Te veel wiet in de coffeeshop – logisch

Weer gaat een coffeeshop vrijuit. Ja, er was te veel wiet in huis. Maar er waren afspraken met de gemeente, die wist dat er veel verkocht werd.

Coffeeshop Checkpoint in 2006. Omwonenden klaagden toen al over het grote aantal buitenlandse klanten. Foto Rien Zilvold

En weer legt megacoffeeshop Checkpoint in Terneuzen de zwaktes bloot van het Nederlandse gedoogsysteem voor softdrugs. Pijnlijk voor het Openbaar Ministerie dit keer, want dat wordt niet-ontvankelijk verklaard door de Hoge Raad. Waarom? Het OM had in alle redelijkheid kunnen weten dat Checkpoint dagelijks meer wiet verkocht dan 500 gram, en dus meer drugs op voorraad had dan toegestaan.

De uitspraak van dit hoogste rechtscollege ligt in lijn met andere recente uitspraken. Nog deze maand oordeelde de Haagse rechtbank dat de directeur en eigenaar van coffeeshops GOA, Stop ’n Goa en Happy Days in Leiden en Lisse vrijuit gaan. Goed, ze hadden met 70 kilo veel te veel voorraad, maar ze mochten er ook van uitgaan dat de politie niet zou ingrijpen. Want hadden politie en gemeente niet beloofd dat ze zich geen zorgen hoefden te maken? In maart werd een andere coffeeshop door een rechter schuldig bevonden aan een te grote voorraad, maar ook nu werd de eigenaar niet gestraft. De rechter ontdekte dat allerlei functionarissen in de gemeente wisten dat de voorraad te groot was, maar nooit waarschuwden of ingrepen. Dan kun je niet zomaar vervolgen.

Zo’n afspraak tussen coffeeshop, politie en gemeenten is niets bijzonders. Bij veel coffeeshops gaat dat zo – kern van het gedoogbeleid. Shophouders bouwen een vertrouwensband op met gemeente en politie. Extra voorraad ligt vaak in panden vlak bij de coffeeshop, of in de achterbak van auto’s in de straat. Voortdurende aanvulling gegarandeerd. En dat kán ook niet anders, zeggen coffeeshophouders. Reken maar uit: met de maximale voorraad van 500 gram kan de shop precies honderd klanten bedienen, want iedere klant mag 5 gram afnemen. Checkpoint had dagelijks duizenden klanten, het verkocht elke dag 10 kilo wiet. Dat wist de gemeente; ze had zelf voor een pand gezorgd en een flink aantal parkeerplaatsen aangelegd. Bovendien droeg de coffeeshop een vast bedrag af aan de gemeente voor ‘veiligheidsmaatregelen’.

De eerdere besluiten, van lagere rechtbanken, werden door deskundigen gekwalificeerd als „verstandig”. Tim Boekhout van Solinge, docent criminologie aan de Universiteit Utrecht, vond het „een beetje flauw” om een coffeeshop te vervolgen, na eerdere gedoogafspraken. Volgens Boekhout van Solinge en Marc Groenhuijsen, hoogleraar straf(proces)recht en victimologie in Tilburg, maakten de eerdere zaken al de incoherentie van het cannabisbeleid duidelijk. Boekhout van Solinge: „De politieke onwil om de productie en aanvoer te reguleren leidt tot dit soort gekke situaties.” De reacties op de uitspraak van de Hoge Raad: een overheid die met twee monden spreekt, dat mag niet.

Checkpoint is al vaker ijkpunt gebleken van het gedoogbeleid. Begin jaren negentig van de vorige eeuw stemde het gedogen van de coffeeshop lokale autoriteiten en omwonenden juist zeer tevreden. De overlast van illegale soft- en harddrugshandel op straat in Terneuzen verdween grotendeels. De gemeente faciliteerde Checkpoint waar mogelijk. Maar in het grote pand aan de rand van de stad werd langzaamaan de oplossing het probleem, zo concludeerde onderzoeksinstituut Verwey-Jonker vorig jaar. Hordes Duitsers en Fransen kwamen naar Checkpoint, dat groeide als kool. Het was een van de eerste coffeeshops waar de problematiek van drugstoerisme in volle omvang duidelijk werd. Ineens vonden de autoriteiten het genoeg, werd ingegrepen en werden medewerkers door diverse rechtbanken gestraft. Die straffen zijn nu teruggedraaid door de Hoge Raad.

Minister Opstelten (Veiligheid en Justitie, VVD) wil de riem van het gedoogbeleid strakker aantrekken, maar burgemeesters komen voortdurend in opstand. Vijftig van hen tekenden vorig jaar een petitie waarin ze Opstelten opriepen ruimte te scheppen voor lokaal beleid. Star landelijk beleid leidt volgens hen tot onduidelijke situaties.

De uitspraak in de zaak-Checkpoint kan worden gezien als versteviging van het gedoogbeleid. Helder is dat coffeeshophouders enig vertrouwen kunnen hebben in informele afspraken tussen hen, politie en gemeente. Het OM kan niet van de ene op de andere dag een coffeeshop sluiten.