We leven heel ons leven fout

‘Ik rijd door het land en kijk om mij heen. Maisvelden, eindeloze maisvelden…De velden verkaveld zoals ik het graag wou…De enige manier om hier doorheen te komen is plankgas…Dan weilanden, onnatuurlijk groen…ongezond glimmend…geen pinksterbloem, geen boterbloem…En waar is de leeuwerik? Wat hebben we gedaan?”

Het is EEG-commissaris van landbouw Sicco Mansvelt die dit denkt, in de voorstelling Mansholt, met de buitengenwoon effectieve tekst van Tjeerd Bisschof. Het is 1972, het rapport Grenzen aan de groei van de Club van Rome is net verschenen en heeft diepe indruk gemaakt op de man die beroemd is geworden vanwege zijn modernisering van het boerenbedrijf: ruilverkaveling, het opheffen van kleine boerenbedrijfjes, vaste prijzen voor gewassen, voor boter, voor melk. Met als gevolg: welvaart voor de boeren, voedselzekerheid, bestaanszekerheid – begrippen die na de oorlog veel betekenden. Maar ook: de ondergang van talloze kleine boeren, pakhuizen vol boter, overschotten gedumpt op de wereldmarkt, landbouwsubsidies die de pan uitrijzen.

In de voorstelling zien we Sicco Mansholt, in de gedaante van acteur Helmert Woudenberg, in de jaren vlak voor en na zijn pensioen, op het moment dat hij zich tegen zijn eigen beleid keert en gelooft dat hij heeft bijgedragen aan de ondergang van de wereld die hij nu besluit alsnog te gaan redden. „Wat hebben we gedaan?”

Ja dat is wel een vraag. Anders dan de Club van Rome voorspelde, is de wereld niet ten onder gegaan, de grondstoffen zijn niet op, de wereldbevolking lijdt minder honger dan toen in plaats van meer. Er hebben grote verbeteringen plaatsgevonden op milieugebied – de vissen drijven niet meer dood door de Rijn en wie praat nog ooit over zure regen? Nieuwe technologie, inspanningen van de politiek, de wetenschap en het bedrijfsleven hebben ons deel van de wereld almaar meer welvaart gebracht. Tegelijkertijd is natuur een verzinsel geworden, zien grote delen van het Europese landschap er afschuwelijk uit en hebben we te maken met klimaatsverandering en volksverhuizingen. Als Mansholt, en velen met hem, toen niet geloofd hadden dat het verkeerd ging, waren de voorspellingen van de Club van Rome wellicht uitgekomen. Een profeet die gehoor vindt, krijgt ongelijk. Had Mansholt twee keer gelijk of twee keer ongelijk? Of geen van tweeën?

Ik denk aan een regel uit Nijhoffs Awater – ‘Wij leven heel ons leven fout’. Dat kan iedereen makkelijk over zijn leven voelen. Maar daarmee is het nog niet de waarheid, als er op dit gebied al zoiets als een waarheid zou bestaan. We zijn maar mensen. We moeten onszelf en elkaar niet wijs maken dat alles fout was. Op internet vond ik een filmpje uit 1957 van het ministerie van Landbouw, waar Mansholt toen de scepter zwaaide. Over ruilverkaveling. Je zag een boerderijtje, romantisch als maar kon, fruitbomen, waterput, hooi. Je hoorde over het bijna vruchteloze werk dat de boer en de boerin moesten verrichten, met een paard en een mestkar door de modder glijden om de verafgelegen landjes te bereiken. En toen ruilden ze kavels, en kregen een groter aaneengesloten perceel. Nee, het was niet makkelijk, zei het filmpje realistisch. Maar zo goed als ze het nu hadden! Een jarenvijftigwoning met sprietige boompjes, een loonwerker op een trekker, een melkauto die de (twee!) melkbussen kwam ophalen. De nieuwe tijd was aangebroken.

Het is nooit helemaal goed. Het is nooit helemaal fout. En het is ook niet zo dat wat je ook doet, het tóch niet uitmaakt. Ook daar klinkt de stem van Nijhoff: we willen niet „puinhopen zien en zingen van mooi weer”. En dus rommelt het leven maar verder.