Van vonnis Srebrenica moet nog blijken of het standhoudt

De meeste eisen van de ‘moeders van Srebrenica’ zijn gisteren door de Haagse rechtbank niet ingewilligd. De aansprakelijkheid die wel is erkend, voor de dood van de 320 mannen die direct onder toezicht van het Nederlandse VN-bataljon stonden, is substantieel. Maar niet definitief en ook niet echt verrassend. De uitspraak is in lijn met de eerdere vaststelling in hoogste instantie van de aansprakelijkheid van de staat voor de dood van drie Bosnische moslims, van wie er twee voor Dutchbat werkten.

Maar net als in 2011 is ook deze uitspraak pijnlijk. Er zouden maar liefst 320 mannen nog geleefd hebben, als Nederland hen niet had weggestuurd. Er waren in de middag van 13 juli 1995 voor Dutchbat voldoende aanwijzingen dat er moordpartijen op moslimmannen gaande waren. En het was volgens de rechter ook duidelijk dat de Servische daders het Nederlandse gezag over de basis respecteerden. De rechtbank „acht buiten gerede twijfel” dat de Serviërs de VN-basis niet zouden aanvallen om de groep te pakken te krijgen. In de kern is dat een feitelijk oordeel dat in hoger beroep ook anders kan uitvallen. Zekerheden achteraf zijn zelden onomstotelijk.

Voor de dood van de hele groep van naar schatting 8.000 mannen acht de rechter Nederland intussen helemaal niet aansprakelijk. Alle operationele beslissingen waren rechtmatig of niet relevant voor de vraag of de Serviërs de genocide zouden doorzetten of niet. Behalve dus die éne taxatiefout op 13 juli. Dat is een magere basis om een overwinning voor de ‘moeders van Srebrenica’ te claimen.

De hoofdzaak is dat Nederland destijds in VN-verband wel degelijk ernstig in gebreke is gebleven. De opdracht de moslimbevolking een safe haven te bieden is alleen voor vrouwen en kinderen gerealiseerd. In morele zin is Nederland, in VN-verband, mee verantwoordelijk voor de moord op 8.000 Bosnische mannen. Sindsdien neemt Nederland dan ook niet meer deel aan VN-missies zonder zware wapens, eigen luchtsteun en wat een ‘robuuster mandaat’ is gaan heten. De VN hebben sindsdien erkend dat de bescherming van burgers een verantwoordelijkheid is van de internationale gemeenschap. Het Dutchbat-model van licht bewapende ‘vredessoldaten’ die in een zware oorlog als buffer tussen partijen patrouilleerden, is volledig achterhaald.

Toekomstige VN-commandanten zullen door deze uitspraak mogelijk terughoudend worden met het toelaten van vluchtelingen op de eigen basis. Vooral als er te weinig middelen zijn om hen te verdedigen. Maar die les is al getrokken. Het maakt ook VN-lidstaten duidelijk dat bij deelname aan missies de civiele rechter achteraf kan meekijken. In een rechtsstaat hoort dat er gewoon bij.