Laat jezelf niet in een vaste baan opsluiten

Carrière maken, met een vast salaris, en werken van-negen tot-vijf, en pensioenopbouw, en een lease-auto – Francisca Wals moet er niet aan denken. Werken voor de baas? Niet doen!

In seizoen zes, aflevering drie van de Amerikaanse hitserie Girls zit Hannah Horvath te huilen in haar cubicle. Het is haar tweede dag op de commerciële afdeling van mannenmagazine GQ en ze heeft net een vreselijke ontdekking gedaan. Al haar collega’s waren ooit aanstormende literaire talenten, maar raakten verstrikt in de routineuze veiligheid van een negen-tot-vijf-baan, met het schrijven van gesponsorde artikelen als hoofdactiviteit. ‘Morally and creatively bankrupt’ – in gedachten ziet Hannah haar eigen ambities al stranden.

Disclaimer. Ik ga het over eerste-wereldproblemen hebben. Over ‘millennials’ – van na 1980 – die zitten te huilen om hun met moeite verkregen contract voor onbepaalde tijd. Die hun dromen niet willen inleveren voor de last van de huur.

Hannah uit Girls krijgt het er in recensies en op blogs flink van langs. Zo beloonde The Huffington Post haar met een tien voor zelfingenomenheid, want ‘really, who thinks highly enough of themselves to tell their boss on day two that they want to ditch a paycheck, health benefits and a snack room to pursue their creative endeavors?’

Meer of minder losse schroeven?

Zekerheid is het mantra van de generatie van vóór de millennials. Een vast contract als ‘summum bonum’, pensioenopbouw en een auto van de zaak als levenstrofeeën. ‘Werk en Zekerheid’ is niet voor niets de doopnaam van een nieuwe wet die in de krochten van de garantiegoeroes is gesmeed. Exit nulurencontracten, hallo ontslagbescherming. Over de doelmatigheid van de wet is – ook in deze krant – fel getwist, maar zoveel is zeker: ‘Willen we meer of minder losse schroeven?’ – dat is voor Kamerleden en allerhande commentatoren een retorische vraag.

Ik ken bijna niemand die een vaste baan ambieert. Vriendin Y studeerde lang voor een baan als museumcurator, maar vond zichzelf terug achter een bureau met Excelsheets en bedacht zich. Vriend Z verramsjte zijn met moeite gevonden gemeentefunctie voor een freelance sociologenbestaan. In financiële zin gingen ze er bepaald niet op vooruit. Maar hun zondagavonddepressie was verdwenen.

‘Dit is de eerste generatie die het niet beter zal krijgen dan haar ouders’, zegt de voice-over van de VPRO-documentaire De mensen van nu. ‘Maar is dat wel zo?’, vraagt de stem zich vervolgens af. ‘Kan beter anders gedefinieerd worden dan in termen van carrière, inkomen en tijd?’

Ja, is het antwoord van de negentien twintigers en dertigers die in de documentaire aan het woord komen. Freelance barbiers, bloggers, bijenimkers, moestuiniers en andere wereldverbeteraars op microniveau trekken daarin 55 minuten lang aan je voorbij. Kunstenaar Aukje vertelt lachend dat ze nooit enige verwachting van zichzelf had „in het economische spectrum van de wereld”. En ook ondernemer Joost heeft nog nooit een ‘baan-baan’ gehad: dat vindt hij een begrip uit een tijd dat werk opgesloten zat in bureaucratieën en grote bedrijven. „Je kunt ook op andere zinvolle manieren werk organiseren rondom jezelf.”

Verwende kinderen? Ongetwijfeld. Gezegend met een leuk koppie en een goed stel hersens heeft dit neusje van de zalm van de ‘generatie IK’ relatief makkelijk praten. Zij zijn niet ‘het product van crisis, maar van welvaart’, twitterde historicus Rutger Bregman (26) na de uitzending. ‘Authenticiteit en kleinschaligheid zijn luxeproducten.’

Haal je targets en krijg een koekje

Op millennials is het vrij schieten, betoogde Jozien Wijkhuis (25) twee weken geleden in deze krant. Weelderige jeugd, nooit honger geleden: true. Maar deze mensen om die reden volledig buitenspel zetten, is te makkelijk.

Acht uur per dag ‘voor de baas’ op kantoor zitten – bij veel functies en beroepen is het niet meer van deze tijd. Internet en mobiele telefonie hebben permanente fysieke aanwezigheid op het werk overbodig gemaakt. Het krimpen van de grootschalige industrie maakte ruimbaan voor een groeiende dienstensector die prima met zzp-banen kan worden gevuld. En de stijgende vraag naar ‘authentiek’, ‘ambachtelijk’ en ‘van dichtbij’ schiep en schept ruimte voor dito ondernemerschap.

