Overslag olieproducten Rotterdam fors gedaald

De traditionele overslag in de Rotterdamse haven brengt onvoldoende op. Het is tijd voor nieuwe activiteiten.

De overslag van olieproducten in de Rotterdamse haven is in de eerste helft van 2014 met ruim 13 procent gedaald. Dat blijkt uit de vanmorgen gepresenteerde halfjaarcijfers van het Havenbedrijf.

De resultaten zijn stabiel, maar de Rotterdamse haven moet zich wel aanpassen aan een veranderende wereld, was de boodschap van de nieuwe haventopman Allard Castelein. De trends tekenen zich al enige tijd af: minder olieproducten, meer steenkool en een overslag van containers die minder hard groeit dan verwacht.

De gedaalde overslag van olieproducten heeft verschillende oorzaken. De raffinaderijen in Noord-West-Europa kampen met overcapaciteit. Daar hebben de vier grote raffinaderijen in het Rotterdamse havengebied, Shell, ExxonMobil, BP en Q8, direct van te lijden. De overcapaciteit is een gevolg van het feit dat traditionele afnemers in Azië en het Midden-Oosten de ruwe olie nu dichter bij huis verwerken.

Ook de schalierevolutie in de Verenigde Staten speelt een rol. Lange tijd vormden de VS een belangrijke afzetmarkt voor benzine uit Rotterdam. Nu de VS op grote schaal zelf olie produceren, is het goedkoper geworden om ook de raffinage daar te doen.

De overslag van ruwe olie neemt nog wel licht toe. Daarbij gaat het vooral om Russische olie die met kleinere tankers via de Oostzee naar Rotterdam wordt gebracht om van daaruit in supertankers verder te worden vervoerd.

Dat er fors meer steenkool wordt overgeslagen in de Rotterdamse haven, een toename van ruim 9 procent, heeft alles te maken met de energiemarkt. Doordat de prijs van steenkool relatief laag is en de emissierechten die de industrie moet betalen goedkoop zijn, loont het meer om steenkool als energiebron te gebruiken in de industrie, dan gas. Ook voor de opwekking van elektriciteit wordt steeds meer steenkool gebruikt. Met name in Duitsland worden steeds meer nieuwe kolencentrales in gebruik genomen.

De containeroverslag is een punt van zorg. Er komen weliswaar meer containers naar de haven, in gewicht bijna 3 procent meer dan in het eerste halfjaar van 2013. Maar de groei bij de concurrenten gaat harder. Antwerpen boekte een groei van ruim 4 procent. Met de ingebruikname van de Tweede Maasvlakte wordt de capaciteit van de containeroverslag aanzienlijk groter. De vraag is dus of de containeroverslag voldoende zal groeien om al die capaciteit te vullen.

Containers, olie en raffinage blijven de komende jaren belangrijke pijlers, zegt het Havenbedrijf vanochtend in een toelichting. Maar er wordt ook nadrukkelijk gekeken naar nieuwe, meer duurzame activiteiten. Bijvoorbeeld de ontwikkeling van chemiebedrijven op de Tweede Maasvlakte die draaien op biomassa. Sowieso zouden niet-fossiele brandstoffen een grotere rol gaan spelen. Het Havenbedrijf verwacht de overslag van biomassa „substantieel” te vergroten.

De van Shell afkomstige Castelein heeft per 1 januari de leiding van de haven overgenomen van Hans Smits. Hij betoogde vanochtend dat de haven „trendsettend” wil zijn op het gebied van milieu en duurzaamheid. De realisatie van een proef met de afvang en opslag van CO2 zou, ondanks problemen rond de financiering, nog steeds bovenaan de agenda staan.