Op zoek naar de waarheid

Bernard Hulsman kiest vier goedkope en ‘midprice’ geschiedenis-boeken voor de vakantie.

In de zomer 1935 was de Oostenrijkse jonge kunsthistoricus Ernst Gombrich (1909-2001) werkloos. Een bevriende uitgever vroeg hem een geschiedenisboek voor kinderen te schrijven. In zes weken tijd schreef Gombrich, die later bekend werd met zijn The Story of Art, met ijzeren discipline Een kleine geschiedenis van de wereld [1].

’s Ochtends las hij zich in het ouderlijk huis in Wenen in in het onderwerp dat hij die dag onder handen nam, ’s middags zocht hij nog het een en ander op in een bibliotheek en ’s avonds schreef hij, legt zijn kleindochter Leonie Gombrich uit in het voorwoord. Hierin merkt ze ook op dat haar grootvader zijn voltooide stukken telkens voorlas aan zijn geliefde en toekomstige vrouw Ilse Heller. Dat is nog steeds merkbaar in de toon van het proza, vindt ze.

Ook de Nederlandse vertaling laat zich goed voorlezen. In de heldere taal die ook The Story of Art kenmerkt, gaat Gombrich in grote stappen door de geschiedenis van de wereld die vooral uit Europa bestaat. Af en toe trekt hij een algemene conclusie. Zo merkt hij over de strijd tussen de Duitse Frankenkoning Hendrik IV en paus Gregorius VII op dat ‘je moet oppassen als je een oordeel over twee strijdende macht wilt vellen. Ik geloof dat we geen partij moeten trekken’.

Bijna tot zijn dood bleef Gombrich Een kleine geschiedenis aanvullen en verbeteren. Zijn boek eindigt met enkele regels over de ineenstorting van het communisme in 1989. In de laatste zin schrijft hij optimistisch dat we ‘het recht hebben te mogen hopen op een betere toekomst’.

Gombrich emigreerde in 1936 naar Groot-Brittannië en hoefde het nazi-regime in Oostenrijk niet mee te maken. Maar de Tsjechoslowaak Otto Dov Kulka (1933) kwam in 1943 als Joodse jongen in het in Bohemen gelegen concentratiekamp Theresienstadt terecht, en een jaar later in het ‘familiekamp’ van Auschwitz-Birkenau. Hij overleefde het vernietigingskamp en emigreerde na de Tweede Wereldoorlog naar Israël waar hij ten slotte hoogleraar Geschiedenis van het Joodse Volk werd in Jeruzalem.

Lange tijd wilde Kulka zijn memoires niet opschrijven omdat dit niet strookte met de voor zijn wetenschappelijke werk noodzakelijke onpartijdigheid. Maar na een bezoek aan Auschwitz in 1978 begon hij met het inspreken op band van zijn herinneringen aan zijn verblijf in de kampen.

Zijn uitgeschreven herinneringen kwamen, samen met enkele gedichten, fragmenten uit zijn dagboeken, algemene beschouwingen, dromen en foto’s vorig jaar uit als Landschappen van de metropool van de dood. Over de grenzen van herinneringen en voorstellingskracht [2]. Hierdoor is Kulka’s boek behalve een verslag van zijn ervaringen, ook een onderzoek naar de werking van het geheugen.

Voor de schrijver Jan Brokken staat vast dat herinneringen niet tot één of andere waarheid kunnen leiden. Zijn veelgeprezen De vergelding [3] uit 2013, een nauwgezette reconstructie van een sabotageactie van het Nederlandse verzet tegen de Duitse bezetter in zijn geboortedorp Rhoon en de nasleep daarvan, baseerde hij op de herinneringen van een kleine tweehonderd dorpsbewoners en vele documenten uit archieven. Maar zelfs al dit materiaal leidt niet tot de waarheid. ‘Iedere waarheid is slechts een interpretatie van wat zich in werkelijkheid heeft voorgedaan’, zo waarschuwt hij de lezer voordat zijn boek begint.

Net zo min als De vergelding [4] is Ingenieurs van de ziel van Frank Westerman een onpersoonlijke, afstandelijke geschiedenis. Westerman is als reporter in verre Russische streken nadrukkelijk aanwezig in zijn boek over de lotgevallen van Maxim Gorki, Konstantin Paustovski en andere Russische schrijvers onder het communistische regime van Lenin en Stalin. Ze kregen de eretitel ‘ingenieurs van de ziel’, maar moesten zich, meestal met de nodige moeite en weerzin, aanpassen aan de eisen van het socialistisch realisme, de officiële kunstdoctrine van het stalinisme.