Maar het werkelijke probleem voor veel millennials ligt dieper. Om dat te begrijpen, moeten we terug naar de Industriële Revolutie, het tijdperk waarin mensen voor het eerst in de geschiedenis niet (grotendeels) voor eigen gebruik produceerden, maar hun arbeidskracht verhuurden aan een werkgever die uit was op monetaire winst. Karl Marx beschreef de keerzijde daarvan in zijn Communistisch Manifest. De mens in loondienst is vervreemd, stelde hij. Zulk soort arbeid is niet de bevrediging van een behoefte, maar slechts een middel om behoeftes buiten de arbeidsuren om te bevredigen. Met andere woorden: werken in loondienst doe je omdat het moet, niet omdat je het wilt. Het geeft nauwelijks voldoening, omdat het product alleen de winst van de bazen ten goede komt. Daarmee verloochen je jezelf, stelde Marx, met als gevolg dat je geen ‘lichamelijke en geestelijke energie’ ontwikkelt, maar je ‘het lichaam afbeult en de geest ruïneert’. Niet oké dus.

Anno nu is Marx in de ban gedaan, maar van zijn gedachtegoed bleven wat gerenoveerde ruïnes overeind: vervreemding werd door arbeidseconomen omgedoopt tot het principal-agent problem. De baas (principal) wil winst, de werknemer (agent) wil naar huis. De doelen van de baas zijn die van de werknemer niet. Om te zorgen dat werknemers tóch die winst genereren, heeft het kapitaal iets bedacht. Bonussen en managers – incentives om te doen wat de bazen willen. Haal de targets en krijg een koekje, dat idee.

Bij gebrek aan andere opties was voor eerdere generaties een van negen tot vijf durende vervreemding nog wel te verduren, maar voor de millennials van nu lonkt een heel ander perspectief. Zij willen ‘hun eigen ding doen’, waarbij zij hun eigen doelen stellen en méér zijn dan een radartje in een productiebureaucratie. Zonder het bestaan van principals of agents is dat probleem van vervreemding ook mooi opgelost.

Je huur betalen

Toch gaat het leven van een passie najagende zzp’er niet over rozen. Een grote hypotheek, automatisch pensioen – voorlopig kunnen zij het vergeten. Eenzaamheid, onzekerheid en gebrek aan discipline komen vaker voor in het zzp-vocabulaire. „De hele dag thuis achter mijn bureau is ook maar zo alleen”, verzuchtte een freelancende vriendin laatst. „Ik zou zo graag wat meer mensen zien.”

Het leed van de zzp’er komt volgens de Rotterdamse filosoof Marli Huijer neer op een verlies van ritme. In haar gelijknamige boek, een pleidooi voor terugkerende activiteiten, dicht ze stress, lusteloosheid en vereenzaming toe aan de verregaande flexibilisering van tijdsbesteding, alomtegenwoordige digitale netwerken én de afwezigheid van de vroeger zo vanzelfsprekende religieuze ritmes. De zzp’er in een 24-uurs netwerksamenleving moet altijd ‘aan’ staan, schrijft Huijer. En ook het coördineren van tijd is een stuk lastiger geworden. Vanzelfsprekende slaap-, werk- en eetritmes gaven altijd structuur aan de tijd die mensen persoonlijk en gezamenlijk beleefden. Maar nu alles altijd kan en niks meer vanzelfsprekend is, worden de uren een betekenisloze, lege reeks. We wilden vrijheid, maar we werden vogelvrij.

Een menselijk publiek domein

Hoe houden we onze levens en het publieke domein menselijk, vroeg de Duits-Amerikaanse filosoof Hannah Arendt zich af. Hoe weren we vervreemding, zonder in de vrije val van een ritmeloos bestaan te vallen, zo vertaalt haar vraag zich naar de millennials van vandaag.

Geen makkelijke kwestie, in een vastgeroest systeem waarin de oude garde zich vastklampt aan rechten, regelingen en arrangementen van weleer. Ooit werkten die fantastisch – en verwierven daarmee hun status als wapenfeiten. Maar de wereld draait door en de kantoorbaan met een vast contract is voor een deel van de generatie die nu op de poort staat te kloppen écht verleden tijd. Een welvaartssymptoom, ongetwijfeld: wie er genoeg van heeft, komt erachter dat geld ook niet zaligmakend is. Hetzelfde geldt voor tijd.

Wat de boer niet kent, dat vreet hij niet – het is een bekend probleem. Maar ook: verandering van spijs doet eten. Het aangekondigde zzp-pensioenfonds is een prettige eerste stapje in de financiële emancipatie van de zzp’er. Maar vooral een culturele wende zal nodig zijn. Want óók het werkende leven buiten kantoor is gebaat bij structuur – en die nieuwe ritmes creëer je niet alleen.