Smeuïge tosti met stout

illustratie jet peters

„Wilt u daar dan ook misschien een konijn uit Wales bij?” Ik zeg niet gauw nee, zeker niet tegen konijn. En zeker niet in het legendarische Londense restaurant St. John. Chef Fergus Henderson is de geestelijk vader van de nose-to-tail keuken (kop tot staart). Deze cuisine zegt: als we een dier doden dan moeten we álles ervan gebruiken, ook de minder courante delen. En laten dat nu juist mijn favoriete delen zijn.

Dus na de scheermesjes van de grill deden we ons te goed aan gestoofde inktvis, gepekelde kabeljauwkuit op toast, lamstongetjes met sperziebonen en ansjovis, lambs fry (een mooi woord voor testikels) en natuurlijk de St. John-classic: beenmerg op toast met peterseliesalade (dat is verreweg het meest troostrijke gerecht dat ik ooit gegeten heb). Als hoofdgerecht aten we duif met aardperen en buiten de kaart om hertenlever. We waren met zijn tweeën. Vandaar dat ik even van mijn apropos was toen die dame vroeg of we daar ook konijn bij wilden.

Gelukkig bood ze ons geen rabbit, maar een Welsh rarebit aan. Een geweldig bijgerechtje van brood, bier en gesmolten kaas. Dus dat kon er nog wel bij.

Welsh rarebit is een soort superhartige smeuïge tosti zonder bovenkant. De Britten noemen dat een savory. Dat eet je dan in plaats van een toetje om de maaltijd af te sluiten met een lekker glaasje port. Maar het kan dus ook als bijgerecht. Of als snackje tussendoor.

Het woord rarebit zou overigens wel degelijk een verbastering van rabbit zijn. Maar waarom deze fondue-achtige tosti met stout (donker bier) ooit naar een konijn vernoemd is, weet eigenlijk niemand.