Bransons bedriegerij is aanstekelijk

Vorig jaar heb ik mijn Lance Armstrong-boeken bij het oud papier gegooid. Dit jaar moeten die van Richard Branson eraan geloven. Toch voelt dat wel een beetje jammer. In mijn onderwijs gebruikte ik graag voorbeelden over wielrenner Armstrong. Bijvoorbeeld over hoe hij etappes vooraf verkende, om zich voor te bereiden op de momenten-van-de-waarheid in de Tour. Nog altijd zou je daar relevante lessen uit kunnen trekken. Maar de meeste mensen – ook ik – hebben er geen zin meer in. Armstrongs zelfvertrouwen en optimisme, die in zijn gloriejaren aanstekelijk werkten, roepen achteraf vooral irritatie op.

Gelukkig had ik altijd nog een paar inspirerende verhalen over ondernemer Sir Branson achter de hand. Maar deze maand verscheen de Nederlandse vertaling van de biografie die onderzoeksjournalist Tom Bower schreef over de Virgin-baas: Branson ontmaskerd. Meer dan 350 pagina’s lang maakt Bower gehakt van Bransons karakter en ondernemerschap. Een paar van de – goed gedocumenteerde – verhalen die aan de orde komen...

Branson pleit sinds enkele jaren overal voor meer verantwoordelijkheid, ethiek en transparantie in de zakenwereld. Maar Bower laat zien dat luchtvaartmaatschappij Virgin Atlantic Airways via elf tussenvennootschappen uiteindelijk eigendom is van een trust op de Maagdeneilanden. Alles om maar geen belasting te hoeven betalen.

Branson misbruikt doorlopend goede doelen voor zelfpromotie. Zo zegde hij ooit maar liefst drie miljard dollar toe, uitgesmeerd over tien jaar, aan het Clinton Global Initiative. Meer dan de verdiencapaciteit van alle Virgin-bedrijven bij elkaar, stelt Bower. Het bedrag is dan ook nooit werkelijk overgemaakt.

En dan Virgin Galactic. Branson haalde vanaf 1999 meer dan 200 miljoen dollar aan subsidies binnen om commerciële ruimtevluchten te kunnen aanbieden vanuit New Mexico. Al vanaf 2007 belooft Branson bijna ieder jaar dat het nu echt gaat gebeuren. Hij beloofde ook een Virgin-hotel op de maan te bouwen, waar je in doorzichtige koepels kunt vrijen terwijl je naar de aarde kijkt.

En toch. Ondanks Bowers lange opsomming van Bransons bedriegerijen en mislukte projecten wil je als lezer tóch graag blijven geloven in het Virgin-sprookje. Net zoals veel mensen achter Armstrong bleven staan tot vlak voor zijn dopingbiecht bij Oprah. Blijkbaar laten we ons graag aansteken door hun type optimisme. Zelfs als het ongeloofwaardig is. We geloven liever dat je eerlijk zeven keer de Tour de France kunt winnen, of dat we binnenkort ruimtereisjes zullen maken, dan dat we met beide benen op de grond moeten blijven.

Optimisme is doorgaans gezond. Optimistische mensen zijn gelukkiger, leven langer en in situaties waarin de toekomst veranderd kan worden door positief denken, krijgen ze ook nog eens hun zin. Maar wie zich laat opzwepen om te streven naar doelen die niet haalbaar zijn of slechts de pr-machine van de baas dienen, betaalt daarvoor juist vaak met zijn gezondheid. Volgens psycholoog Daniel Kahneman moeten we leren wanneer optimistisch te zijn en wanneer niet. Plannen maak je op basis van realistische data, geverifieerd in de buitenwereld. Maar bij de uitvoering is optimisme essentieel. Een financieel topman met een roze bril betekent rampspoed. Maar een pessimistische research & ontwikkelingsleider of verkoopleider ook.

Misschien bewaar ik de boeken van Branson daarom toch nog even. Om in te bladeren wanneer ik iets nieuws moet bedenken of wil verkopen. Of wanneer ik na alle nieuws- en vakliteratuur soms zin heb in een paar bladzijden fictie.