De advocaat, haar man, het zeiljacht en de rozen

Volgende week begint het proces tegen een advocaat die ervan wordt verdacht ruim 6 miljoen euro van cliënten te hebben verduisterd. Haar man, PVV-Statenlid Jos van Hal Scheffer, pleegde zelfmoord nadat ze was gearresteerd. Hij deed de administratie voor haar kantoor. Hoe werkte het paar en hoe kwam de fraude aan het licht? Een reconstructie.

Te veilen spullen van de advocaat die van fraude wordt verdacht, uitgestald voor een kijkdag. Ze verklaarde ‘koopziek’ te zijn. Foto’s Sake Elzinga

Statenlid Jos van Hal Scheffer van de PVV in Utrecht krijgt voor zijn verjaardag in 2011 een wel heel bijzonder cadeau. Hij houdt van zeilen en dus heeft zijn vrouw Monique voor 165.000 euro een dertien meter lang zeiljacht voor hem gekocht, een Dufour 44 Performance. Ze laat er ook nog voor 16.000 euro aan vertimmeren. Het jacht ligt in de haven van Bruinisse. Jos koopt er een extra zeil bij.

De twee leiden een comfortabel leven. Voor de deur van hun vrijstaande huis in Soesterberg staan twee Lexussen en een Landrover. Ze skiën, hebben twee paarden (Friezen) en laten in de loop der jaren drie rijtuigen bouwen om te kunnen mennen.

Ze werken er hard voor. Zij heeft een advocatenkantoor met een tiental medewerkers dat is gevestigd in Den Haag en Amersfoort. Middelgrote woningcorporaties, zorg- en landbouwinstellingen behoren tot haar klanten. Hij heeft naast zijn werk voor Provinciale Staten een eigen managementbureau. Ook doet hij de administratie voor haar kantoor.

In de zomer van 2012 gaat het helemaal mis. Zij wordt verdacht van fraude en enkele dagen voor verhoor vastgehouden. Niet lang nadat ze is vrijgelaten in afwachting van de rechtszaak, pleegt hij zelfmoord in de bossen bij Zeist.

Dan is niets meer wat het lijkt. Elf instellingen en ondernemers doen aangifte. De advocaat wordt verweten ruim 6 miljoen euro te hebben verduisterd. Komende week begint de strafzaak tegen haar. Een reconstructie op basis van het strafdossier en gesprekken met betrokkenen.

Declaraties

Het is 2010 als een medewerker van Sportvisserij Nederland zich beklaagt bij een advocaat-stagiair van Scheffer Advocaten. De klant zegt „geschrokken” te zijn van een hoge rekening.

De advocaat-stagiair weet dat hij in het declaratiesysteem heeft ingevuld dat hij 35 uur heeft gewerkt voor deze klant. Het kantoor factureerde 85 uur aan het bedrijf, ziet hij als hij het nazoekt. Hij kaart het aan in een gesprek met Monique en Jos. De twee doen het volgens hem af als het ‘bekende geklaag’ van klanten over declaraties. Later wijt Jos het verschil volgens de advocaat-stagiair aan het declaratiesysteem dat niet zou functioneren.

De sfeer op het kantoor is dan al gespannen, vertellen medewerkers aan de politie. Sommigen voelen zich geïntimideerd. ‘Als ik een klant kwijtraak, verhaal ik dat op jullie’, zou Monique haar personeel regelmatig voorhouden. De advocaat moet volgens een medewerker met haar auto „altijd binnengeloodst” worden naar het parkeerterrein achter het kantoor. Binnen moet de thee klaar staan. Bij het weggaan moet iemand „de rijbaan vrijhouden zodat ze weg kon rijden”. Een tweede advocaat-stagiair heeft de indruk dat haar baas „onwaarheden” vertelt. Als Monique naar kantoor belt om te waarschuwen dat haar werk op de rechtbank uitloopt, klinkt op de achtergrond de koekoeksklok in haar woonkamer. In het voorjaar van 2011 klaagt deze advocaat-stagiaire bij de Haagse deken over de manier waarop ze wordt behandeld. Haar baas zou tegen haar schreeuwen en haar nauwelijks begeleiden.

Beide advocaat-stagiairs ontdekken steeds meer zaken die niet kloppen. Achteraf verklaren ze erover bij de politie. In februari 2012 moet een van hen naar een klant, woningcorporatie Casade, bellen met het verzoek een factuur snel te betalen. De stagiair weet dat de woningcorporatie 15.000 euro moet betalen voor de vergoeding van deskundigen in een rechtszaak. Het is gebruikelijk dat klanten geld in een depot storten bij de advocaat, zodat die namens hen dit soort kosten kan betalen. De woningcorporatie zegt een rekening van 130.000 euro te hebben ontvangen.

