Kankerpatiënt verbrandt zijn reserves

Een ontregeld eiwit blijkt een van de oorzaken van ernstige vermagering en zwakte bij patiënten. Een antilichaam zou dit kunnen stoppen.

Ernstig vermagerde patiënt. Foto Science Photo/ANP

Ongeveer de helft van alle kankerpatiënten krijgt last van cachexie: ze vermageren dramatisch en hun spieren nemen gestaag in omvang en kracht af. Onderzoekers van het Dana Farber Cancer Center in Boston hebben nu ontdekt dat het eiwit PTHrP, dat door veel tumoren in overmaat wordt uitgescheiden, beide effecten veroorzaakt. Een antilichaam dat dit eiwit uitschakelt, bracht bij muizen met longkanker zowel de extreme vetafbraak als het verlies aan spiermassa tot staan.

Uit onderzoek van het bloed van patiënten met darmkanker en cachexie bleek dat PTHrP niet de enige oorzaak van deze nare complicatie kan zijn. Niettemin lijkt het erop dat dit antilichaam bij ongeveer eenderde van de cachexiepatiënten de afbraak van vet- en spierweefsel kan stuiten (Nature online, 13 juli).

Cachexie put mensen helemaal uit. Behalve kankerpatiënten, kan dit ook patiënten met aids en tuberculose overkomen. Ze verliezen hun eetlust, alle energie verdwijnt en ze zijn tot niets meer in staat. Meer eten helpt niet. Cachexie is niet weg te nemen, hooguit te verlichten. Patiënten kunnen er zo door verzwakt worden dat belastende behandelingen van hun kanker, zoals een langdurige operatie, niet meer mogelijk zijn zonder hun leven acuut in gevaar te brengen.

Het eiwit PTHrP beïnvloedt de vetstofwisseling doordat het de vorming van bruin vet uit wit vet bevordert. Wit vet is de vorm waarin overtollig vet in ons lichaam wordt opgeslagen; bruin is het vet dat wordt afgebroken. Die afbraak dient meestal om de warmteproductie van het lichaam in stand te houden. Veel onderzoekers denken dat de omzetting van wit in bruin vet, die normaal gesproken op een uiterst laag pitje staat, een middel kan zijn om obesitas te bestrijden.

Bij kankerpatiënten jaagt de overmaat aan PTHrP dit proces echter tot in het extreme op, waardoor alle vetreserves uiteindelijk worden opgebruikt. In rust verbruiken patiënten daardoor veel meer energie dan normaal. Dat het eiwit ook een rol speelt bij de achteruitgang van het spierweefsel, was voor de onderzoekers een verrassing, waarvoor ze nog niet direct een verklaring hebben.

Toch kan PTHrP nooit de enige oorzaak van cachexie zijn, aangezien de onderzoekers slechts bij één op de drie kankerpatiënten verhoogde concentraties van dit eiwit aantroffen.

Dat er veel meer aan de hand moet zijn, blijkt ook uit een pas verschenen studie van Spaanse en Oostenrijkse kankeronderzoekers (Cell metabolism online, 17 juli). Ook zij tonen aan dat bij muizen met cachexie op grote schaal wit vet wordt omgezet in bruin vet. En in de vetcellen wordt alles klaargemaakt om het bruine vet zo af te breken dat alle opgeslagen energie als warmte verdwijnt.

In een gedetailleerde studie van dit proces ontdekten ze dat hierbij ook bepaalde ontstekingsfactoren, met name interleukine 6, een rol spelen. Bij muizen met cachexie wisten de onderzoekers zelfs het bruiningsproces te stoppen met een ontstekingsremmer. Onduidelijk is nog of de aantasting van de spieren, die later optreedt, hiermee ook voorkomen wordt.