Waarom wielrenners zo vaak hard vallen 1 2 3 4

Veel renners zijn uit de Tour gestapt nadat ze tegen de grond gingen, onder wie Chris Froome en Alberto Contador.Vier oorzaken van de valpartijen.

De drukte in het peloton

Waarom renners zo vaak vallen? Louis Delahaye, ‘prestatiemanager’ van de Belkin-ploeg, wijst op de grote belangen in het peloton, waardoor vooral in de eerste Tourweek veel renners vielen. „In de eerste week gaat iedereen nog voor het klassement. Twintig ploegen willen in die ene bocht op allemaal op de eerste rij zitten. Dan ligt er weleens iemand bij.”

Bij de passage van de eerste bergen in de Tour ontstaan er verschillen in het klassement. Omdat er dan minder renners overblijven die kans maken op de Tourzege, neemt ook het aantal ‘druktegerelateerde’ valpartijen af.

Er wordt weleens geopteerd voor verkleining van het peloton, om de drukte wat te verminderen. Maar dat zal niet helpen, zegt ploegleider Aike Visbeek van de Giant-ploeg.

„Je kunt de ploegen verkleinen tot zeven renners in plaats van negen. Maar als er dan iemand valt die op de dertigste positie rijdt, zitten er nog steeds meer dan honderd renners achter.”

Het slechte weer

In de eerste negen dagen van de Tour regende het vrijwel iedere dag. Onder anderen de Britse titelverdediger Christopher Froome (Sky) ging onderuit op gladde wegen, in de etappe naar Lille. Ook in de kasseienrit naar Arenberg werd er veel gevallen. En niet eens zozeer op de kasseien: in het slechte weer van die dag waren bijvoorbeeld ook rotondes erg glad geworden.

In de eerste negen dagen van de Tour zijn er maar net iets meer uitvallers door valpartijen geteld dan een jaar geleden, toen de eerste week onder een stralende zon werd afgewerkt: vijftien om dertien. De regen verklaart weliswaar de val van sommige individuen, maar kan niet worden aangemerkt als hoofdoorzaak voor de valpartijen.

Aike Visbeek van Giant ziet wel een oplossing om de valpartijen bij gladde wegen wat te doen afnemen: „Laat bij regen wat lucht uit de banden lopen. Met iets minder harde banden rijd je wat stabieler.”

Domme pech

Niet alle valpartijen zijn te voorkomen. Sommige renners hebben gewoon domme pech. Neem de Spanjaard Alberto Contador (Tinkoff): hij viel in een afdaling over een ‘randje’ in de weg en brak zijn scheenbeen. Hij moest opgeven.

Soms gaat deze pech hand in hand met concentratieverlies. Louis Delahaye van Belkin: „Het is onmenselijk om 180 kilometer lang geconcentreerd te zijn. En negen van de tien keer lig je erbij zonder zelf de veroorzaker te zijn.” Ook Giant heeft pech gehad. Weliswaar viel de Duitse sprinter Marcel Kittel in de etappe naar Arenberg door de gladheid, maar hij sleepte in zijn val zijn land- en ploeggenoot John Degenkolb met zich mee. Die liep daarbij een scheurtje in zijn bilspier op.

Iedere wielrenner valt weleens, het hoort er helaas bij. Wel zijn er sinds de helmplicht, ingevoerd in 2003 na de dodelijke val van de Kazach Andrei Kivilev, minder dodelijke ongevallen geweest.

Tramadol

Middeltjes die renners kunnen slikken zijn niet per definitie verboden. Zo is het toegestaan om cafeïne, ontstekingsremmers of een pijnstiller in te nemen. Maar in de laatste categorie bestaat er een omstreden middel in het peloton: Tramadol.

Tramadol is een opiumachtige pijnstiller die onder meer de angst vermindert. Maar het maakt wielrenners ook minder alert, waardoor er sneller valpartijen zouden ontstaan.

Bij Belkin wordt Tramadol niet gebruikt, zegt Louis Delahaye. „Hooguit een aspirientje, en alleen als het nodig is. Wel geven we de renners cafeïne. Daar worden ze juist alerter van. Dat is gemeengoed in het peloton.”

Giant is nog iets strenger: daar wordt helemaal niets aan de renners gegeven, zegt Aike Visbeek, tenzij er een medische noodzaak voor is. „Ik hoop dat er geen Tramadol meer wordt gebruikt in het peloton.”