Je moet een artiest boven zichzelf uit laten stijgen

Muziekprogrammeur en basgitarist Jan Willem Sligting (66) staat bekend als het geweten van poppodium Paradiso in Amsterdam. Na 32 jaar is dit zijn laatste week. „Een zielig liedje over de dood van je vriend is nog geen protestsong.”

Tekst Jan Vollaard Foto Andreas Terlaak

Magie

„Het mooie van Paradiso is dat het de meeste bezoekers niet om de beroemdheid van de artiest gaat, maar om de intrinsieke waarde van de muziek. Daardoor kun je de artiest een zaal bieden met een publiek dat volledig toegewijd is. Countryzangeres Gillian Welch gaf in dat opzicht een van de mooiste concerten die ik heb georganiseerd. Tijdens de muziek was het volkomen stil in de zaal, tot en met de laatste noot van de toegift. En dan een keihard applaus. Een magisch moment.”

Zijden ondergoed

„Als concertorganisator vertegenwoordig je het publiek. Dat moet waar voor zijn geld krijgen. Maar ik heb ook altijd geprobeerd om vanuit de muzikant te denken. De kunst is een artiest boven zichzelf uit te laten stijgen. Hoe zorg je dat het concert in Paradiso het mooiste van de tournee wordt? Als een artiest een half uur van tevoren om een fles champagne vraagt, kan dat het concert net de sprankeling geven die het anders maakt. Debbie Harry wil haar thee uit een porseleinen kopje. Filmregisseur Brian de Palma heeft eens gezegd dat hij zijn acteurs in zijden ondergoed laat spelen omdat ze zich dan speciaal voelen. Dat porseleinen kopje is als dat zijden ondergoed. Een fles cognac uit de kleedkamer gaat mee in de tas van de muzikant. Die is voor thuis. Als een artiest zich daar beter door voelt, krijgt hij die.”

Kerkdiensten

„Livemuziek heeft me altijd aangetrokken. Als een band begint te spelen, maakt het iets los in de zaal. Dat soort bijeenkomsten wilde ik ook organiseren. Noem het kerkdiensten voor popliefhebbers. Ik solliciteerde bij Paradiso en trof een gebouw met een enorme geschiedenis. Pink Floyd had er gespeeld, en Captain Beefheart. Punk had een enorme vitaliteit losgemaakt. Ik probeerde altijd iets te brengen wat er nog niet was. Zoals Junior Walker, de eerste artiest die ik boekte. Een oude Motownheld die opeens weer een heel nieuw publiek aansprak.”

Basgitaar

„Door een samenloop van omstandigheden is de basgitaar mijn instrument geworden. Ik was drummer en wilde beter weten hoe de muziek in elkaar stak. De noten, de akkoorden. Dus ben ik er bas bij gaan spelen, en een beetje piano. De bassist is de spelverdeler. Bij mijn bluesband Barrelhouse vind ik het heerlijk om de band een beetje te organiseren, zonder al te veel op te vallen. Ik zoek altijd naar de opwinding, de groove in de muziek. Die heb je alleen als de nummers goed zijn.”

Blues

„Op zoek naar goede jazzmuziek luisterde ik vaak ’s nachts naar de radio. Op zeker moment werd ik gegrepen door een oerkreet, een primitief geluid dat direct uit Afrika leek te komen. Dat was John Lee Hooker. Die eerste keer dat ik de blues hoorde, was een openbaring. Zo simpel kan muziek zijn, en zo krachtig. Ik ging op zoek naar andere bluesartiesten en kocht platen van Son House, Robert Wilkins, Robert Johnson. Mooie akoestische blues van voor de oorlog. Het is eenvoudige muziek om zelf te spelen. Het enige moeilijke aan de blues is om het simpel te houden. De zeggingskracht zit in die ene noot, of juist in de noten die niet gespeeld worden.”

