De serieverkrachter werd opgepakt als fietsendief

Bijna twintig jaar zocht de politie naar een onbekende man die minstens zeven meisjes verkrachtte. Ze dachten dat hij al dood was.Een gearresteerde fietsendief had overeenkomstig DNA.

Oude compositieschets van Gerard T. Foto ANP

In het voorjaar van 2001 werd de zoektocht naar de ‘Utrechtse serieverkrachter’ stopgezet. De onbekende man had in 1995 en 1996 zes jonge vrouwen verkracht in het bos- en weidegebied ten zuidoosten van Utrecht, en nog twaalf pogingen daartoe gedaan. Maar sinds eind 1996 leek hij geen slachtoffers meer te hebben gemaakt. Omdat het vreemd was dat een dwangmatige verkrachter zomaar zou stoppen, hielden politie en justitie ernstig rekening met de mogelijkheid dat hij was overleden.

Nog geen half jaar later werd er weer 75 man politie op de zaak gezet. Een meisje van 16 was in een bos bij Bilthoven vastgebonden aan een boom en verschillende malen verkracht. Het DNA-profiel van haar verkrachter kwam overeen met DNA dat bij twee eerdere slachtoffers van de serieverkrachter was gevonden.

Veertien jaar bleven alle inspanningen zonder resultaat; nu pas is er een doorbraak. DNA van een begin dit jaar gearresteerde fietsendief bleek overeen te komen met dat van de serieverkrachter. Het betreft Gerard T., een 51-jarige man uit Nieuwegein.

Lex Mellink, oud-districtschef bij de Utrechtse politie en in de jaren negentig leider van het onderzoek naar de serieverkrachter, kon nauwelijks geloven dat de Utrechtse serieverkrachter nu toch lijkt te zijn gepakt. „Ik had nog wel hoop dat hij gevonden zou worden, maar het geloof was ik een beetje kwijt.” Helemaal losgelaten had de zaak hem nooit. „Het is mijn vak rust en veiligheid te brengen in de samenleving. Als je ondanks al je inspanningen zo’n creep niet te pakken krijgt, weet dat hij nog vrij rondloopt, dan zit dat je nooit lekker.”

Het onderzoek naar de serieverkrachter was een van de grootste klopjachten uit de Nederlandse geschiedenis. Na de eerste verkrachtingen in 1995 werkten 35 rechercheurs aan de zaak. 170 leden van de Mobiele Eenheid patrouilleerden enige tijd in het ‘werkgebied’ van de man en ook vrouwelijke ‘lokagenten’ worden hier ingezet. Op televisie wordt een compositietekening getoond. Zo ontstaat het beeld van een man van 25 tot 35 jaar oud, blond, met een vadsig postuur en een ringetje in zijn rechteroor. Onduidelijk is nog of de – nu kale – Gerard T. indertijd aan dit signalement voldeed.

Er komt ook een ‘daderprofiel’. Volgens gedragskundigen moet het gaan om een geïsoleerde man met een laag zelfbeeld en weinig sociale contacten, die waarschijnlijk alleen woont of bij zijn ouders. Uit verklaringen van slachtoffers blijkt dat hij een ‘controleverkrachter’ is, iemand die handelt uit machtswellust en niet uit haat. Opvallend is dat hij eerst agressief is, maar bijna aardig gaat doen als hij eenmaal de controle heeft. Hij lijkt niet impulsief maar juist weloverwogen te werk te gaan. Zo wordt eens een doorgeknipte afrastering gevonden die hem mogelijk van een vluchtweg moest voorzien.

„We hadden een aantal mensen op de korrel”, zegt toenmalig onderzoeksleider Mellink. Bijvoorbeeld bekende zedendelinqenten en mensen die voorkwamen op beelden van bewakingscamera’s in het gebied. „Maar de belangrijkste bron was de bevolking. We kregen ruim tienduizend tips, variërend van: het is mijn buurman, tot: de slager heeft net zo’n gezicht als op de compositietekening.” De politie trekt alle tips na, tot er ongeveer 2.600 mannen overblijven die niet kunnen worden uitgesloten als verdachte en nader worden onderzocht. Het liefst had de politie hun DNA vergeleken met DNA dat op de slachtoffers was gevonden. „Het was heel aantrekkelijk om van een aantal mensen wat haar van de grond te rapen als ze bij de kapper waren geweest”, zegt Mellink. Maar dat mocht niet. Er was al eens een Amsterdamse serieverkrachter vrijgesproken bij wie wangslijm was afgenomen zonder dat hij er toestemming voor gegeven had.

Het hoogst haalbare bleek in 1999 een schriftelijk verzoek aan 110 blanke mannen tussen de 23 en 44 jaar om DNA af te geven te geven aan de politie. Een klein aantal weigerde. Opvallend genoeg bevond zich onder hen Gerard T., die volgens de Utrechtse hoofdofficier Bac „op twee momenten” in het onderzoek „in beeld” is geweest, maar nooit formeel verdachte werd. Hij bleef volgens de politie wel altijd „op de radar”, maar dit leidde nooit tot nadere aanwijzingen tegen hem. Ook toen justitie de beschikking kreeg over een steeds grotere databank met DNA van daders, was er nooit een match – T. had en hield een blanco strafblad. Dat hij uiteindelijk als fietsendief DNA moest afstaan, is te danken aan een aanscherping van de wet uit 2001, die DNA-afgifte verplicht stelde bij alle delicten waarop maximaal vier jaar cel staat – in plaats van alleen bij delicten met een maximumstraf van acht jaar cel. Op ‘fietsdiefstal met braak’ staat maximaal vier jaar cel.

De politie kan het DNA-profiel van Gerard T. koppelen aan drie verkrachtingszaken, maar verdenkt hem van nog veertien andere zaken. Daarnaast is het de vraag wat hij heeft gedaan tussen de laatste bekende verkrachting in 2001 en zijn aanhouding. „Een seriepleger houdt niet vanzelf op”, zegt Mellink. „Het is een ziekelijke neiging die lijkt op verslaving.” Hij verwacht dat dit nog duidelijk zal worden. „Nu we de man hebben, kunnen we gewoon gaan zoeken. In zijn telefoon, agenda’s, tot zijn zorgverzekeraar aan toe, om na te gaan welke medische behandelingen hij gehad heeft.” Er is weer twintig man op de zaak gezet.