Vakbonden dagen bedrijf voor rechter vanwege bliksemdoorstart

Foto ANP

Vakbonden FNV Bondgenoten en CNV Vakmensen dagen garnalenbedrijf Heiploeg voor de rechter vanwege zijn ‘flitsfaillissement’ eerder dit jaar. De dagvaarding is vandaag verstuurd.

Heiploeg ging in januari failliet en maakte direct een doorstart. De arbeidsvoorwaarden van de werknemers die konden blijven in het doorgestarte Heiploeg – ruim 200 van de 300 – zijn “aanzienlijk verslechterd”, zo valt te lezen in de dagvaarding. De bonden vinden dat dit niet mag en willen dat de rechter zich over de kwestie uitspreekt. Heiploeg is niet bereikbaar voor commentaar.

Heiploeg is niet het enige bedrijf dat recent failliet ging en direct op miraculeuze wijze doorstartte. Lingeriemerk Marlies Dekkers deed het vorig jaar. Vorige maand postorderbedrijf Neckermann. Deze maand volgde Estro, het grootste kinderopvangbedrijf van Nederland. Deze oorspronkelijk Britse faillissementsvorm heet een pre-pack. Een wettelijke basis heeft het fenomeen nog niet, het wetsvoorstel daarover moet de Tweede Kamer nog goedkeuren.

De methode is omstreden. Curatoren zijn er verdeeld over. Ook rechtbanken zitten niet op een lijn. Acht rechtbanken experimenteren er desondanks al mee. De overige drie wachten op de wet. Dit zijn de drie grootste twistpunten bij de bliksemdoorstart.

1. Het levert meer/minder geld op voor de schuldeisers

Als een bedrijf failliet is, gaat het in de verkoop. De curator moet hier haast mee maken: een failliet bedrijf wordt in hoog tempo minder waard. Het doel van een pre-pack is waardeverlies te beperken, staat in de toelichting op het wetsvoorstel. “Een pre-pack kan onder omstandigheden meer opleveren dan een klassieke doorstart”, zegt curator Nico Tollenaar.

Maar, werpen critici tegen, hoe weet je dat zo zeker? De doorstart wordt in het diepste geheim voorbereid. Het bedrijf staat niet in de etalage, dus kan het gebeuren dat een partij wordt overgeslagen. Nog groter wordt dat risico als de oude eigenaar ook de nieuwe eigenaar wordt na de doorstart, zoals bij Estro. Die eigenaar heeft er dan belang bij dat zijn bod niet wordt overtroffen door een concurrent.

2. Er worden meer/minder banen behouden

Anders dan bij een overname buiten faillissement, worden werknemers bij een overname in faillissement eerst allemaal ontslagen. Als ze geluk hebben, worden ze weer in dienst genomen door de overnemende partij. Zo houden 2.600 van de oorspronkelijke 3.600 Estrowerknemers hun baan. Een bliksemdoorstart helpt er zo voor te zorgen dat zo veel mogelijk werkgelegenheid “behouden blijft”, staat in de toelichting op het wetsvoorstel.

Maar, vragen critici zich af, moeten werknemers in deze constructie niet automatisch overgaan naar de koper, net als bij een overname buiten faillissement? FNV zegt de praktijk “met argusogen” te volgen. “We zijn munitie aan het verzamelen om straks op het wetsvoorstel te kunnen schieten.”

Werkgeversclub VNO-NCW is niet zo afwijzend, maar ook kritisch. Een pre-pack lijkt “wel heel makkelijk inzetbaar om goedkoop af te slanken”, zegt een woordvoerder.

3. Stilte is goed/slecht voor het resultaat

Stilte is “vereist” om de redding van de levensvatbare delen van het bedrijf “in relatieve rust” voor te kunnen bereiden”, staat in de toelichting op het wetsvoorstel. Die rust leidt dan tot een betere uitkomst.

Soms ís dat inderdaad zo, zegt curator Bruno Tideman. Alleen de prijs daarvoor vindt hij hoog: een “niet-transparant” proces. Hij vreest dat het “noodzakelijke vertrouwen in curatoren en rechtbanken” zo beschadigt. Omdat de buitengeslotenen zich bedonderd voelen. Of ze dat ook wórden, maakt voor dat gevoel soms niets uit.