Banken die de wereld willen verbeteren

De vijf BRICS-landen beginnen hun eigen ontwikkelingsbank. De Wereldbank werd te dominant, vonden ze.

Wereldbank voorbijgestreefd

Het was gewoon „een kwestie van rekenen”. Zo legde de president van de Wereldbank, Jim Yong Kim, deze week de oprichting van een concurrent uit: de Nieuwe Ontwikkelingsbank, een initiatief van de vijf grootste opkomende economieën, Brazilië, Rusland, India, China en Zuid-Afrika.

In essentie is die bank bedoeld om de Wereldbank naar de kroon te steken. De vijf opkomende economieën, samen goed voor 20 procent van de wereldeconomie, zijn al jaren ontevreden over het instituut. Zij zien het als verlengstuk van het Amerikaanse buitenlands beleid. Een instrument ook, vooral, om de wereld te vormen naar westerse maatstaven.

Maar president Kim leek deze week vooral de positieve kanten van de nieuwe concurrent te benadrukken. Als het gaat om instellingen die ontwikkelingsgeld verschaffen, zouden er niet genoeg van kunnen zijn. De voormalige Wereldbank-economen Joseph Stiglitz en Nick Stern berekenden dat ontwikkelingslanden en opkomende economieën jaarlijks 2.000 miljard dollar nodig hebben voor essentiële investeringen in infrastructuur. Maar alle ontwikkelingsbanken samen zouden slechts 40 tot 60 miljard dollar ter beschikking hebben. Elke bank is dus welkom, aldus Kim.

Tegelijkertijd liet Kim niet na er op te wijzen dat de Wereldbank al zeventig jaar ervaring heeft op het gebied van ontwikkelingsfinanciering. Nieuwkomers konden kortom dus maar beter bescheiden zijn. Hij maakte er ook een punt van dat die nieuwkomers zich serieus bezig zouden moeten houden met zogeheten „safeguards”. Maatregelen die ervoor moeten zorgen dat grote infrastructuurprojecten die ontwikkelingsbanken financieren geen onherstelbare schade aan het milieu toebrengen. Of complete gemeenschappen ontwrichten, zoals bij de bouw van megadammen.

De kritiek van opkomende landen is altijd geweest dat de Wereldbank veel te strenge eisen stelt aan leningen. De vrees rond de nieuwe ontwikkelingsbank van de BRICS-landen is dat die het juist niet zo nauw neemt met collateral damage. Kim verklaarde dat de Wereldbank uiteraard „klaarstond” om alle andere ontwikkelingsbanken waar nodig „bij te staan met haar kennis en expertise”.

Verborgen agenda’s

Met die uitlatingen verraadde Kim dat hij voorlopig niet vreest dat zijn Wereldbank haar leidende rol zal kwijtraken. Ze verklapten ook hoe Kim werkelijk denkt over de BRICS-bank: in feite net zo sceptisch als de critici over de Wereldbank.

In het Westen is de verdenking dat de BRICS-bank ook een verborgen politieke agenda heeft. China verstrekt nu al via haar eigen ontwikkelingsbank miljarden aan kredieten aan Afrikaanse landen. Dat zou het vooral doen in het kader van zijn eigen belangen (grondstoffenleveranties veiligstellen, nieuwe exportmarkten aanboren). De BRICS-bank zou een nieuw kanaal zijn. „Leningen zijn een instrument om ideologie mee te verspreiden”, aldus hoogleraar Harry Huizinga van Tilburg University.

China zou met de BRICS-bank ook zijn eigen munt, de renminbi, een belangrijkere plaats willen geven in de wereldeconomie. In die zin kun je de bank zien als een aanval op de dollar, en als een poging om een nieuwe economische wereldorde te scheppen.

