Relativeren op top van de berg

Laurens ten Dam verrast, Bauke Mollema valt licht tegen – maar eigenlijk is de Belkin-ploeg met de gedachten bij de vliegramp. „Dan weet je weer dat wij met onzin bezig zijn.”

Langste rit in de Tour

Aan de bovenarm van Belkin-ploegleider Merijn Zeeman hangt een zwarte plakker. „Een rouwband”, verklaart hij. Zojuist is de Touretappe naar Chamrousse 1750 gefinisht, maar de aanslag op het toestel van Malaysian Airlines boven Oekraïne houdt de gemoederen boven op de berg meer bezig dan de ritzege van de Italiaanse geletruidrager Vincenzo Nibali. In de woorden van Belkin-renner Bram Tankink: „Dan weet je weer dat wij met onzin bezig zijn.”

Korte samenvatting van die onzin: Nibali wint voor de derde keer in deze Tour een etappe en koerst onbedreigd af op de eindzege. Laurens ten Dam (Belkin) presteert boven verwachting, met een achtste plaats in de etappe en een keurige twaalfde stek in het klassement. Zijn ploeggenoot Bauke Mollema valt juist licht tegen: hij beëindigt de rit als dertiende. In het klassement stijgt hij desondanks van acht naar zeven, door het wegvallen van de zieke Australiër Richie Porte (Sky) uit de top van de rangschikking.

Terwijl Mollema nog wat uitfietst met een koelvest om zijn ranke lijf, onderwijl flesjes water over zijn hoofd gietend, oordeelt hij kenmerkend laconiek over de twee minuten die hij heeft verloren op een concurrent als de Tsjech Leopold König (NetApp). De hitte – de thermometer tikte ook op de top van de berg de dertig graden aan – heeft hem parten gespeeld, zegt hij. „Vooral in de laatste kilometers voelde het alsof mijn benen in brand stonden. Dat had ik nooit eerder meegemaakt.”

Nibali is in deze Tour voor iedereen te sterk. Maar ook de nummers twee tot en met vijf – de Spanjaard Alejandro Valverde (Movistar), de Fransen Romain Bardet (AG2R) en Thibaut Pinot (fdr.fj) en de Amerikaan Tejay Van Garderen (BMC) – kon Mollema simpelweg niet bijhouden.

Zijn dat eigenlijk wel zijn voornaamste concurrenten? Mollema klinkt opvallend content over het groepje waarin hij bovenkwam, bestaande uit de Fransman Jean-Christophe Peraud (AG2R), de Belg Jurgen Van den Broeck (Lotto), de Spanjaard Haimar Zubeldia (Trek) en diens ploeggenoot, de Luxemburger Fränk Schleck. Zij zijn de nummers zes, acht, veertien en zeventien van het klassement.

Voorafgaand aan deze Tour luidde de officiële doelstelling van Belkin voor Mollema dat hij één plaatsje hoger zou eindigen dan vorig jaar, toen hij zesde werd. Ook al staat hij maar een minuut achter op nummer vijf Van Garderen, het oogt dit jaar bij Mollema toch allemaal net even wat minder. De man die gisteren op Chamrousse zo moest harken om het groepje met subtoppers bij te benen, was dat dezelfde die vorig jaar een tweevoudig Tourwinnaar, de Spanjaard Alberto Contador, voorbij reed op Ax 3 Domaines?

Dan oogde de tred van Ten Dam, in theorie een iets mindere klimmer dan Mollema, toch soepeler. De nummer 13 in de Tour van vorig jaar ging zelfs in de aanval, wat hem anders dan gebruikelijk boven Mollema deed eindigen. Had hij niet beter bij zijn kopman kunnen blijven om diens tijdverlies te beperken? Nee joh, zegt Mollema, het is juist goed dat Laurens de aanval heeft gekozen. En ook ploegleider Nico Verhoeven vindt van niet. „Ze kunnen elkaar toch niet helpen.”

Verhoevens collega Zeeman is derhalve „tevreden”, zoals Belkin eigenlijk de hele Tour al tevreden is. „We hebben twee Nederlanders in de top twaalf. Wellicht kunnen ze elkaar sterker maken. En ze zijn beter dan in de Vogezen. Laurens verrast, Bauke bevestigt zijn vorm.”

Nog een ruime week scheidt de renners van Parijs. Maar of Mollema en Ten Dam nou uitblinken of tegenvallen, de conclusie van Zeeman is onontkoombaar: „De ramp legt een sluier over alles.”