Een heilzame zomer

Voor een geslaagde vakantie is geen recept. Wat een beetje kan helpen: iedere dag samen ijs eten.

Vakantie is: eindelijk ontspannen. Tijd voor de kinderen. Niet langer buffelen op kantoor en in de sportschool. Vakantie is óók: geen ontsnapping meer naar kantoor en sportschool. De gezinsvakantie is kortom, een medaille met twee kanten. Zoals het hele leven. Is er wat van te leren? Zo kan het bijvoorbeeld gaan:

De meisjes waren lief onderweg: ze telden auto’s, deden spelletjes en kregen géén slaande ruzie. De route klopte, de slaapzakken zaten in de achterbak en de de camping bleek nog lieflijker dan op de plaatjes.

Bergen. Hoe geweldig vond ze die zelf als kind: bloemen, beken, rotsen, sneeuw. En ’s avonds de tent – licht en rank, maar bestand tegen elke onweersstorm. Althans, als hij goed is opgezet. Echtgenoot zet nu de stokken alleen min of meer op het gras – zoals hij hun gezinsleven ook min of meer ondersteunt. Ze weet dat ze niks moet zeggen, maar zo zullen ze geen stormen doorstaan.

„Zo heb ik er dus geen zin in”, zegt hij. De stokken vallen en de meisjes kijken schichtig naar hun moeder terwijl echtgenoot op een vouwstoel ploft. En ze weet dat ze het niet moet vragen want hij is altijd eerlijk, maar ze doet het toch: „Had je dat überhaupt wel dan?”

Inderdaad, vaak lijkt vakantie slechts: het verplaatsen van problemen. Niet vreemd, vond de veel geciteerde Griekse wijsgeer Socrates lang geleden al: „Waarom ben je verbaasd dat reizen jou niets baten, wanneer je jezelf meeneemt?” In het modernere jasje van publieksfilosoof Alain de Botton die naar Barbados reisde: „Een cruciaal maar tot dan toe over het hoofd gezien feit deed zich voor: dat ik onbedoeld mezelf had meegenomen naar het eiland.”

Voor de gewone reiziger die met zijn familie op pad gaat, zit het probleem natuurlijk vooral ergens anders: in de anderen. Thuis zijn er genoeg mogelijkheden om elkaar te ontwijken – denk banen, scholen, sportscholen en meer. Ze beschermen ons tegen ‘de stemmingen, de geluiden en de geuren van de ander’, schreef de Amerikaanse psycholoog Paul Rosenblatt in de vorige eeuw al eens.

Maar tenten, huisjes en hotelkamers bieden zulke ontsnappingsroutes zelden, hoe heerlijk het gras op de camping ook ruikt, hoe vrolijk de zee ook glinstert vanaf het terras of hoe rozig de rotsen ’s avonds in de verte ook gloeien. Erger, je kunt er niet eens je baas de schuld geven van je slechte humeur. Geen wonder dat echtscheidingsadvocaten zeggen het extra druk te hebben na de zomer.

Maar het kan ook zo:

Verbaasd kijkt ze haar dochters na. Kaarsrecht loopt de sprietige jongste met een rammelende afwasteil tussen de tenten; de oudste ernaast met een kwast en zeepsop. Waar hebben ze plotseling de moed vandaan gehaald om zelf, alleen, een plek bij de kranen te veroveren? Wie heeft ze in het afwasmachinetijdperk geleerd hoe een afwaskwast werkt?

Alleen de punt van de theedoek sleept nog over de grond. Na hun geboorte prees de huisarts hun lange rechte benen, maar wat waren die toen nog kort. Hoe hard kunnen ze er nu mee rennen. Hoe vrolijk bengelen die nu op terrasjes onder hun stoel. Ze zou met die theedoek over haar ogen willen wrijven. Wanneer zijn ze zo gegroeid?

Een geslaagde vakantie neemt niemand je nog af. Alsof niet alleen de zon, maar iederéén straalde – zo zit het in je hoofd, en dat valt wetenschappelijk te verklaren.

De Amerikaanse psychologen Daniel Kahneman en Barbara Fredrickson onderzochten hoe mensen terugkeken op ervaringen met een duidelijk begin en einde – zoals een verblijf in een ziekenhuis, of een vakantie dus. Zo ontdekten zij wat later de peak end-regel ging heten.

