Gemiddeld 82,5 jaar

Elke week staat op deze plek een fictieverhaal. Deze week een fragment uit het dagboek van Hendrik Groen, 83¼ jaar.

Zondag 21 juli

Er zijn enkele bewoners met de onhebbelijke gewoonte om bij de koffie te klagen over hun stoelgang. Bij voorkeur op zondag als er extra veel mensen beneden komen. Dan krijgt iedereen van het huis een plakje cake aangeboden. Ik weet uit betrouwbare bron dat het hier Aldi-cake betreft die negentig cent kost en, opdracht van het afdelingshoofd, in ten minste vijftien plakken gesneden moet worden, zodat ons een geschenk wordt aangeboden van zes cent per persoon.

En dan wordt zo’n miezerig plakje cake omstandig en met veel misbaar geweigerd met de mededeling: ‘Ik ben namelijk al vier dagen niet naar de wc geweest!’ Of juist afgeslagen met als argument: ‘Ik heb de halve ochtend op de wc gezeten, ik loop helemaal leeg.’

Dat wil ik allemaal niet weten!

Bespreek dat lekker met je huisarts of ga naar de poeppoli (die schijnt te bestaan), maar kom niet bij mij aan met je strontverhalen als ik net een plakje cake zit te eten, want dan heb ik namelijk geen trek meer in cake!

Die wonderlijke schaamteloosheid die veel oude mensen hebben... En dat gekoppeld aan de vreemde veronderstelling dat mensen oprecht geïnteresseerd zouden zijn in andermans geklaag en gesteun.

Kleine kinderen lopen te koop met hun buikpijn en geschaafde knieën opdat moeders met glaasjes warme melk en pleisters komen aanzetten, maar het eeuwige gezeur van bejaarden is volstrekt nutteloos en onverdraaglijk.

Morgen een dagje uit met de onvolprezen Oud-maar-niet-doodclub.

Maandag 22 juli

Het Tour de France-gat wordt vanmiddag opgevuld door Graeme. Hij is de organisator van ons clubdagje uit. ‘Dagje uit’ klinkt een beetje truttig maar het zijn, gegeven onze gemiddelde leeftijd van 82,5 jaar, behoorlijk enerverende dagen.

De halfjaarlijkse uitstapjes onder regie van de bewonerscommissie hebben eigenlijk als doel om, bij wijze van verrassing, ergens anders koffie te drinken (10.30 uur), te lunchen (12.30 uur) en thee te drinken (15.30 uur) en tussendoor in een bus te zitten. Net als een doorsnee dag in het tehuis. Alle resterende tijd is nodig om vijfenveertig bejaarden vier keer in en uit een bus te laden en drie keer allemaal het invalidentoilet van een wegrestaurant te laten bezoeken.

De laatste twee dagjes uit van het huis heb ik me ziek gemeld. De tweede keer werd dat zeer argwanend ontvangen. ‘Alweer? Precies vandaag?’

Een keer is toeval, twee keer is boze opzet. Bij drie keer ben je een paria. Ik moet zeker weer twee keer mee. Hoe anders zijn de feestelijke uitstapjes van de Oud-maar-niet-dood-club. Actief tot je erbij neervalt, met (niets menselijks is ons vreemd), op gezette tijden koffie, brood en wijn.

Dinsdag 23 juli

Gelukkig was het gezellig, excuseert u mij de gemeenplaats. Ik was vooraf bang dat de afwezigheid van Evert als een schaduw boven de dag zou hangen maar dat viel erg mee.

Het was een dagje Artis met als emotioneel hoogtepunt een babygorilla die na een mislukte handstand in de fruitsalade van zijn moeder terechtkwam.

Graeme was op vooronderzoek geweest en had een speurtocht uitgezet met geestige opdrachten. Prijsuitreiking bij de borrel. Ria kreeg de poedelprijs omdat ze er met haar schatting van het gewicht van de olifant 2700 kilo naast zat. Het was een tweedehands personenweegschaal. Die kijkt ook niet op een kilootje meer of minder.

We hebben Evert gebeld om te zeggen dat we hem misten. Hij gaf per telefoon een rondje.

En Graeme had drie gebruiksvriendelijke digitale fotocamera’s meegenomen voor een fotosafari. Ik moest met Edward bijvoorbeeld een serie ‘konten’ maken. Anderen moesten de dieren fotograferen die het meest leken op de leden van ons gezelschap.

Graeme heeft voor de volgende ledenvergadering een gelikte Powerpointpresentatie toegezegd. Hoezo niet met onze tijd mee?

Elf uur de deur uit en om vijf uur weer thuis. Ik was kapot. We hadden wel twee rolstoelen geregeld waar ik regelmatig in mocht zitten maar ik heb voor mijn doen ook heel veel gelopen, op het laatst van bankje naar bankje. We hebben maar twee betrouwbare rolstoelduwers, Antoine en Graeme. Alle anderen zijn beter in geduwd worden.

Woensdag 24 juli

De warmte eist zijn tol in ons tehuis: drie doden in twee dagen. Hittegolf zorgt voor kaalslag onder bejaarden. Mooie krantenkop. Zelf bedacht.

Het lijkt erop dat wij oudjes van de lome warmte gebruikmaken om er zachtjes tussenuit te knijpen. Rustig de kist in doezelen. De profetie die zichzelf in vervulling laat gaan.

Eefje en ik zijn vanochtend bij onze advocaat op bezoek geweest. Victor is ervan overtuigd dat het antwoord van de raad van bestuur vooral bedoeld is om tijd te winnen en ons op kosten te jagen. Om ons af te schrikken.

Hij krijgt er steeds meer plezier in en heeft als honorarium elke week een fles wijn uit een ander land bedongen. Naarmate het langer duurt moeten wij steeds onbekendere wijnlanden opsporen. Na een jaar mogen we opnieuw beginnen. ‘Want,’ zei Victor ‘je moet niet gek opkijken als we hier twee jaar mee zoet zijn.’

Waarschijnlijk keken Eefje en ik toen heel bedenkelijk.

‘Ik zal, met het oog op de gevorderde leeftijd van mijn cliënten, de grootst mogelijke spoed bedingen. Trouwens ook met het oog op de leeftijd van de advocaat zelf.’

Hij zou onmiddellijk beginnen met een brief aan de advocaat van het bestuur, en een gerechtelijke procedure starten.

En het hele gesprek dezelfde kouwe kakstem uit een slecht toneelstuk.

We mogen hem steeds meer.