Uitspraak Srebrenica kan ook juist goed uitpakken

Is het vonnis over Srebrenica wel zo dramatisch als iedereen zegt?

Gijs van Dijck ziet de voordelen.

Illustratie marian kamensky

De rechtbank oordeelde eergisteren dat de Nederlandse staat aansprakelijk is voor de deportatie van meer dan 300 moslimmannen in Srebrenica op 13 juli 1995. Het is niet de eerste keer dat de staat aansprakelijk inzake het Srebrenica-drama. In september 2013 liet de Hoge Raad het oordeel van het gerechtshof in stand dat inhield dat de staat aansprakelijk was jegens nabestaanden van drie moslimmannen. Het ging om mannen die destijds werkzaam waren op de compound, die werden weggestuurd door de Nederlandse Dutchbatters en die later werden vermoord door Bosnische Serviërs. De aansprakelijkheid is er overigens steeds een van civielrechtelijke aard. Dit betekent dat het gaat om het vaststellen van onrechtmatigheid en/of het toekennen schadevergoeding, niet om strafrechtelijke aansprakelijkheid (celstraf).

Twee standaardreacties na dit soort uitspraken zijn: 1) deze uitspraken weerhouden Nederland ervan om deel te nemen aan toekomstige militaire operaties in het buitenland en 2) gaat het aannemen van aansprakelijkheid niet veel te ver in dit soort situaties? Over het eerste punt: het valt te bezien dat dit soort beslissingen gevolgen heeft voor de deelname van Nederland aan toekomstige (vredes)missies. Verschillende studies tonen aan dat de impact van aansprakelijkheid doorgaans klein is, als er al een effect is van aansprakelijkheid op gedrag of beleid. De meeste studies zijn uitgevoerd in de VS. En uitgerekend in het land van de gevreesde claimcultuur en de ‘Amerikaanse toestanden’ zijn de effecten die men vindt kleiner dan je zou denken.

De verklaring: vaak zijn er andere factoren in het spel die een veel sterkere rol spelen: goed werk willen leveren, media-aandacht en reputatieschade. Dit soort omstandigheden zou ook in de context van militaire operaties een rol kunnen spelen: internationale druk om mee te doen aan (vredes)missies, het goede willen doen en de roep vanuit de media of andere landen om op te treden tegen onrecht. Hoe groot is bijvoorbeeld de kans dat Nederland ‘nee’ zegt als de VN en de VS vragen om militaire steun in een land waar evident onrecht is of dreigt? In dat soort situaties speelt aansprakelijkheid geen rol.

Maar zelfs als de aansprakelijkheidsvraag een rol speelt bij besluiten over toekomstige missies, dan hoeft dit niet per definitie een slechte zaak te zijn. De vraag naar aansprakelijkheid kan er voor zorgen dat meer of beter aandacht wordt besteed aan de gevolgen van een missie voor de eigen militairen en/of de lokale bevolking. Sterker, na de Hoge Raaduitspraken van september 2013 zijn verschillende maatregelen geïntroduceerd die zijn bedoeld om herhaling van gebeurtenissen als in Srebrenica te voorkomen: de mogelijkheid om VN-bevelen tegen te houden (rode kaart) en het bevel over de Nederlandse eenheden terug te nemen. Nederlandse militairen worden nu opgeleid in mensenrechten bij militair optreden. De gevolgen van aansprakelijkheid kunnen dus ook positief zijn.

Dan de vraag of het aannemen van aansprakelijkheid in dit soort situaties principieel onwenselijk is. Aansprakelijkheid of schadevergoeding brengt de familieleden niet terug, maar het feit dat eisers een vordering instellen betekent ook niet automatisch dat zij opportunisten zijn die een graantje mee willen pikken van een uiterst trieste gebeurtenis. Onderzoek laat zien dat slachtoffers en benadeelden vaak niet alleen behoefte hebben aan financiële compensatie (geld), maar ook aan excuses, erkenning, willen weten wat er gebeurd is, afsluiting (‘closure’) enz. Soms willen benadeelden juist helemaal geen schadevergoeding, precies omdat zij het niet juist vinden dat er een geldbedrag wordt gekoppeld aan leed dat niet te vergoeden valt.

En precies hier knelt het aansprakelijkheidsrecht. Dat is niet eens zozeer in theorie als wel in haar uitwerking niet goed afgestemd op andere belangen dan financiële belangen. Er zijn voorbeelden in de rechtspraak waarin benadeelden iets anders vorderen dan geld (bijvoorbeeld excuses), maar het deksel op de neus krijgen omdat de rechter een zuiver emotioneel belang niet erkent. Het lijden van financiële schade is wel een ‘rechtens relevant belang’, dus wie bijvoorbeeld erkenning of excuses wil, doet er verstandig aan om in ieder geval geld te claimen, zelfs als je geen financiële compensatie zoekt. Doe je dit niet, dan is de kans groot dat het aansprakelijkheidsrecht je weinig te bieden heeft.

Het aansprakelijkheidsrecht streeft verschillende doelen na, maar biedt beperkte mogelijkheden om die doelen ook daadwerkelijk te bereiken. Gevallen als de Srebrenica-zaken illustreren pijnlijk de beperkingen van het Nederlandse aansprakelijkheidsrecht: benadeelden die emotioneel herstel zoeken en aansprakelijkheid of schadevergoeding vorderen, lopen het risico te worden gezien als geldwolven. Benadeelden, hun advocaten en de rechtspraak worden mogelijk zelfs verantwoordelijk gehouden voor de opstelling van Nederland bij deelname aan toekomstige vredesmissies. Dat is niet terecht en daar moeten we of iets aan doen, of we moeten accepteren dat benadeelden en slachtoffers geld claimen, ook als ze andere doelen nastreven.