Als de advocaat-stagiair de brief opvraagt en goed bekijkt, ziet ze dat de tekst scheef staat, het te betalen bedrag in de brief inderdaad veel te hoog is en een motivatie van de rechtbank ontbreekt. De brief moet zijn vervalst.

De andere advocaat-stagiair heeft de indruk dat deze zaak van woningcorporatie Casade meer dan eens met een schikking „tot een goed einde” kan worden gebracht, terwijl zijn baas maar blijft aansturen op een rechtszaak. Beide advocaat-stagiairs doen hun verhaal bij de deken in Den Haag.

Exclusieve poppenhuizen

Uit het strafdossier dat in het bezit is van deze krant rijst het beeld op van een advocaat die jaar op jaar het ene gat met het andere vult en daarbij steeds onzorgvuldiger wordt. Ze verhoogt het aantal gewerkte uren en maakt nepbrieven van onder meer de rechtbank Den Bosch en de Raad van State waarin ze cliënten vraagt om grote bedragen te storten. Een brief is volgens het dossier met „knippen, plakken en typ-ex” in elkaar gezet. Ook traineert ze rechtszaken van haar cliënten.

Ze schermt met ziektes die niet bestaan. Van zichzelf en van anderen. Zo is haar cliënt Tjalling Sijperda, directeur van tuin-en landbouwbedrijf De Groene Vlieg, heel verbaasd als een rechter voorafgaand aan een zitting informeert naar zijn gezondheid. Sijperda heeft geen idee waar de bezorgdheid vandaan komt en knikt, vriendelijk.

De Groene Vlieg heeft dan al een eerdere rechtszaak tegen het ministerie gewonnen. Het bedrijf kreeg daarbij een schadevergoeding toegewezen van een miljoen euro, die op de rekening van het Haagse advocatenkantoor werd gestort. Monique adviseerde hem in beroep te gaan tegen de uitspraak. Hij stemde in, maar de tweede zaak laat lang op zich wachten en volgens haar kan hij intussen niet zomaar bij zijn geld. Hij weet niet dat zij het is die zijn zaak steeds uitstelt. „Onze cliënt dient begin juni 2010 een knieoperatie te ondergaan in het buitenland”, schreef zij half april aan het College van Beroep voor het bedrijfsleven in Den Haag, waar de zaak dient. Vandaar de bezorgde reactie van de rechter.

Monique besteedt intussen tienduizenden euro’s aan kleding, antiek, juwelen, exclusieve poppenhuizen en schoonheidsbehandelingen; rekeningen die ze niet altijd betaalt. Ze is „koopziek”, vertelt ze later aan de politie. De bedragen waarmee ze fraudeert, worden hoger en hoger.

Zorgpalet, een bedrijf met woningen voor ouderen en kleinschalige verpleeghuizen, heeft in 2011 een geschil met de verhuurder van een pand. De directeur stort op verzoek van zijn advocaat op 1 juli in goed vertrouwen 125.000 euro op de ‘derdenrekening’ van Scheffer Advocaten. In de overeenkomst staat dat hij het bedrag na een jaar met rente terugkrijgt als er geen gebruik van wordt gemaakt.

Hij weet niet dat het advocatenkantoor helemaal geen derdenrekening heeft – een rekening waarop geld van cliënten tijdelijk kan worden gestald. Zes dagen na de storting koopt Monique de dertien meter lange Dufour 44 Performance voor de verjaardag van haar man.

Jos doet dan al jaren de administratie van en op het advocatenkantoor. Hij is volgens medewerkers de enige die de post mag openen van de Belastingdienst en de bank. In het kantoor in Amersfoort heeft hij een kast met een slot in een kamer die altijd op slot gaat. Hij weet alles, zeggen verschillende medewerkers. Maar er is er ook een die zegt: „Van Monique mochten we niet alles aan Jos vertellen.”

Jos wordt nooit gehoord door de politie. Bewakingscamera’s rond het huis in Soesterberg registreren begin juli hoe hij het tuinpad afloopt met een plastic tas van een speelgoedwinkel in zijn hand. Hij wordt als vermist opgegeven. Zoekacties volgen. Twee dagen later wordt zijn lichaam gevonden in het bos. Bij hem ligt de plastic tas, waarin waarschijnlijk het pistool zat waarmee hij zichzelf om het leven heeft gebracht. PVV-leider Geert Wilders noemt het nieuws „verschrikkelijk” en wenst de nabestaanden „heel veel sterkte”.

De enige die dan nog duidelijkheid kan geven over zijn betrokkenheid bij de miljoenenfraude is Monique. Aanvankelijk zegt ze dat haar man van niets wist. Ze overweegt zelfs een interview te geven om zijn ‘naam te zuiveren’. Maar naarmate de tijd vordert, zal haar opstelling veranderen.

Diepe liefde

De uitvaart van Jos van Hal Scheffer is op een rooms-katholieke begraafplaats in Utrecht, Santa Barbara. Twee stevige mannen in pak houden in de gaten wie binnenkomt.

