Leng de dagen

De lange zomerdagen zijn veel te kort, vindt thuiskok Marjoleine de Vos. De oplossing komt uit Noord-Afrika.

In de zomer zijn de dagen nog ernstiger te kort dan in de winter. Hoewel de dagen langer zijn. Zo lang dat je soms het gevoel hebt dat de zon maar nauwelijks westelijker opkomt dan hij oostelijk is ondergegaan. Bijna in het noorden gaat hij op en bijna in het noorden ook weer onder. Maar de zon helpt niet tegen de te krappe tijd. Het is gewoon zo dat je in de zomer nóg meer wilt doen op een dag. Want je wilt meer naar buiten dan in de winter, meer in de tuin zijn, meer wandelen, fietsen, naar de horizon staren, naar een eiland varen, meer bloemen plukken en koeien bekijken (hoe het late zonlicht over hun ruggen strijkt), meer bessen plukken en courgettes grillen dan in de winter. En verder ook nog alle dingen die je ’s winters doet, lezen en werken enzo.

Dus hoe dat allemaal moet in de zomer, geen idee. Het lukt nooit. Men rent gedurig achter de feiten aan. Feiten als dat de winde zich nu toch werkelijk stiekem tot in de top van de vogelkers heeft weten te wikkelen, dat de rozen uitgebloeid aan de struik zitten en al lang afgeknipt hadden moeten worden, dat je iets moet doen met al die bessen maar wat, dat er in huis wel vijf boeken liggen met een bladwijzer ertussen en dat het wel aardig zou zijn als je er nu eens eentje uitlas.

En vooral ook: dat we vanavond alwéér moeten eten. Het houdt niet op. Maar dat er vandaag beslist geen tijd is – gezien al die feiten die om aandacht vragen – om enorm te boodschappen en eigenlijk ook niet om enorm te koken. En al zeker niet in de namiddag als we aan het tuinieren/borrelen/krant lezen/uitzicht bestaren zijn en voelen hoe het langzaamaan steeds prettiger en rustiger wordt buiten en ook voelen dat we nu wel een hapje zouden lusten.

Maar wat je niet voelt, is geweldig veel zin om binnen in de hitte te gaan staan koken.

De meeste mensen beweren dat de barbecue hierop het antwoord is.

Soms is dat zo. Maar als je er niet al op voorbereid was, dan betekent ook barbecuen toch allerlei werk: vuur maken (ruim op tijd), salades en sauzen voor bij wat er gegrild wordt, eventueel spiesjes of marinades, alles naar buiten verplaatsen met extra schalen en tangen om te zorgen dat je niet alles in het gras of in het zand hoeft te leggen. Begrijp me goed, er is niets heerlijkers dan verse vis zonder vele gedoe geroosterd op een houtskoolvuurtje, maar daarmee ben je er nog niet.

Eigenlijk is dus weer eens het enige juiste antwoord op het verschrikkelijke probleem van de zomerdag: planning.

Planning betekent dat je ’s ochtends, of vroeg in de middag als slaap je dreigt te overmannen, iets te eten maakt dat dan ’s avonds klaar staat zodra je trek krijgt.

Dat klinkt naar ovenschotel en stoofpot, maar iedereen weet dat je daar ’s zomers meestal geen trek in hebt. ’s Zomers willen we veelkleurige groenten eten, gebakken of gegrilde visjes, ladingen kruiden en zoet fruit. Die op luilekkerlandachtige wijze onze mond binnen springen, omdat we ze al klaar hadden staan.

En laten er nu keukens bestaan waarin ze zulke dingen altijd doen. De Noord-Afrikaanse bijvoorbeeld, die buitengemeen goed is met groenten in gerechten die van tevoren gemaakt kunnen en zelfs willen worden. Dingen als met rijst en kruiden gevulde tomaten en paprika’s, tuinbonen met rijst en yoghurt, gekookte wortel met harissa en citroen. En de verrukkelijkste aubergineschotel ooit, met honing en peper.