Vrijheid

„Ik kwam in ’68 naar Amsterdam, vanuit een veilig, beschermd milieu in Velsen. Provo en het studentenprotest waren toen al van een oudere generatie. Bij het vrijheidsdenken van die studenten in de late jaren zestig heb ik bewust langs de zijlijn gestaan. Ik wilde mijn docenten niet voorschrijven wat ze mij moesten leren. Dat liet ik veel liever aan hen over. Vrijheid bestaat bij de gratie van afbakening, zelfbeheersing. Je kunt een kind niet zelf laten bepalen hoe laat het naar bed moet. Bij de opvoeding van mijn dochters heb ik altijd geprobeerd helder te zijn bij het opstellen van regels. Dat geeft een kind rust in een wereld vol prikkels.”

Camus

„Voor mij zijn de denkbeelden van de Franse schrijver Albert Camus altijd een houvast geweest. Zijn existentialisme vind ik een goede levenshouding. Er is geen andere zin van het leven dan het leven zelf. Het gaat om nieuwsgierigheid en om keuzes maken. Ik vind dat je keuzes móét maken. Daar hoort het nemen van verantwoordelijkheid bij. Camus zegt dat je moet kiezen voor het leven; anders kun je er beter mee ophouden. Hij hield van fysieke zaken. De zon op zijn huid, de vrouwen, lekker eten en anderszins genieten. Zin in het leven, daar draait het om.”

Whisky

„In Paradiso proberen we elke bezoeker aan te spreken op zijn eigen verantwoordelijkheid. Vroeger werd er nog wel eens een fles whisky van de bar gejat. Daar ging ik dan letterlijk achteraan: híér met die fles! Pas bij de tweede keer gingen ze eruit. Zo geef je iemand zelf de verantwoordelijkheid om het niet nog een keer te doen. Bij Paradiso ben ik meer dan alleen muziekprogrammeur. Ik denk na over het geheel. Commerciële sponsors hebben we altijd buiten de deur gehouden. Sponsorgeld lijkt mooi, maar als het eenmaal op de begroting staat kun je volgend jaar niet meer zonder. De dansclub Escape had een helverlicht Peter Stuyvesantlogo midden in de zaal. Met tl-buizen. Dat doet iets met de sfeer. Het levert geld op, maar het zou niet des Paradiso’s zijn.”

Managers

„Het popbedrijf is wat minder spontaan geworden. Onder het mom van professionalisering gaan steeds meer mensen zich ermee bemoeien. Accountants, juristen, managers en stylisten halen het spontane eruit. Elvis oefende voor de spiegel en kleedde zich mooi – dat deed hij zelf. Nu heeft elke beginnende artiest een manager die vertelt hoe het beter kan en anders moet. James Brown en Michael Jackson waren constant bezig hun act te verbeteren. Dat kwam voor honderd procent uit henzelf. Echte vernieuwing komt altijd van binnen uit. Ik heb hiphop en house groot zien worden. Die ontwikkelingen kwamen echt niet van artiesten die zich bij alles wat ze deden afvroegen of het wel commercieel verantwoord was.”

Protestsong

„Ik wil graag een goed mens zijn. De wereld verbeteren. Ik wil niemand mijn regels opleggen, maar voor mezelf hou ik graag een moraal hoog. Ik denk niet dat popmuziek een geschikte hefboom is gebleken om de wereld te veranderen. De lading van de protestsong is sterk afgevlakt, verworden tot een van de opdrachten bij de talentenjacht De Beste Singer-Songwriter van Nederland. Een zielig liedje over de dood van je vriend is nog geen protestsong. Je moest echt een artiest van het kaliber John Lennon zijn om ‘War is over if you want it’ te zingen en daar grote groepen mensen mee aan het denken te zetten.”

James Brown

„Het heeft geen zin om stil te staan bij dingen die ik nog had willen doen. Ik denk liever aan artiesten met wie het wél gelukt is. James Brown, op zondag in de kerk die Paradiso ooit was. Hij hielp zijn zangeressen met een microfoonsnoer dat klem zat. Een echte Godfather vraagt niet om assistentie, maar doet zoiets zelf. In zijn tourbus at hij gewoon een bruine boterham. Als ik ga spelen met Barrelhouse neem ik ook graag een boterhammetje mee. Je bent misschien artiest, maar in het ideale geval blijf je een normaal mens.”