Een Europees adres is heel wat waard

Overnames in de farma-industrie leiden tot Amerikaanse ergernis over belastingontduiking

De afgelopen jaren zijn het vooral Amerikaanse conservatieven geweest die opriepen tot eensgezind patriottisme. Nu is het een democratische regering die zich sterk maakt voor een nieuwe versie van dit volkssentiment: „Economisch patriottisme.”

De Amerikaanse minister van Financiën, Jacob Lew, heeft er schoon genoeg van dat bedrijven naar Europese landen met lagere belastingen „vluchten”, zo maakte hij afgelopen week duidelijk. Dat gebeurt in toenemende mate, vooral in de farmaceutische branche.

Amerikaanse ondernemingen nemen steeds vaker West-Europese concurrenten over, zodat het hoofdkantoor in het land van de nieuwe partner kan worden gevestigd. Nederland en Ierland zijn geliefde bestemmingen omdat hier aanzienlijk minder belasting hoeft te worden betaald. Een minderheidsbelang in de nieuwe partner is voldoende om het Amerikaanse stelsel grotendeels te ontvluchten.

Samen winnen of verliezen

Lew wil met terugwerkende kracht, vanaf mei dit jaar, optreden tegen dergelijke „inversies”: belastingvlucht. Van Amerikaanse ondernemingen eist Lew trouw aan de wet – inclusief de belastingwet. Het toptarief voor het bedrijfsleven is 35 procent; veel hoger dan in veel Europese landen.

„We moeten voorkomen dat ondernemingen hun burgerschap in feite afleggen om onder de belastingplicht uit te komen”, schreef Lew aan de senaat. Dat kost de VS inkomsten en banen, aldus de minister. „Waar we als land behoefte aan hebben, is een gevoel van economisch patriottisme; dat we samen winnen of verliezen.”

Los van een lager maximumtarief als onderdeel van omvattende belastinghervorming, wil Lew dat het Congres de wet op fusies en overnames onmiddellijk aanscherpt.

Er is al enige tijd een voorstel om het belastingvoordeel van inversies weg te nemen, wat invloed zou hebben op een groot aantal fusies en overnames die dit jaar in gang zijn gezet. De kans dat dit plan op korte termijn een wet wordt, is echter niet groot, volgens vele topmannen die zich weinig zorgen zeggen te maken.

Halfslachtige ontkenningen

De redenen voor de Washingtonse ergernis stapelen zich op. Vrijdag werd bekend dat AbbVie uit Chicago het Ierse farmabedrijf Shire overneemt voor 40,5 miljard euro. Enerzijds zal de overname door AbbVie– vooral bekend van reumamedicijn Humira – zorgen voor meer variatie in de portfolio. Anderzijds daalt het belastingtarief in 2016 naar 13 procent dankzij het nieuwe, Ierse postadres.

Topman Richard Gonzales ontkent dat het uitsluitend om belastingdollars gaat. „Deze transactie heeft een uitstekende strategische pasvorm”, zei hij. „We zouden het niet doen als het alleen om de impact van de belastingen ging.”

Ondanks de halfslachtige ontkenningen van bestuursleden is het een publiek geheim waarom vooral de Ieren zo in trek zijn. Medtronic, maker van medische apparatuur, is een fusie ter waarde van 33 miljard dollar met Covidien aan het afronden, om zo een Iers adres te verkrijgen. Eerder deze week nam Mydan, een medicijnmaker uit Pittsburgh, de Europese onderdelen van Abbott Labaratories over. En in mei trachtte de farmagigant Pfizer het Brits-Zweedse AstraZeneca over te nemen voor ruim 88 miljard euro. Dat vijandige bod werd afgewezen, maar aan weerszijden van de Atlantische Oceaan klinkt speculatie over een volgende poging, later dit jaar. Een Europees adres is heel wat waard.

Onenigheid over details

Ook buiten de farmaceutische branche wordt het debat in Washington scherp in de gaten gehouden. Uit de voorgenomen deal tussen Chiquita en Fyffes zal de absolute marktleider in bananen voortkomen. Hoofdkantoor: Dublin. Als Lew zijn zin krijgt en deze vorm van belastingvlucht verboden wordt, heeft Chiquita alsnog een probleem.

Uit de reacties op Lews commentaar blijkt dat er waarschijnlijk geen snelle oplossing komt voor het inversie-vraagstuk. Senatoren uit beide politieke partijen zetten liever in op alomvattende belastinghervorming als middel om bedrijven in de VS te houden. Door onenigheid over tal van details kan zo’n grootschalige aanpak echter nog jaren op zich laten wachten – zoals er ook al jaren over wordt gediscussieerd.

De gezaghebbende Republikein Orrin Hatch wil de tarieven verlagen en het belastingsysteem toegankelijker maken, maar een quick fix zal een averechts effect hebben, vreest hij. Daarmee blijft het ondernemingsklimaat in de VS ronduit vijandig, en zullen bedrijven alleen maar weg willen, zegt hij: „Ik werk niet mee aan wetgeving die het concurrentienadeel vergroot en Amerikaanse bedrijven nog gevoeliger maakt voor buitenlandse overnames.”