Te veel Goldoni’s in het bos

Geen andere toneelschrijver dan de Italiaan Carlo Goldoni viert de zomer. Gemaskerde bals op zomerverblijven stimuleren overspel. Venetiaans ijs koelt vergeefs de lusten. Regisseur Frances Sanders kiest voor haar 25-jarige jubileumregie bij het Amsterdamse Bostheater voor een twee uur durende collage van liefst vier stukken van de achttiende-eeuwse schrijver, waaronder Trilogie van het zomerverblijf en De knecht van twee meesters. Haar vrije bewerking, in samenwerking met vertaler Erik Bindervoet, heet De Laatste Zomer.

Een overdaad aan rekwisieten uit eerdere producties is tegen de achterwand gestapeld. Voor liefhebbers van het Bostheater een feest van herkenning. Jonge acteurs brengen in een aantrekkelijke combinatie van gepassioneerde inzet en fris elan het verhaal over liefde en huwelijk, ontrouw en bankroet. Verrukkelijk is de rol van Vittoria die haar mooiste, helgroene jurk inzet om een verloofde te strikken. Met haar teder gespeelde liefdesdromen beheerst zij begin- en eindscène, waarin het gezelschap zich vol illusies naar het zomerverblijf Montenero begeeft en ontgoocheld terugkeert. De slagroom etende aartsroddelaar Ferdinando geeft scherpzinnig commentaar. Zijn luie scootmobiel is een anachronisme, maar typeert hem goed.

Toch is De Laatste Zomer niet de verwachte eclatante voorstelling. Het versnijden van Goldoni’s werk tot vele verwikkelingen en kleurrijke dubbelrollen zorgt voor briljante scènes, maar een hechte compositie ontbreekt. Wat bewondering afdwingt is de souplesse van de spelers telkens in een andere gedaante te voorschijn te komen. Maar dat maakt het lastig je met de personages te identificeren. Het is alsof ze zich steeds verschuilen achter uiterlijkheden. Hierdoor mist een diepere gevoelslaag. Behalve bij Vittoria, als ze zegt: „Ik sta hier, hoor.” Maar niemand die haar ziet. Dat is het roerendste moment, niet gericht op effect, maar op verinnerlijking. Ook dat hoort bij de ogenschijnlijk lichtzinnig-zomerse Goldoni.