Finishen kan hij, winnen niet

De Slowaak Peter Sagan is goed, maar nooit de beste. Onwillige concurrenten en een gebrek aan strategie zitten hem dwars.„Het lijkt mijn lot te zijn om tweede te worden.”

In de eerste zeven etappes eindigde hij altijd bij de beste vijf, of het nou ging om een massasprint, een aankomst met venijnig heuveltje of een kasseienrit. Hij hield zich even stil in de drie Vogezenetappes, maar de twee dagen daarna zat hij weer bij de beste tien.

Het is een wonder dat de 24-jarige Slowaak Peter Sagan (Cannondale) dit jaar nog geen enkele etappe gewonnen heeft. Voor Sagan zou je eigenlijk een nieuwe wielerterm moeten bedenken. Een pure sprinter is hij niet: in vlakke etappes zal hij het altijd afleggen tegen de massieve dijbenen van de Duitser Marcel Kittel (Giant). Een klimmer is hij evenmin. Heuveltjes verteert hij nog wel, maar het parcours moet niet te bergachtig worden. Zijn specialiteit is dat hij altijd tussen de besten aankomt. Je zou hem een ‘finisher’ kunnen noemen.

In de kunst van het finishen is Sagan waarschijnlijk de beste renner ter wereld. Het heeft hem 63 overwinningen opgeleverd, in de vierenhalf jaar dat hij professioneel wielrenner is. Dat waren etappes in grote en kleine rondes, maar ook klassiekers als Gent-Wevelgem en de E3 Harelbeke. In Milaan-Sanremo en de Ronde van Vlaanderen werd hij al eens tweede, in de Amstel Gold Race derde en in Parijs-Roubaix zesde. Al snel verwierf hij een reputatie van showmannetje, onder meer door geregeld met een wheelie de eindstreep te passeren.

De strijd om de trui is niet spannend

Organisatoren van wielerwedstrijden hebben sinds de entree van Sagan in het peloton een probleem. Traditioneel delen wielerrondes truien uit voor het algemeen klassement, het bergklassement en het puntenklassement. Voor die laatste trui kunnen punten worden verzameld door hoog te eindigen in tussensprints en aan het eind van etappes.

Sinds 2010 kunnen ze die trui net zo goed van tevoren aan Sagan geven: hij won er al achttien in zijn carrière. Ook deze Tour is de strijd om de groene trui totaal niet spannend. Als Sagan Parijs haalt, draagt hij het groen – net als bij zijn vorige twee Tourdeelnames.

Maar ook Sagan heeft een probleem. Als hij in een groepje zit dat voor het peloton uitrijdt, verzetten de andere renners geen trap. Het heeft immers geen zin om met de Slowaak naar de finish te rijden: hij wint toch. Een mooi voorbeeld daarvan was woensdag in Oyonnax. De Fransman Tony Gallopin ontsnapte twee keer uit de kopgroep van vier renners. De eerste keer haalde Sagan hem terug. De andere twee deden niets: ze hadden geen zin om op de valreep alsnog te verliezen van de Slowaak. De tweede keer bleef Gallopin weg en won hij de rit.

Gisteren in Saint-Étienne werd Sagan weer eens tweede, voor de vierde keer deze Tour. Deze keer was het geen onwillig groepje dat hem dwarszat, maar verloor hij de lastige sprint van de Noor Alexander Kristoff. Elke dag weer volgt hetzelfde tafereel: Sagan wordt door een dame van de organisatie naar het podium geleid, waar hij opnieuw de groene trui om zijn schouders krijgt. Maar blij kijkt de Slowaak niet. Hij zou liever een keer een etappe winnen, zoals hij al vier keer eerder deed.

Sagan is zeker sterk genoeg, maar beschikt hij ook over voldoende strategie? Vaak reageert hij op elke aanval, en rijdt hij altijd van voren in het peloton. Dat kost kracht. Bovendien is het comfortabel voor zijn concurrenten: als Sagan de lastige klusjes al opknapt, hoeven zij het niet meer te doen.

Hij verspeelt zijn krachten

Vergelijk dat eens met Kittel. De Duitse sprinter mag van zijn ploegleiding de hele dag geen trap te veel doen. Hoe minder hij zich onderweg druk hoeft te maken, hoe meer kans hij heeft om goed gepositioneerd te raken in een massasprint. Daarbij moet vermeld worden dat Kittels ploeg, Giant, een betere sprinttrein heeft dan Sagans Cannondale.

Zelf lijkt Sagan ook wel te beseffen dat hij zijn krachten verspeelt. „Het lijkt mijn lot te zijn om tweede te worden”, zei hij gisteren na de etappe in Saint-Étienne. „Wellicht ben ik vermoeider dan de andere sprinters, die het vaker rustiger aan doen dan ik.”

Terwijl Sagan weer een bloemetje in ontvangst neemt, kan zijn Italiaanse ploegleider Stefano Zanatta bij de ploegbus van Cannondale nog lachen om het zoveelste misfortuin van zijn pupil. „Misschien verandert het nog, maar we kunnen er weinig aan doen dat andere coureurs niet met hem naar de finish willen rijden. Hij ligt in elk geval op koers voor de groene trui.”