken, dus we zullen ook een stapje terug moeten doen in het statistische programma. Dat doet pijn, ja.”

Moet de organisatie ook niet verjongen voor alle innovatieplannen? De gemiddelde leeftijd van CBS-werknemers ligt iets boven de vijftig.

„De organisatie heeft relatief veel werknemers die al wat ouder zijn, maar die ook een schat aan kennis hebben. We moeten zeker niet denken ‘die moeten we verruilen voor jongeren’, maar we moeten wel verjongen en bezuinigen. Het CBS staat in de lijstjes als een aantrekkelijke werkgever, het is een uitdaging dat te blijven.”

U heeft gewerkt bij Shell, de Rabobank en Ernst & Young voor u naar de publieke sector overstapte. Het CBS is een monopolist. Mist u nooit de competitie van het bedrijfsleven?

„Ja, maar als je iets kiest, kies je altijd iets anders niet. Het mooie aan het CBS is dat we veel gezag hebben, dat we de officiële cijfers genereren en dat we geacht worden om dat ontzettend goed te doen. De tolerantie voor fouten is veel lager als je monopolist bent. De uitdaging om alles top notch te houden, is vergelijkbaar met de spanning van een concurrent. De mensen die hier werken gaan ook altijd tot de laatste komma, het kwaliteitsbewustzijn is mega. Die gevoelde verantwoordelijkheid is een groot goed.”