De Zeeuwse mossel is er weer (en weer weg)

Het Zeeuwse mosselseizoen is geopend, van vanaf vandaag is de nieuwe oogst in het hele land verkrijgbaar. Althans, wat ervan over is. De meeste mosselen vinden hun weg naar België. De Belgen koesteren de Zeeuwse mossel als kwam hij van eigen zeebodem. Zo gek is het dus niet om de nieuwe mosselen te vieren met een recept waarin twee andere pijlers van de Belgische keuken tot hun recht komen, bier en frituren.

Doe de groenten in een grote pan, giet er 1 dl water en een half flesje witbier bij. Breng ze aan de kook en leg de mosselen erop. Zet de pan met deksel op een hoog vuur. Kook de mosselen tot ze net open zijn. Dat duurt maar één à twee minuten. Schud de pan tussendoor op. Haal de mosselen uit de pan en het mosselvlees uit de schelpen. Dep het droog. Steek drie tot vijf stuks op de satéprikkers.

Verhit de frituurolie tot 180 graden. Maak van 100 gram bloem, de maïzena, het losgeklopte ei en een half flesje ijskoud witbier een beslag. Breng het stevig op smaak met peper, zout en sambal. Haal de mosselspiesjes even door de rest van de bloem en daarna door het beslag. Frituur de spiesjes met maximaal vijf stuks tegelijk goudbruin. Gebruik geen frituurmandje – onherroepelijk gaan de spiesjes aan het mandje kleven - maar laat ze voorzichtig in het vet glijden. Haal ze eruit met een schuimspaan of vleestang. Ook handig: gebruik een hoge aspergepan en zet de spiesjes tegen de wand in het vet. Laat de spiesjes op een stukje keukenpapier uitlekken.

De spiesjes zijn zo al erg lekker. Wie er toch een dip bij wil, denk aan, op zijn Duits, zure room met mierikswortel of Japanse sojasaus met wasabi of Chinese zoetzure saus of Franse remouladesaus of …, mogelijkheden te over om internationaal eer te bewijzen aan de vruchten van onze eigen zeebodem.