Goed begin: aanpak van de hoerenloper

Prostitutie is slecht, vindt Renate van der Zee.

Het is veertien jaar geleden dat Nederland bordeelhouden legaliseerde. Veertien jaar. Als dit beleid effectief zou zijn, zou de positie van prostituees toch allang zijn verbeterd en mensenhandel zijn teruggedrongen? Als het echt simpelweg een kwestie was van zorgen dat prostituees een hypotheek en een zakelijke bankrekening kunnen krijgen en het opstarten van belangengroepen om goede huurprijzen en werktijden voor prostituees te bedingen, dan had dat in veertien jaar toch allang geregeld kunnen zijn?

De reden waarom dit is mislukt, is dat prostitutie helemaal niet ‘net een gewone baan’ is. En dat de prostitutiewereld helemaal geen gewone wereld is waar je met belangengroepen eventjes goede huurprijzen gaat bedingen. Want je hebt in veel gevallen te maken met figuren die, als ze zelf geen criminelen zijn, samenwerken met criminelen.

Het is waar, er zijn geen keiharde cijfers als het om mensenhandel gaat. Je kunt niet met een enquêteformulier langs de ramen gaan om vrouwen te vragen of ze gedwongen worden – want een slachtoffer van mensenhandel gaat dat niet aan jou vertellen.

Maar er zijn in 2012 wel ruim 1.200 meldingen van mensenhandel in de seksindustrie binnengekomen bij het Coördinatiecentrum Mensenhandel. Dat cijfer zegt wel degelijk iets. Of anders wel de pakweg tweehonderd mensenhandelzaken met vaak meerdere slachtoffers die in datzelfde jaar bij het OM binnenkwamen.

Het werk achter het raam is saai, zeggen Linda Duits en Laurens Buijs (NRC 11 juli). De tientallen prostituees die ik op de Amsterdamse Wallen en in de Haagse Doubletstraat sprak, vertelden mij ook andere dingen over hun werk.

Dat ze het als zwaar, gecompliceerd en stressvol ervoeren. Dat ze zich zorgen maakten of ze wel genoeg klanten zouden krijgen om de hoge raamhuur te betalen. Dat de prijzen daalden vanwege de crisis en vanwege vrouwen die onder de prijs werkten, vaak zonder condoom, omdat dat van hun pooiers moest. Dat ze een knop om moesten zetten om het vol te kunnen houden. Dat het moeilijk was om tegen hun familie te liegen over hoe ze aan hun geld kwamen. Dat ze altijd op hun hoede waren omdat ze nooit wisten wie er binnen kwam.

Eén Hongaarse prostituee vertelde me dat een klant haar had proberen te vermoorden. Andere vrouwen vertelden me over hun vriend, die ‘even geen werk’ had. Meestal lieten ze weinig los over wat zijn rol was bij het feit dat ze in de prostitutie zaten.

Die verhalen hoorde ik van ex-prostituees, van slachtoffers van mensenhandel in het opvangcentrum waar ik een tijdje meeliep en van een ex-pooier die mij over zijn praktijken vertelde. Dat waren verhalen over manipulatie, emotionele chantage en keihard geweld.

De schokkendste verhalen hoorde ik in het opvangcentrum. Van een jonge Oegandese vrouw bijvoorbeeld, die opgesloten was geweest in een privéhuis waar ze werd gedwongen tot sadomasochistische seks die ze omschreef als ‘torture’. Zij vond haar werk niet saai, dat kan ik je wel vertellen. En het was haar laatste zorg of ze als prostituee wel een bankrekening kon openen, want al het geld dat ze verdiende, ging naar haar uitbuiter.

Problematiek van dit kaliber los je niet op met een belangengroepje en door hardnekkig te blijven vasthouden aan een beleid dat allang heeft bewezen niet te werken.

Je kunt de schuld voor het maatschappelijke probleem van prostitutie puur bij de Nederlandse overheid leggen. Maar hebben hoerenlopers zelf, die met hun geld mensenhandel goed beschouwd in stand houden, niet ook een verantwoordelijkheid en is het geen tijd om hen daarop te wijzen? Wat dat betreft is het nieuwe wetsvoorstel van PvdA, CU en SP om mannen die bewust seks kopen van slachtoffers van mensenhandel strafbaar te stellen, een goed begin.