Omstreden vergoedingen van loterijen aan Novamedia zijn ‘redelijk’

Foto ANP

Novamedia ontving meer dan een kwart miljard euro aan vergoedingen van de Nederlandse loterijen. Toch vraagt het bedrijf van de oprichters van de loterijen, internationaal vergeleken, geen onredelijk hoge vergoeding voor haar werk voor de drie Goede Doelen Loterijen, zoals de Nationale Postcode Loterij. Dat staat in vandaag gepubliceerd onderzoek. Wel is de managementvergoeding die de drie Novamedia-bestuurders krijgen van de loterijen hoger dan de code voor de Goede Doelensector toelaat. Ook is de bestuursstructuur in deze sector soms zo ondoorzichtig dat “de kans op belangenverstrengeling” ontstaat.

De conclusies staan in twee onderzoeken die vandaag zijn gepubliceerd. Ze zijn uitgevoerd op verzoek van de Kansspelautoriteit, de toezichthouder voor de loterij- en gokmarkt.

Discussie over ‘te hoge’ vergoedingen

Over de vergoedingen die Novamedia bij de Goede Doelenloterijen (behalve de Postcode Loterij ook de Vriendenloterij en BankgiroLoterij) in rekening brengt, is veel discussie. In februari bleek uit een inventarisatie van NRC Handelsblad dat oud-Novibmedewerker Boudewijn Poelmann en de drie andere oprichters van de Goede Doelen Loterijen sinds de lancering van hun eerste loterij in 1989, via BV’s bijna 80 miljoen euro (78,4 miljoen) uit hun nationale en internationale loterijactiviteiten hadden ontvangen. Het gaat om licentievergoedingen, salarissen en opbrengsten van de verkoop van aandelen.

De totale geldstroom vanuit de Nederlandse loterijen naar Novamedia, het bedrijf van de oprichters, was 277 miljoen in de afgelopen 25 jaar. Volgens critici zouden die vergoedingen te hoog zijn en zich niet goed verhouden tot de sociale doelstellingen van de Goede Doelenloterijen.

“Als je met loterijen een beroep doet op de publieke zaak, heb je wel wat uit te leggen als je zelf de Quote 500 binnenkomt”, zei bijvoorbeeld hoogleraar filantropie Theo Schuyt ooit over Novamedia-topman Boudewijn Poelmann. De Kansspelautoriteit wilde weten hoe het nu precies zit.

Licentievergoeding is ‘eerder aan de lage kant’

Het onderzoek naar de vergoedingen, dat door KPMG is uitgevoerd, geeft een genuanceerd beeld. Zo is de licentievergoeding die Novamedia in rekening brengt aan de loterijen voor haar creatieve spelformules, “eerder aan de lage dan aan de hoge kant”, aldus de onderzoekers. Ze voegen eraan toe dat een goede vergelijking moeilijk is omdat het Nederlandse loterijconcept uniek is.

KPMG vergelijkt de licentievergoeding met die van internationaal opererende media- en entertainmentbedrijven als Talpa Media. Die hanteren percentages van 4 procent van de omzet, terwijl Novamedia 2,05 procent van de omzet van de loterijen rekent.

Vergoeding voor bestuurders ‘marktconform’

De managementvergoeding die de drie Novamedia-bestuurders van de loterijen krijgen (ongeveer 266.000 euro) is “marktconform”, aldus KPMG. De directeur van bijvoorbeeld de Staatsloterij verdient ongeveer net zo veel.

Wel is ze hoger dan het maximum van 210.000 euro dat de code (Code-Wijffels) voor goede doelenorganisaties voorschrijft. Ook besteden de Novamediabestuurders hun tijd niet alleen aan de Goede Doelenloterijen, maar ook aan loterijen in het buitenland.

Kritiek op vergoeding voor inkoopbesparingen

Meer kritiek hebben de onderzoekers op een vergoeding die Novamedia bij de loterijen in rekening brengt voor zogeheten inkoopbesparingen. Doordat het internationaal opererende Novamedia ICT-systemen en andere voorzieningen goedkoop kan inkopen, profiteren ook de loterijen daarvan. Als tegenprestatie geven diezelfde loterijen Novamedia hiervoor een vergoeding van bijna een miljoen euro. Volgens KPMG is dit bedrag “relatief hoog” op basis van wat gangbaar is op de inkoopmarkt.

Loterijen en Stichting DOEN: kans op belangenverstrengeling

De Kansspelautoriteit liet verder onderzoek doen naar de verhouding tussen de loterijen en de Stichting DOEN, een van de beneficiënten van de Nationale Postcode Loterij. DOEN stimuleert kleinere sociale en milieuprojecten. Advocatenkantoor Allen & Overy, dat dit deel van onderzoek uitvoerde, concludeert dat de relatie tussen beide organisaties te innig is. “De kans van belangenverstrengeling” zou “het vertrouwen van de consument in de loterij kunnen schaden”.

Zo zit Poelmann, aan wie Allen&Overy een grote “formele en informele invloed” toedicht, bij de vergaderingen van de Raad van Toezicht van DOEN. Hiermee kunnen hij en andere loterijbestuurders invloed uitoefenen op de keuze van de projecten die DOEN financiert. De onderzoekers bevelen een statutenwijziging van de Postcode Loterij en DOEN aan om de activiteiten van beide organisaties beter te scheiden.

-Onderzoek Relatie Nationale Postcode Loterij en Stichting Doen