De dood is een tijdloze gluurder

Gehurkt achter wat kreupelhout, stiekem een paar jonge jagers of een badende schoonheid bespiedend om vervolgens – verrassing! – tevoorschijn te springen. Zo beeldde Rodolphe Bresdin (1822-1885) de dood af, bijvoorbeeld in zijn ets Les chasseurs surpris par la mort. De dood ligt altijd op de loer, zelfs als je in een bos zit te genieten van de fluitende vogels of bloesems in de bomen – door Bresdin minutieus weergegeven.

De jonge conservator Vera Bertheux van Gemeentemuseum Den Haag koos enkele etsen van Bresdin en zijn leerling Odilon Redon (1840-1916) om deze zomer in dialoog te gaan met hedendaags werk van Damien Hirst (1965). Sinds het Gemeentemuseum samenwerkt met de Broere Charitable Foundation bij het uitreiken van hun Vincent Award, heeft het prestigieuze werken van de Foundation in bruikleen. Enkele daarvan worden sinds vorige week tentoongesteld in combinatie met werk uit de eigen collectie. De reden dat Bertheux koos om in een klein zaaltje Hirst te flankeren met Bresdin en Redon is eenvoudig. De fotogravures van Hirst uit de collectie van de Foundation dragen de titel Memento, een verwijzing naar de Latijnse uitdrukking memento mori die mensen eraan herinnert dat ze sterfelijk zijn. Hét symbool dat al eeuwen wordt gebruikt om naar de spreuk te verwijzen is de schedel, en die is alom tegenwoordig in het werk van zowel de Brit Hirst als in dat van de uit Bordeaux afkomstige Bresdin en Redon.

De dertien werken van Hirst lijken weinig overeenkomsten te vertonen met de spectaculaire en schokkende installaties waarvoor de kunstenaar/zakenman bekend is: het zijn bloedmooie fotogravures van menselijke schedels en vlinders, handmatig ingekleurd met gouacheverf. Op de afdrukken worden de schaduwen, groefjes en donkere gaten die schedels vaak zo angstaanjagend maken glad en gepolijst, bijna aaibaar. De glanzende zwart-witbeelden hang je met gemak boven de eettafel, zeker omdat ze in het GEM worden gecombineerd met Hirsts fleurige afdrukken van vlinders.

Vooral het contrast valt dus op tussen de schedels van Hirst, Bresdin en Redon, de leerling die veel beroemder zou worden dan zijn leermeester. Want bij de negentiende-eeuwers is de dood nog mysterieus en machtswellustig. In een van de platen die symbolist Redon maakte bij Flauberts De verzoeking van de Heilige Antonius, kijkt een skelet de toeschouwer recht in de ogen en grijnst. Hij bepaalt de gang van zaken, wat blijkt uit de titel La Mort: C’est moi qui te rends serieuse; enlaçons-nous (Death: It Is I Who Makes You Serious; Let Us Embrace). Voor éénentwintigste-eeuwer Hirst is de dood iets dat kan worden uitgesteld en wegdrukt, vertelt Bertheux. Toch hoopt ze met haar installatie ook mensen te laten stilstaan bij de lugubere ondertoon die zelfs aanwezig is in dit esthetische werk van Hirst. De felle, in elkaar overvloeiende kleuren die op de vleugels van de vlinders zijn aangebracht ogen vrolijk, maar kunnen niet verbergen dat de beestjes dood waren toen er een afdruk van hen werd gemaakt. Net zoals de toeschouwer die hen staat te bewonderen, het ooit zal zijn.