Column

Naar Syrië om het verschil te maken

Het is polderjihadisten niet om religieuze idealen te doen; sociale uitsluiting is wat hen naar het front doet verlangen, denktIlja Leonard Pfeijffer.

Onze veiligheidsdiensten en talloze deskundigen beschouwen ze als de grootste bedreiging van deze tijd: jihadstrijders van eigen bodem. Ze vormen een gevaar voor onze nationale veiligheid.

Ik ben uiteraard erkentelijk voor deze waarschuwing en toch verbaas ik mij over de manier waarop over deze polderjihadisten wordt geredeneerd. Want het probleem is in de ogen van onze terrorismebestrijders niet zozeer dat jonge Nederlandse moslims een EasyJet pakken naar Istanbul, met een busje de Syrische grens overgaan en zich daar aansluiten bij een groepering die hun een geweer geeft zodat ze lekker op ongelovigen kunnen knallen in de overtuiging dat ze goed bezig zijn omdat ze deelnemen aan een Heilige Oorlog. Dat vinden we allemaal nog tot daaraan toe. We vinden het evenmin een groot probleem als ze daar doen wat de meeste soldaten doen in een oorlog: sneuvelen.

In zekere zin is dat zelfs wenselijk. Want waar we het meest bang voor zijn, is dat ze terugkeren. En dat ze dan hier in onze winkelcentra en kinderboerderijen doorgaan met op ongelovigen schieten, omdat dat nu eenmaal hun gewoonte is geworden. Dat willen we voorkomen. En daarom willen we ze hun Nederlands paspoort afpakken, zodat ze niet meer kunnen terugkomen.

Het doet me denken aan de Spaanse Burgeroorlog. Toen trokken duizenden jonge intellectuelen naar Spanje om aan de zijde van de communisten en anarchisten te strijden tegen de fascisten van Franco. Schrijver Ernest Hemingway was één van hen.

Sommigen waren werkelijk overtuigd communist of anarchist, maar de meerderheid ging ernaartoe voor het avontuur. In de uitzichtloze tijden van de Grote Depressie wilden ze zich laven aan de illusie dat ze iets groots en belangrijks deden met hun leven. Ook toen maakten de autoriteiten zich grote zorgen. Ook toen zijn Nederlanders hun paspoort kwijtgeraakt omdat ze waren toegetreden tot een vreemde krijgsdienst, zoals dat heette.

Persoonlijk vind ik het communisme en het anarchisme veel aanlokkelijkere idealen dan de islamitische heilstaat, maar dat is nu even het punt niet. Het punt is dat ik er niets van geloof dat al die Syriëgangers primair worden gedreven door een verheven religieus ideaal. Die jongens gaan voor het avontuur. Laat mij dat beter formuleren: ze groeien op in een land dat hen uitsluit, dat hun geen enkele kans biedt om zich te ontplooien en dat hen beschouwt als tweederangs burgers. Ze gaan naar Syrië om eindelijk eens een keer iets te doen met hun leven, om belangrijk te zijn, om het verschil te maken.

Wie bang is voor jihadstrijders, zou iets moeten doen aan dat gevoel van uitsluiting en nutteloosheid dat hen naar het front doet verlangen.