Column

Het weekend van Eddy Zoëy

Eddy Zoëy (47) was even niet op televisie en dus dachten mensen dat hij verdwenen was. 'Je wordt een vriend die elke dag op bezoek komt.'

Eddy Zoëy is bezig met een comeback. Tenminste, dat is wat hij de laatste weken leest, over zichzelf. Ruim een jaar was hij niet meer dagelijks op televisie, en dan denken mensen dat je verdwenen bent. Dat het niet goed met je gaat. Maar dat is dus helemaal niet zo. Zoëy was druk met andere dingen. Hij bracht het album Andere kanten van... uit, er was een schilderijenexpositie. Daar zijn camera’s over het algemeen iets minder in geïnteresseerd.

Hij begrijpt het ook wel, zegt Zoëy. Toen hij Take me Out presenteerde, was hij elke dag op televisie te zien. „Je wordt onderdeel van het leven van mensen, je bent een vriend die elke dag op bezoek komt. Als die vriend dan wegvalt, en je ziet hem daarna opeens weer op televisie, denk je dat hij terug is. Zelf ervaar ik het absoluut niet zo.”

Het is juist de muziek waarmee zijn carrière begon. Maar in zijn liedjes is hij niet altijd de persoon die hij op televisie is – vandaar ook die albumtitel. De muziek is minder uitbundig dan zijn tv-verschijning, serieuzer. Zoëy is geen, om maar een voorbeeld te noemen, Gerard Joling, die op zijn plaat net zo overkomt als op tv. „Dat is het punt”, zegt hij. „Televisie kan nogal eendimensionaal werken. Van veel presentatoren zie je nauwelijks wie ze echt zijn.”

Een muziekleven is een laat leven. Laat thuis. Laat opstaan. Voor je het weet leeft het hele gezin langs elkaar heen. „Tegen de tijd dat ik ’s avonds thuiskom moeten de kids alweer naar hun nest. Zo werkt dat.” Dus het weekend is gereserveerd voor de kinderen van twee en zeven. Zoëy maakt strandwandelingen, bezoekt pretparken, speelt een potje voetbal in de tuin. En anders, als hij dan echt niets te doen heeft, „dan zit ik op een ligstoel in de tuin gitaar te spelen.”

Sinds een paar weken is hij te zien op SBS6 met het programma Was ik maar thuisgebleven. Zoëy praat met vakantiegangers die in het buitenland een vreselijke vakantie hebben meegemaakt.

Tornado’s, bosbranden, onterechte gevangenisstraffen in levensgevaarlijke gevangenissen, zinkende cruiseschepen, een haai die in een bootterechtkomt. Dat soort werk. „Je kunt je er bijna niet tegen verzekeren.”

Er wordt zelfs al gesproken over een tweede seizoen. Leuk voor de makers, maar ze blijven natuurlijk afhankelijk van de vervelende vakantieverhalen van anderen. Een nuance van Zoëy’s kant: „Het laatste wat ik wil is dat mensen verschrikkelijke dingen meemaken waardoor wij een tweede reeks kunnen maken.”