Openbaar Ministerie zit knel

Het Openbaar Ministerie heeft in 2013 uitstekende resultaten geboekt, zo complimenteerde gisteren de voorzitter van het College van procureurs-generaal, Herman Bolhaar, zichzelf in het jaarverslag. Maar is dat ook terecht?

Nu is er een hoop in beweging binnen het OM en vaak in de goede richting. Kleine delicten worden sinds kort meestal in een expresaanpak op het bureau afgehandeld, binnen een dag of een week. Het aantal overvallen en inbraken is gedaald: de pakkans is gestegen. Er worden meer kinderporno- en mensenhandelzaken voor de rechter gebracht, met beter resultaat. Maar achter het zelfvertrouwen gaat een organisatie schuil die barsten vertoont en structureel minder effectief wordt. De productiecijfers worden in het jaarverslag pas op de laatste pagina vermeld. En die zijn niet best.

Het Openbaar Ministerie kreeg in 2012 weer minder zaken van politie, marechaussee en bijzondere opsporingsdiensten geleverd. Slechts 215.000, waarbij de achterstand van 7.000 nog niet beoordeelde zaken hier maar is meegeteld. Dat is niet alleen weinig op de 1,14 miljoen misdrijven die de politie in 2012 registreerde. Het zijn er ook ieder jaar minder; de werklast neemt dus objectief af. Vijf jaar geleden kreeg het OM nog ruim 230.000 zaken geleverd. Lag het aantal sepots in 2009 op 12 procent, vorig jaar liep dat op tot 20 procent. In een op de vijf zaken gebeurt dus niks. Het zogeheten interventiepercentage daalde sinds 2009 van 87 naar 80 procent.

Strafrechters klaagden het afgelopen jaar herhaaldelijk over zwakke OM-dossiers. Een enkele rechtbankpresident vroeg zich al hardop af of het parket door de bezuinigingen niet vastloopt.

Nu kunnen optimisten de daling in zaaksaanbod verklaren uit de afgenomen criminaliteit. In 2005 registreerde de politie immers nog 1,35 miljoen misdrijven. Sindsdien daalde de criminaliteit gestaag, ook in slachtofferenquêtes. Helaas dalen ook de ophelderingspercentages die de politie boekt. Daar neemt de effectiviteit dus als eerste af. Intussen mag de criminaliteit dan in aantallen incidenten dalen, dat geldt niet voor de ernst. Justitie maakt zich al jaren zorgen over de opkomst van georganiseerde, zware criminaliteit – internationaal georiënteerd, goed uitgerust en gefinancierd. De drugscrisis in Brabant is er een voorbeeld van. Langzaam rijpt het inzicht dat het credo ‘meer blauw op straat’ ingeruild moet worden voor ‘meer kwaliteit’ bij de opsporing en betere samenwerking in het bestuur.

Het OM zit dus knel. Het kabinet praat om politieke redenen alleen in hoeratermen over de eigen law-and-orderresultaten. Het OM volgt en doet gehoorzaam of het ook blij is. Maar het zit in een huis dat overal kraakt. Het handhavingstekort is echt niet verdwenen.