Volgens deze regel kleuren de meest intense momenten (de ‘peaks’) samen met de afloop (‘end’) de herinneringen aan zo’n ervaring. Dus: werd je partner in de vakantie gebeld door een vriendin met wie hij het ‘al een jaar had willen uitmaken’, zaten jullie in het vliegtuig vijf rijen van elkaar vandaan en werden de kinderen luchtziek, dan blijft er een somber waas over de vakantieherinneringen hangen – hoe heerlijk ook het eten, de zon en de (aanvankelijke) seks. Omgekeerd: hoort het samen snorkelen tot je mooiste momenten ooit en verheugde je je in het vliegtuig terug al samen op het gezinsfotoalbum, dan vallen kleine strubbelingen in het niet.

Groeien

Zo gek is de vraag dus niet of je niet altijd zou moeten leven als tijdens geslaagde vakanties. Vooral ook voor de kinderen. Kijk hoe baby’s tevreden leren omrollen; peuters haast vanzelf zindelijk worden; kleuters ineens ‘alleen’ naar het speeltuintje durven lopen; hoe kinderen steevast uit hun schoenen groeien.

En zie: in de vakantie leven we kinderen voor om ondernemend te zijn. In de vakantie geven we ze extra aandacht. Ofwel, Socrates zag het misschien te zwart. We laten wél iets van onszelf thuis, ons snel afgeleide zelf, en onze kinderen gedijen erbij. Zouden ze niet veel begaafder (en groter) worden als we altijd zo zouden leven?

Ai. Gelukkig valt dat mee. Allereerst: kinderen groeien gewoon sneller in de lente en de zomer. Soms zelfs twee tot drie keer sneller dan in andere seizoenen, zo constateerden artsen in de vorige eeuw al. Blootstelling aan licht doet wonderen. Bovendien valt de groei van de kinderen meer op, als je niet met één been buiten de deur staat om naar je werk te gaan.

Of aandachtige vakantieouders hun kinderen stimuleren, is hoogst onzeker. „Ik kan geen serieus onderzoek vinden over het effect van vakanties”, mailt bijvoorbeeld hoogleraar ontwikkelingspsychologie Willem Koops uit Utrecht.

Als vakanties en kinderen al worden bestudeerd, dan vooral vanuit marketingperspectief: hoeveel invloed hebben kinderen op de keuze van de vakantiebestemming? Of door een zorgelijke, educatieve bril: volgens sommigen zouden kinderen zoveel kennis kwijtraken tijdens de lange zomervakantie, dat er effectief een hele maand aan reken- en leesonderwijs verloren zou gaan. Vakantie doet kinderen juist tekort, zeggen daarom de tegenstanders van lange, luie zomers.

Maar over de relatief korte familievakantie zegt dat niks. Het lijkt in elk geval onbewezen dat kinderen begaafder worden tijdens een geslaagde familievakantie – even afgezien van de open deur dat positieve aandacht kinderen altijd goed doet.

Wat rest zijn dus de herinneringen: dat vakanties die opleveren, valt niet te betwisten. En gelukkig kleuren ze – gemiddeld – vrij snel roze. Ouders in een onderzoek van Malene Gram van de universiteit van Aalborg in Denemarken (die diepte-interviews met 26 gezinnen hield) vonden hun vakantie al een succes als hun kinderen het fijn hadden gehad en zijzelf zich een beetje hadden kunnen ontspannen.

De kinderen herinnerden zich vooral intense ervaringen, waarbij je de tijd vergeet. Een enge rollercoaster noemden ze bijvoorbeeld, of een dolfijn die het publiek in een dolfinarium nat spat en het aaien van een ezel of giraf. Peak end, kortom.

En één moment kwam telkens terug: samen ijs eten. „De ice-cream situation lijkt een zeer harmonisch moment te zijn”, constateert Gram.

Is vaker ijs eten de rest van het jaar dan tenminste één concrete vakantieles waar we de rest van het jaar lering uit kunnen trekken? Helaas, het is onbekend wat samen ijs eten doet zonder zon en blauwe luchten, zand en palmen, bergen en sneeuw, of tenten en rivieren.