Column

Bizar rampenverslag: écht heftig

Het was een gewone donderdagavond in de Amsterdamse wijk Watergraafsmeer, voor zover de avonden daar gewoon zijn. Ik constateerde nog steeds een abnormale hoeveelheid bakfietsen en het leek wel of alle vrouwen van rond de dertig er zwanger waren. De ramp, onze ramp, was het gesprek van de avond, maar dat was het zwoele zomerweer ook. Er werd geen rosé minder om gedronken en geen baby minder om verschoond. Op het terras legde een jongen met een afzakkende legergroene bermuda zijn baby tussen de tapas en begon omstandig de luier te verschonen.

„Loes, dit is veel poep!”, riep hij tegen de vriendin tegenover hem, die geïrriteerd over de vochtige doekjes begon die ze niet voor niets had meegenomen.

Rond negenen landde de ramp dan toch bij het restaurant in de vorm van een studente, bezig aan haar eerste stageweek bij ‘NOS op 3’ de wat hippe versie van het NOS-journaal waar ze al het nieuws afdoen in een paar seconden, maar waar ze die avond toch ook meer tijd dan normaal kwijt waren aan duiding. Ze deed verslag aan haar vrienden in het restaurant, de woorden ‘heftig’, ‘bizar’ en ‘super-chill’ vielen regelmatig.

„Ik ben dus gewoon blijven zitten”, zei ze. „Ik ging pas om acht uur naar huis. Bij een ramp is iedereen dus superdruk ineens. Iedereen was super-gefocust, het klinkt stom maar het is echt super-chill als je iets als eerste brengt. Ik heb eerst gewoon op internet gekeken en daarna ben ik naar die chef gegaan en heb gezegd: ‘Ik ben goed in data’. Toen moest ik Twitter bijhouden.”

Ze nam een slok van haar Vedett-bier.

„Ik heb brokstukken gezien, echt heftig.”

Die hebben we allemaal gezien, dacht ik, maar haar vrienden vonden het ‘heftig’ voor haar. Eentje vroeg naar ‘insight information’, iets wat hij nog niet wist.

„Wie heeft het gedaan?

„Ja, de Russen, serieus”, zei de studente. „Maar daar moesten we dus ook voorzichtig mee zijn. Sommige foto’s op het internet kloppen dus gewoon niet. Er zijn dus mensen die nadat ze zoiets horen meteen gaan photoshoppen… Bizar.”

„En verder?”, vroeg een van haar vriendinnen.

„Nou ja, die toegangspasjes zijn dus echt irritant. De mijne doet het niet. Bij het weggaan heb gewacht tot er iemand anders aankwam. Ik had geen zin om naar boven te bellen, van sorry dat ik stoor tijdens de ramp, maar stagiair nummer 26 kan er niet uit...”

Ook heftig, maar dat woord was inmiddels aan inflatie onderhevig.