Wie durft nu nog VN-missie aan?

De animo voor nieuwe missies onder VN-vlag zal verder afnemen, verwacht oud-militair Van Kappen. Advocaat Knoops: ‘Nederland is de dupe van falend VN-optreden.’

[1] Joegoslavische soldaten en Servische vrijwilligers escorteren in november 1991 een Kroatische burger, nadat ze Vukovar in Oost-Kroatië zijn binnengevallen. [2] De Franse VN-commandant Philippe Morillon praat met de Bosnisch-Servische generaal Ratko Mladic (links) en de Bosnische president Radovan Karadzic (tweede van rechts) [3]Vluchtelingen verlaten Livno in Bosnia-Herzegovina in april 1992.

Hij heeft „ontstellend veel medelijden” met de ‘moeders van Srebrenica’, zegt generaal-majoor b.d. Frank van Kappen. Toch is de voormalig militair adviseur bij de Verenigde Naties, tegenwoordig VVD-senator, absoluut niet blij met het Srebrenica-vonnis dat Haagse rechtbank gisteren velde. Tegenover de genoegdoening voor de nabestaanden staat namelijk een „harde realiteit”. „En die luidt dat landen als Nederland straks nóg minder graag willen deelnemen aan VN-vredesoperaties. Zulke missies zullen straks meer en meer leunen op troepen die niet van de eerste categorie zijn, om het zo maar te zeggen.”

Het vonnis van de Haagse rechtbank heeft betrekking op een groep van 320 moslimmannen die op 13 juli 1995 hun toevlucht hadden gezocht op het Nederlandse Dutchbat-kamp in Srebrenica, dat onder verantwoordelijkheid viel van de Verenigde Naties. De Nederlandse blauwhelmen zetten de mannen de compound uit, waarna de meesten werden vermoord door de Bosnisch-Servische milities van generaal Mladic. „Door aan de deportatie van deze mannen mee te werken heeft Dutchbat onrechtmatig gehandeld”, oordeelde de rechter. De nabestaanden hebben nu recht op een schadevergoeding. Daarmee hebben de ‘moeders van Srebrenica’, die al jarenlang genoegdoening proberen te krijgen voor de moord op hun zoons en echtgenoten na de val van de Bosnische enclave, voor het eerst een overwinning geboekt.

De uitspraak is nog niet definitief: de moeders gaan vrijwel zeker in hoger beroep, zij vinden de uitspraak nog te beperkt. Het kabinet „bestudeert” het vonnis, Tweede Kamerleden zijn terughoudend in hun commentaar. Maar deskundigen zeggen al dat dit tot nu toe de meest vergaande uitspraak over Srebrenica is.

Wat betekent dit voor de Nederlandse deelname aan militaire vredesoperaties in de toekomst? Eerder oordeelde het Europees Hof voor de Rechten van de Mens dat de Verenigde Naties niet aansprakelijk kunnen worden gesteld voor de gruweldaden in Srebrenica. Nederland is nu wel terechtgewezen. En dat voor de tweede keer: in september vorig jaar oordeelde de Hoge Raad dat de staat aansprakelijk is voor de dood van drie moslimmannen: een elektricien van Dutchbat en twee familieleden van een tolk die ook op de loonlijst stond.

Advocaat en internationaal strafrechtdeskundige Geert-Jan Knoops denkt niet dat het vonnis gevolgen heeft voor nieuwe Nederlandse vredesmissies. „Het was een heel specifieke situatie, die niet één op één vergelijkbaar is met andere missies”, zegt Knoops, die onder meer voormalig Dutchbat-commandant Karremans verdedigt. Nederland was verantwoordelijk voor een safe area en haar inwoners – een concept dat na Srebrenica is losgelaten.

Generaal Van Kappen denkt dat de uitspraak wel degelijk ingrijpende gevolgen heeft voor toekomstige uitzendingen. „Sinds de jaren negentig hebben westerse landen met goedgetrainde en – bewapende legers steeds minder trek in operaties onder VN-vlag”, zegt hij. „Voor missies met een risico op gevechtshandelingen zijn de VN afhankelijk geworden van Derde Wereldlanden als Zambia en Pakistan, die zo’n uitzending als een aardige inkomstenbron zien. Deze uitspraak over Srebrenica zal de animo bij westerse landen nóg minder maken.”

Van Kappen wijst erop dat Nederland in de afgelopen jaren al liever deelnam aan missies die werden uitgevoerd door de NAVO, zoals die in Afghanistan. Bij dat soort operaties heeft de krijgsmacht „meer vertrouwen in de militaire structuur. Er zijn eigen inlichtingen en de bevoorrading is in eigen hand”.

In Mali zitten op dit moment wél Nederlandse blauwhelmen, maar dat is „een uitzondering”, aldus Van Kappen. „Daar doet de Nederlandse krijgsmacht inlichtingenwerk. We zijn niet verantwoordelijk voor een gebied of voor de lokale bevolking.”

Volgens advocaat Knoops is Nederland in het Srebrenica-drama de dupe geworden van „falend VN-optreden” en van „de immuniteit van de VN volgens internationaal recht”. De uitspraak van gisteren, zegt hij, zou voor de staat reden kunnen zijn „om in vergelijkbare missies de immuniteit van de VN te doen heroverwegen.”

Na het vonnis volgt waarschijnlijk een hoger beroep. De Moeders van Srebrenica willen uiteindelijk bewerkstellingen dat de Nederlandse staat niet alleen verantwoordelijk gesteld wordt voor de dood van de 320 moslimmannen uit het Dutchbat-kamp, maar voor alle 8.000 doden in Srebrenica.

Individuele Nederlandse militairen zijn tot nu toe buiten schot gebleven. Na lang wikken en wegen besloot het OM eerder commandant Karremans niet te vervolgen. Nabestaanden proberen hem nu alsnog, via een speciale procedure, voor de rechter te krijgen. Toch hoeven andere soldaten zich na het vonnis van gisteren geen zorgen te maken, zegt Geert-Jan Knoops. Juridisch gezien wordt de staat op de vingers getikt, niet de soldaten. Dutchbatters hoeven zich niet persoonlijk aangevallen te voelen door deze uitspraak, al is dat wel voorstelbaar.