Voorbijgestreefd

De Wereldbank is overigens allang niet meer zo oppermachtig als voorheen. De wereld kent tegenwoordig een keur aan ontwikkelingsbanken. Grote, multilaterale, zoals de Europese Investeringsbank (EIB), de Europese Bank voor Reconstructie en Ontwikkeling (EBRD), de Afrikaanse Ontwikkelingsbank (AfDB), de Aziatische Ontwikkelingsbank (ADB), de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank (IDB). En talloze subregionale, nationale en lokale ontwikkelingsbanken.

De EIB is de Wereldbank al een paar jaar geleden voorbijgestreefd, zowel als het gaat om verstrekte leningen als om het kapitaal dat zij tot haar beschikking heeft. Hetzelfde geldt voor de nationale ontwikkelingsbanken van Brazilië en van China.

Dat betekent dat landen die afkerig zijn van de Wereldbank al een stuk minder afhankelijk zijn van dat instituut. In China weigerde de Wereldbank een lening te verstrekken voor de bouw van de Drieklovendam, zolang China zich niet committeerde aan eisen bedoeld om het milieu en mensen in het damgebied te beschermen. China schakelde daarop zijn eigen ontwikkelingsbank in, die veel minder strenge eisen stelde.

Tegelijkertijd gaat het de BRICS-landen kennelijk nog niet ver genoeg. Hun onvrede over de Wereldbank is dan ook groot. Niet alleen over de bemoeizucht van het Westen en de vermeende vriendjespolitiek binnen de bank – landen die op goede voet zouden staan met de VS zouden veel gemakkelijker aan leningen kunnen komen dan landen die dat niet staan. Maar ook over meer essentiële zaken zoals de stemverhoudingen binnen de bank. China is inmiddels na de VS een van de grootste donateurs, maar dat is niet weerspiegeld in zijn stemrecht. De Amerikanen houden hervormingen tegen. Dat steekt de Chinezen.

Onenigheid

Op papier kan de BRICS-bank daadwerkelijk een serieus alternatief worden voor de Wereldbank. De vijf BRICS-landen hebben gezamenlijk 100 miljard dollar ingelegd en volgens experts hebben ze de pretentie om daar op termijn over de hele wereld leningen mee te verstrekken. In de BRICS-bank hebben het Westen en de VS bovendien geen aandeel en dat zullen ze vermoedelijk ook niet krijgen. Bij de andere ontwikkelingsbanken is dat wel zo. De VS zijn ook daar vaak de grootste aandeelhouder (zoals bij de EBRD). Dat maakt de BRICS-bank een heuse bank waar het Westen niets te vertellen heeft.

Tegelijkertijd is er een groot potentieel voor onenigheid binnen de bank. Alle vijf BRICS-landen hebben een even groot aandeel en dus evenveel stemrecht. Maar het is zeer goed mogelijk dat China toch een dominante rol wil spelen binnen het gremium. De Chinese economie is groter dan die van de vier andere landen samen.

De BRICS-landen zeiden bij de oprichting dat hun ontwikkelingsbank de inspanningen van andere moet gaan „aanvullen”. Ook zou de bank graag „samenwerken” met die andere instellingen. Of dat in de praktijk ook zal gaan gebeuren, is echter de vraag, gezien de voorgeschiedenis.

Experts zoals Ousmène Jacques Mandeng van vermogensbeheerder Pramerica, in een opiniestuk in de Financial Times, verwachten eerder „overlap en duplicatie”, omdat banken dezelfde dingen proberen te doen (terwijl ze hun middelen beter verspreid zouden inzetten). Erger: ze verwachten zelfs „conflicten” tussen de ontwikkelingsbanken vanwege de sterk verschillende belangen.

Het kind van de rekening daarvan zullen allicht de arme landen zijn waar ontwikkelingshulp hard nodig is. Maar tegelijkertijd: alles bij elkaar hebben de ontwikkelingsbanken toch ook weer beperkte middelen tot hun beschikking. De zeven grootste, inclusief de nieuwe BRICS-bank, beschikkingen gezamenlijk over minder geld om uit te lenen dan een handvol Nederlandse grootbanken.