Binnen zitten in houten banken rechts van het gangpad vooral zijn naasten, links die van haar. Er klinkt gezang van een mannenkoor. De weduwe komt binnen in een elegante zwarte jurk met lange mouwen, die klokkend uitloopt. Ze draagt zwarte suède pumps. Haar grote donkere zonnebril is deels verborgen onder een zwarte hoed. Jongeren ondersteunen haar.

Een vriendin van Monique vertelt de aanwezigen over de laatste dagen van de overledene en vraagt om een daverend applaus om het leven van Jos te vieren. Niet iedereen geeft daar gehoor aan.

Na afloop verplaatst een deel van het gezelschap zich naar Soesterberg. Het zijn vooral haar vrienden en familie, en enkele van zijn partijgenoten uit de Provinciale Staten. De PVV-fractie heeft op verzoek van een vriend van de weduwe een garantstelling gegeven voor de begrafeniskosten.

Aan een grote houten tafel in de woonkamer neemt de weduwe voor iedereen de tijd. Ze rookt, Marlboro Light. Ze oogt beheerst. Achter haar tonen haken aan de muren waar schilderijen hingen voordat de politie die in beslag nam.

Eerherstel voor Jos is het enige wat ze wil, vertelt ze. „Het houdt me overeind.” Toen ze vrijkwam, hadden ze twee dagen knallende ruzie, „omdat ik hem nooit iets had verteld”. Iedereen in de buurt moet het gehoord hebben. „We hadden wel vaker knallende ruzie. Zo waren we.”

Jos was haar „echte, diepe liefde”. Twaalf jaar eerder trouwden ze. Zelfs hun achternamen voegden ze samen, tot het chique Van Hal Scheffer. „Hij was romantisch”, zegt ze. Zij was wat ouder. „Toen ik vijftig werd, stuurde hij me een bos met even zoveel rozen. Rode, met drie witte ertussen. Zo klein is het leeftijdsverschil, schreef hij op het kaartje.”

Ja, ze fraudeerde. Maar haar advocaat-stagiairs, haar secretaresse, een voormalig boekhouder, iedereen wist van de fraude en had er deel aan. Ze zou er door twee medewerkers zelfs mee gechanteerd zijn. Iedereen deed mee, behalve Jos.

Ruim twee maanden na zijn overlijden is haar visie op de betrokkenheid van haar man veranderd. Op 17 september vraagt de politie of ze zich in staat voelt gehoord te worden. Dat bevestigt ze. Ze vertelt dan dat Jos van alles heeft geweten. Ze kondigt aan dat ze er later over wil verklaren. Op dat moment kan ze dat emotioneel nog niet aan. Voor het eerst is bij de ondertekening van haar proces-verbaal het ‘van Hal’ doorgekrast.

Ze komt erop terug in een verklaring een paar dagen later, als ze zegt dat „bij mijn man” het idee is ontstaan om „geld te lenen” van de bedragen die cliënten in depots storten. Jos had flinke schulden. Er lag beslag op de vergoeding die hij kreeg als Statenlid en op een deel van het huis. Hij verloor een rechtszaak om een zakelijk geschil. Hij moest zijn ex-vrouw alimentatie betalen. „Wij hadden beiden een behoefte aan grote geldbedragen.”

In deze periode stuurt ze ook een brief aan vrienden, waarin ze vertelt dat Jos haar in zijn greep had. Tegen de politie noemt ze hem „dominant” en hun relatie „niet probleemloos” door „mishandeling”. Ze zegt dat ze geen zicht had op de omvang van de financiële problemen omdat haar echtgenoot ook hun privé-financiën beheerde. „Ik kon wel geld uitgeven.”

In de loop van 2013 ruilt ze haar advocaat, Theo Hiddema, in voor Jan Boone. Die zegt dat Jos zijn vrouw meerdere malen heeft verkracht en haar hond voor haar ogen zou hebben doodgeschopt. Hij zou haar hebben verleid dure aankopen te doen om zo haar medeplichtigheid aan de fraude te vergroten. Boone zegt dat bevindingen in een psychiatrisch rapport over Monique bevestigen dat zij niet meer bij machte was haar eigen wil te bepalen. Hij vindt het „zo helder als glas” dat zijn cliënte ontslagen moet worden van rechtsvervolging.

Waarom de advocate pas na de dood van haar man hem de schuld geeft van haar fraude? Jos had zijn vrouw volgens Boone „volledig geïsoleerd van de buitenwereld”. Monique zou tijd nodig hebben gehad om los te komen van Jos, omdat die haar geestelijk in zijn macht had. Boone noemt het „evident” dat sprake was van „psychische overmacht” door de „ongelooflijke griezel” Jos van Hal Scheffer. „Hoe is het anders te verklaren dat deze topadvocaat met een glanzende carrière na achttien jaar ineens gaat frauderen?”