‘Mini-Marshallplan nodig voor Midden-Amerika’

Honduras, El Salvador en Guatemala willen hulp van de VS om de uittocht van minderjarigen te stuiten.

De regering van Honduras heeft de Verenigde Staten gevraagd om een ‘mini-Marshallplan’ om de oorzaken van de massale emigratie uit Midden-Amerika aan te pakken. Het aantal Hondurese minderjarigen dat de VS probeert te bereiken, is sinds een half jaar sterk toegenomen. Honduras heeft het hoogste moordcijfer ter wereld. Ook uit buurlanden El Salvador en Guatemala ondernemen jongeren in groten getale de gevaarlijke reis naar de VS. Dit jaar zijn al 60.000 kinderen de grens overgestoken, tegen 6.000 in 2011. Verwacht wordt dat de golf aanzwelt tot 130.000 in 2015.

De uittocht heeft in het zuiden van de VS tot grote problemen geleid met de opvang, registratie en beoordeling van de vluchtelingen. President Obama heeft om 3,7 miljard dollar gevraagd om de crisis aan te pakken en de grens beter te beveiligen, maar volgens Republikeinen is dat bedrag te hoog. In diverse staten protesteren Amerikanen tegen de opvang van migranten in hun regio.

Meer beveiliging en het repatriëren van de vele migranten zijn niet de oplossing, vinden de Hondurezen. Op een conferentie over de kwestie in de Hondurese hoofdstad Tegucigalpa zei de Hondurese president Juan Hernández gisteren dat Washington Midden-Amerika moet bijstaan in het bestrijden van de drugsgeweld, zoals het dat in Colombia en Mexico heeft gedaan. Ook wil Honduras Amerikaanse hulp bij armoedebestrijding. „We moeten erkennen dat onze landen dit niet alleen kunnen”, zei hij.

De Hondurese minister van Buitenlandse Zaken zei dat de VS het geld dat ze aan grensbewaking spenderen, beter aan hulp in Honduras kunnen uitgeven: „Het is veel praktischer een mini-Marshallplan te lanceren (...) dat kansen schept en de oorzaken aanpakt van de problemen die tot migratie vanuit Midden-Amerika leiden”. Met de grootschalige Marshallhulp, genoemd naar de Amerikaanse generaal George C. Marshall (1880-1959), brachten de VS de landen van Europa na de Tweede Wereldoorlog mede op de been.

Met het in 2007 gelanceerde ‘Plan Colombia’ boden de Verenigde Staten dat Zuid-Amerikaanse land vergaande hulp bij het bestrijden van de cocateelt en - handel. Het ging om het geven van opleidingen, het verstrekken van materieel zoals helikopters en het versterken van instituties. Mexico is ook ondersteund in de strijd tegen de drugskartels.

Volgens critici heeft deze aanpak bijgedragen aan het feit dat drugsbendes versplinterden en hun territorium naar Midden-Amerika verlegden, waar zij nu rekruteren onder de lokale bendes. Maar in Colombia is het drugsgeweld afgenomen, volgens Hernández doordat „degenen die de vraag naar drugs genereren in het noorden en degenen die de drugs produceerden in het zuiden samen verantwoordelijkheid namen”.

Vrijwel alle drugs die door Midden-Amerika worden gesmokkeld worden geconsumeerd in de VS.

Op de conferentie in Honduras zei de door de VS afgevaardigde functionaris van het ministerie van Buitenlandse Zaken dat de economische situatie in Midden-Amerika met de hulp van regionale banken en ontwikkelingsbanken moet worden aangepakt. „Er is meer politieke wil van alle landen nodig”, zei hij.