De problemen van Philip Morris International

Foto REUTERS

Het is wel eens beter gegaan met sigarettenfabrikant Philip Morris International (PMI), bekend van merken als Marlboro en L&M. Het concern, dat per september zijn Nederlandse fabriek sluit en 1.200 mensen ontslaat, heeft het lastig in Azië en Europa. Dat zijn de twee belangrijkste afzetmarkten van PMI, dat sinds 2008 losstaat van Philip Morris USA.

In het tweede kwartaal daalde de winst van PMI met 13 procent tot 1,85 miljard dollar (1,36 miljard euro). De omzet kwam, exclusief accijnzen, uit op 7,8 miljard dollar: een daling van 1,5 procent.

Vooral Azië, waar eenderde van de totale omzet vandaan komt, zorgt voor problemen. In de Filippijnen, een belangrijke afzetmarkt, heeft de regering de accijns op tabak fors verhoogd. In Australië heeft het concern last van wetgeving die voorschrijft dat elke pakje er hetzelfde uit moet zien: een afschrikwekkende afbeelding, met daaronder de merknaam in een saai lettertype.

Het resultaat is volgens Philip Morris dat consumenten steeds vaker voor de goedkope sigaretten van concurrenten kiezen.

In Europa kampt de sigarettenfabrikant met een groeiend aanbod van illegale sigaretten. Ging het in 2008 nog om 8 procent van de markt, in 2012 was dat ruim 11 procent. En de Europese accijnzen blijven stijgen.

Ook in Rusland, de op één na grootste afzetmarkt van sigaretten ter wereld, wordt het tabaksfabrikanten lastig gemaakt. Het Kremlin heeft eerder dit jaar een minimumprijs ingevoerd voor tabak en verbood de verkoop van sigaretten bij straatkiosken.