Het moest maar eens uit zijn met al die laster over de Transformanten

Een lid van een religieuze orde ging met een mes verhaal halen bij een criticus. Nu staat hij voor de rechter.

Voor de rechtbank in Lelystad is gisteren tien jaar cel geëist tegen Erwin S., lid van de Orde der Transformanten. S. wordt beschuldigd van poging tot moord op de ex-partner van een ander ordelid.

Volgens de officier van justitie reisde S. (26) op 7 februari van dit jaar van de religieuze leefgemeenschap in Hoeven (Noord-Brabant) naar het huis van de ex in Laren, met de bedoeling hem te doden. Waarom had S. zich anders vermomd met pruik, pet en bril? Waarom had hij anders een jachtmes bij zich? Waarom kocht hij anders een treinkaartje terwijl hij gewoon zijn ov-chipkaart had kunnen gebruiken?

De officier van justitie benadrukte dat het niet de eerste keer was dat de Orde der Transformanten in verband wordt gebracht met een levensdelict. In 2008 was er een aanslag op een Rotterdamse zakenman, ook een ex van een ordelid. Twee leden werden vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs.

S. leek aangeslagen na de strafeis. De gespierde, kale rechtenstudent in keurig streepjespak had eerder die ochtend welbespraakt alle vragen van de rechtbank beantwoord. Hij was geen dader, maar juist een slachtoffer, had hij verteld. Hij was naar Laren gegaan om te praten met de voormalige partner van zijn mede-ordelid. Al sinds diens scheiding, in 2008, verspreidde die ex laster over de orde. Op internet. In de media. Toen hij eind vorig jaar bleek te hebben meegewerkt aan het volgens S. verschrikkelijke boek Ik was gek van geluk. Verhalen uit sektarische bewegingen, was de maat vol. S. wilde in een goed gesprek duidelijk maken dat niemand iets opschoot met deze zwartmakerij.

Hij vermomde zich, zodat de ex hem niet direct zou herkennen en tenminste de deur zou openen. Hij had een mes bij zich voor zijn gevoel van veiligheid en een bos bloemen om het ijs te breken. Maar zodra de ex hem herkende, viel die hem aan. Toen heeft hij zich uiteindelijk met zijn mes verdedigd.

„Vrijspraak”, vroeg advocaat Van der Biezen dan ook aan de rechtbank. De ex had enkel „een krasje” in zijn nek, betoogde hij. S. had duidelijk nooit de intentie de man dood te steken.

S. kreeg van de rechter het laatste woord en zei: „Ik ben onschuldig en ik wil graag naar huis.” Bij het verlaten van de rechtszaal onder politie-escorte zwaaide hij naar de tien à twintig ordeleden op de publieke tribune, hun orde-kruizen aan een halsketting of als broche op hun revers. De gewondgeraakte ex was niet aanwezig. Hij zit nog altijd ondergedoken.

Uitspraak op 31 juli.